Beste fietsende Caminoganger!

1 januari 2015

Voorbereiding van de Camino naar Santiago de Compostela per fiets.

Aankomst in Santiago de Compostela

Aankomst in Santiago de Compostela

Deze tekst bevat suggesties en adviezen voor allen die met het idee spelen ‘eens’ vanuit Nederland of Vlaanderen naar Santiago de Compostela te fietsen, alleen of in gezelschap. Als format is ‘vraag en antwoord’ gebruikt.
De download De camino, geschiedenis en achtergronden is interessant voor hen die meer willen weten over het hoe en waarom van de camino.

Direct naar de vragen

Santiago de Compostela actueel
Klik hier om via een webcam uw eindbestemming live te zien. In 2016 is het hier en op de weg ernaar toe drukker dan normaal. Eind 2015 heeft de Paus het jaar 2016 tot Heilig Jaar verklaard. En dat heeft geleid tot een extra stroom pelgrims. Eind augustus 2016 hadden zich al ruim 200.000 pelgrims bij het pelgrimsbureau gemeld. Misschien worden het wel meer dan 300.000 in totaal, nog afgezien van de gewone toeristen.
In 2015 meldden zich 262.485 pelgrims aan de balie van het Pelgrimsbureau. Een stijging van tien procent t.o.v. 2014. Een kleine tien procent kwam per fiets.

Restauratie van de kathedraal 2015 - 2021

Kathedraal in de steigers

Houd er ook rekening mee dat de kathedraal in Santiago wordt gerestaureerd. De klus moet in 2021 klaar zijn. Dus de komende jaren staan er her en der steigers en zijn delen van de kathedraal niet toegankelijk. Dit Spaanstalig artikel van 25 augustus 2016 schrijft erover.
Het Pelgrimsbureau (Centro de Acogida a Peregrinos) is inmiddels verhuisd van de rúa do Vilar 1/3 naar de rúa das Carretas 33.

Pelgrimsbureau google earth

route naar pelgrimsbureau

Route naar Pelgrimsbureau.

Het pelgrimsbureau ligt wat uit het directe centrum, niet in het mooiste deel van de stad. Het was vroeger een ‘asilo de carretas’, een stalling voor koetsen, die voor 1,5 mio euro is verbouwd. Het straatje ernaar toe (de rúa das Carretas) nodigt niet echt uit voor een wandeling. De ingang van het pelgrimsbureau ligt links om de hoek aan de calle de Domingo García Sabell.
Vanaf het plein vóór de kathedraal (Praza do Obradoiro) is het wat lastig naar het pelgrimsbureau te fietsen. De rúa das Carretas heeft éénrichtingverkeer. Wilt u de verkeersregels respecteren, fiets dan door de rúa de San Francisco en de costa de San Francisco naar de rúa das Carretas op de hoek van de calle de Domingo García Sabell.
In het pelgrimsbureau zitten naast de balie waar u uw compostela kunt verkrijgen ook nog andere diensten. Ook de Huiskamer van de Lage Landen (het Holland House van het Genootschap van Sint Jacob) is er gevestigd. Het heeft een ruimte op de 1e etage van het Pelgrimsbureau. U kunt er tot medio oktober terecht voor een tas koffie of om er een bakkie te doen.

nieuw pelgrimsbureau collage

Het nieuwe (2016) pelgrimsbureau, een collage.

Foto in de header
De foto in de header van deze site is gemaakt op de ‘weg-met-de-bomen’, die loopt van Reliegos naar Mansilla de las Mulas. Deze weg is zo genoemd omdat er langs grote delen van het traject een rij platanen staat. Links ziet u het pad met lopende pelgrims, op het asfalt rijden fietsende pelgrims.

Kiezels, keien en zand op de wandelroute

Kiezels, keien en zand op de wandelroute

Het steenslagpad is onderdeel van de in 1993 speciaal voor pelgrims heraangelegde pelgrimsroute die loopt van Sahagún naar Mansilla de las Mulas, bijna 40 kilometer. Het is er vaak dor, droog en heet. Ook kan er een flinke westenwind staan. Er liggen zeer weinig dorpjes aan dit deel van de route. Wandelaars ervaren soms twee dagen lang een regelrechte uitputtingsslag.

Andere interessante sites
De site sintchristophorus.nl is een Nederlandstalig platform voor ervaringen, kennis, tips en adviezen voor fietsvakanties. Sinds begin 2015 is de site http://www.fietseninspanje.nl/ in de lucht. Deze site richt zich op degenen die alle uithoeken van Spanje fietsend willen verkennen. Ook op de site dewijdewereld.net staat interessante informatie voor fietsers. En dan is er uiteraard de site het Genootschap van Sint Jacob. Op deze site staan onder FAQ enkele vragen beantwoord over onderwerpen van belang voor fietsers.

De Spaans- en Engelstalige site www.bicigrino.com heeft zich ontwikkeld tot een zeer informatieve site volledig gericht op fietsers, beter gezegd: mountainbikers. Want de Spaanse fietsers nemen vrijwel allemaal een mountainbike als ze naar Santiago de Compostela fietsen.
Bicigrino is de samentrekking van de woorden ‘bicicleta’ en ‘peregrino’, Spaans voor ‘fiets’ en ‘pelgrim’. U vindt er een veelheid aan informatie over de Camino Francés maar ook over andere camino’s. Dat varieert van overzichten met aanbevolen albergues en hotels tot informatie over het huren van fietsen en gps-tracks. De pdf-gids ‘Camino Francés en bicicleta‘ staat vol relevante informatie, maar op de site staan nog andere downloads, ‘descargas‘. Aangezien Spaanse fietsers vooral mountainbikers zijn is de route die bicigrino.com volgt niet de Sweerman-boekje-3 route, maar een route die waar enigszins mogelijk de wandelroute volgt. Voor Nederlandse fietsers met volle bepakking een behoorlijke uitdaging.

Logroño, slaapzaal in albergue

Logroño, slaapzaal in albergue

Daarnaast bestaat de actieve site van Ivar Revke: http://www.caminodesantiago.me. Deze site heeft een eigen forum en bevat veel informatie over de Camino Francés. Onder andere een actueel overzicht van een serie ‘favorite albergues’. Klik op Albergues Camino Frances – Caminodesantiago.me mrt 2015. Ook de Spaanstalige site caminodesantiago.consumer is zeer uitgebreid. Met bijvoorbeeld overzichten van albergues en bezienswaardigheden.
Ook verderop in deze tekst staan nog enkele links naar pdf-files met albergues langs de Camino Francés.

Fietsblogs in 2016
In 2016 zullen weer zo’n 3.000 pelgrims naar Santiago de Compostela gaan. Enkele fietsers onder hen publiceerden een blog:
– Johan is al in Santiago aangekomen.
Emiel, Jef en Staf zijn er ook.
– En Wim en Antonio fietsten voor een waterput in Malí.
– John Paap, heeft nu al plannen voor 2017 met een bijzondere fiets.
– Pensionado Eric Sommer fietste heen én terug.
– De echtgenoot van Petra zocht een eigen weg om te ‘ont-moeten’.
– Ene Gert uit Epe schijnt ook plannen te hebben.
Harry Abel schreef een kort verslag met veel foto’s.
Alois Verbraeken ging op weg maar gaf op 23 mei op.
André Boon is wel gearriveerd.
– En Jan Dekker ook.
Evelien en Arie namen de prachtige Somportpas.

Fietsblogs uit 2015
Ook in 2015 namen weer honderden Nederlanders en Vlamingen de fiets, bijvoorbeeld:
Guusten.
Marie-Louise.
Stef Uivel vertrok op 17 april.
Rob en Cor vertrokken op 27 april.
Wim ter Hart vertrok begin mei, maar moest stoppen na 500 km.
Addie en Annie, zij vertrokken in mei per tandem.
Henk Noordkamp en Stef Hollander vertrokken op 8 mei.
– Ook Toon en Fred vertrokken op 8 mei.
Hen en Hans gingen op weg, maar moesten op dag 28 stoppen.
Eddie Martens is medio 2015 vertrokken.
Jurrien, Ab en Theo, vertrek 11 juni, namen een bijzondere route.

León, de mooiste stad aan de Camino

León, de mooiste stad aan de Camino

Uit deze blogs blijkt dat pelgrims onderling verschillen, maar ook dat voor velen het primaire doel is dagelijks een flink aantal kilometers te fietsen. Waarbij letterlijk en figuurlijk voorbij gegaan wordt aan het vele moois dat onderweg te beleven is. Zo staat ergens in een blog te lezen dat León wordt gemeden omdat het zo’n drukke stad is. Heel bijzonder en erg jammer, want León is de mooiste stad aan de Camino.
De blogger wordt ook regelmatig door zijn volgers aangemoedigd om vooral ‘door te gaan’. “Zettumop”, schreef iemand om een pelgrim -die naar zijn idee niet erg opschoot- aan te moedigen er een tandje bij te zetten. En een ander gaf de aansporing “op naar het einddoel”. Duidelijke voorbeelden van stuurlui aan de wal die geen flauw idee hebben van waar deze fietstocht werkelijk om draait. Het gaat niet om het einddoel en het gaat al helemaal niet om zo snel mogelijk van A naar B te fietsen.
De op één na grootste fout van de pelgrim is teveel bagage meenemen. Maar met stip op 1 staat de fout te gehaast zijn. Uiteraard, indien er beperkingen zijn in tijd en/of budget, dan is gehaast fietsen wellicht onvermijdelijk. Maar als deze bezwaren niet gelden, dan is haast de meest slechte raadgever.

Een blog (2014) in een heel eigen stijl staat op https://katwijkxalo.wordpress.com/. De schrijver heeft weliswaar Santiago niet als eindbestemming, maar volgt wel de westelijke pelgrimsroute door Frankrijk. En ontmoet dus regelmatig fietsers die daar wel naar toe gaan.

Annemarie Verhallen en haar Peter

Col du Somport: Annemarie Verhallen en haar Peter

Ook Annemarie Verhallen heeft een verslag geschreven van haar fietstocht samen met Peter. Op luchtige wijze beschrijft ze wat een pelgrim onderweg meemaakt. Ook geeft ze haar conclusie waarom de fietstocht naar Santiago zo populair is. Ze schrijft dat de hedendaagse mens elke dag tal van beslissingen moet nemen, soms met heel vervelende gevolgen. Ze vervolgt met: “De moderne mens wordt er gestoord van. Nee, dan een pelgrimage. Wekenlang hoef je niets te beslissen van enige consequentie. Het doel is duidelijk en ver weg, zodat je ruim de tijd hebt om tot rust te komen. En ook mooi: iedereen vindt het leuk en knap wat je doet, zowel ter plekke als in Nederland. Al besef je zelf donders goed dat een bedevaart een egoïstische bezigheid is, het stimuleert toch.”
Prachtig verwoord wat de Camino fietsen u geeft: ultieme vrijheid, een zee van tijd om van alles te overpeinzen, tot rust komen en genieten van alles om U heen.

Vragen en antwoorden

In onderstaande tekst worden 33 vragen over deze pelgrimstocht beantwoord. Voor ervaren langeafstandfietsers zijn sommige antwoorden minder interessant. Teveel ‘basiskennis’. Het kan ook voorkomen dat ervaringsdeskundigen het niet eens zijn met mijn tekst en/of interessante aanvullingen hebben. Mail me op sanxacobeo@hotmail.nl, ik sta open voor alle kritieken.

Mijn doelgroep op een terrasje

Mijn doelgroep op een terrasje

Doelgroep van de antwoorden
De doelgroep waarop ik me primair richt betreft hen die voor de eerste keer een lange fietstocht gaan maken en voor wie Santiago de Compostela een bijzondere aantrekkingskracht heeft. Precies degene die ik was in 2008.

De fietstocht naar Santiago de Compostela wordt vaak als een uitzonderlijke prestatie gezien. Fietsers die de eindstreep hebben gehaald (voor veel stuurlui op de wal nog steeds het belangrijkste van de hele tocht) worden uitbundig geprezen en toegejuicht. Prima. Maar laat dit niet verhullen dat íedereen naar Santiago kan fietsen. Een paar uitzonderingen daargelaten. Ervaar ’t zelf!

Aantekeningen bij de antwoorden
Sites waarnaar wordt verwezen zijn niet altijd Nederlandstalig; de Camino is een Spaans erfgoed. Een mooie reden om uzelf wat Spaans te leren (lezen). Altijd handig op ‘el Camino’.
Links naar allerlei achtergrondmateriaal (boeken, artikelen, video’s) staan op scribd.com. Daarnaast is de site van de zeer ervaren ‘Pelgrim Helmut’ uit Silvolde interessant. En natuurlijk de site van het Nederlands Genootschap van St. Jacob: www.santiago.nl

Genootschap
Iedereen kan lid worden van dit genootschap. De maandelijkse on-line nieuwsbrief Ultreia (zie bijv. Ultreia 39) is openbaar. Voor leden is er natuurlijk nog veel meer beschikbaar. Zoals: leden krijgen (eenmalig) een pelgrimspaspoort en elk kwartaal verschijnt het tijdschrift ‘De Jacobsstaf. De regionale afdelingen van het Genootschap organiseren regelmatig activiteiten. Het lidmaatschap geldt voor één jaar en wordt (behoudens tijdige opzegging) jaarlijks verlengd.

Fietsers worden wat verwaarloosd door het Genootschap

Fietsers lijken wat verwaarloosd door het Genootschap

Naar eigen zeggen –Ultreia 32– wordt het Genootschap verweten te weinig aandacht te besteden aan fietsers. Dat verwijt komt niet uit de lucht vallen. Mijn site wil de ruimte invullen die het Genootschap op dit punt open laat. Maar ik ben me ervan bewust dat ‘El Camino’ primair een wandelevenement is. En veel wandelaars ook een spirituele ervaring biedt. In tegenstelling tot fietsers ondergaan veel wandelaars el Camino aanzienlijk intenser. Wat er mede toe leidt dat u onderweg een soort van scheidslijn tussen wandelaars en fietsers kunt ervaren.

Basis voor onderstaande tekst zijn mijn persoonlijke ervaringen, opgedaan in 2008, 2009, 2011 en 2012, aangevuld met de vele publicaties op het internet en reacties van bezoekers van deze site via SanXacobeo@hotmail.nl
Van mijn fietstochten in 2008 en 2011 staan op Youtube twee korte (11:34 minuten) video’s. Natuurlijk veel te kort om ‘alles’ te laten zien. Maar ze geven wel een goede eerste indruk van deze fietstochten omdat veel materiaal al fietsend is gemaakt. Klik hier voor de video uit 2008 en hier voor de video uit 2011.

Het kan gebeuren dat een link niet werkt; de site is veranderd of bestaat niet meer. Ik tracht dit euvel tot een minimum te beperken.

Voor wie onderstaande tekst teveel van het goede is kan hier korte antwoorden lezen op de tien meest relevante vragen.
Op http://pelgrimerenperfiets.wordpress.com staat de integrale informatie geordend naar onderwerp. Mogelijk toegankelijker voor wie het model ‘vraag-en-antwoord’ op voorliggende site minder handig vindt.

Tijdens het lezen van de antwoorden kan het lijken alsof ‘fietsen naar Santiago’ een mannending is. Dat is niet zo en dat moet zo ook niet overkomen. De fietstocht is ook voor vrouwen met een goede conditie prima te doen. Alhoewel zeer weinig, er zijn zelfs gezinnen die de tocht maken. Maar dat betreft vrijwel altijd gezinnen met kinderen die al een behoorlijke ervaring hebben met lange afstanden fietsen. Onderstaande tekst besteedt er geen specifieke aandacht aan.

1. Waarom Santiago de Compostela?
2. Waarom fietsen?
3. In welke tijd van het jaar?
4. Alleen of met z‘n tweeën?
5. Wat kost het?
6. Welke route?
7. Kun je de Ruta del Norte fietsen?
8. Waarin verschillen de twee routes door Frankrijk?
9. Waarin zijn de twee routes gelijk?
10. Hoeveel etappes?
11. Moet U de grote steden mijden?
12. Is trainen noodzakelijk?
13. Hoe verloopt een fietsdag?
14. Hoe overnachten?
15. Wie ontmoet U onderweg?
16. Waarover moet ik me zorgen maken?
17. Moet je de taal spreken?
18. Wat mee te nemen?
19. Eten onderweg?
20. Aan welke eisen moet de fiets voldoen?
21. Wat zijn de moeilijkste etappes?
22. Bagage naar huis sturen?
23. Is er onderweg internet?
24. Speciale aandacht?
25. Wat moet U niet missen?
26. Wat moet U opschrijven?
27. Gele pijlen?
28. Is er speciale Caminomuziek?
29. Wat te doen in Santiago de Compostela?
30. Waar overnachten in Santiago?
31. Uitstapjes?
32. Hoe kom ik terug?
33. Wat zijn de tien geboden?

Caminobord in Puente la Reina.

Ik hoop hiermee personen van dienst te zijn die zich afvragen wat u moet regelen en waarmee rekening te houden als u aan de tocht naar Santiago de Compostela begint.
Na de antwoorden op deze vragen volgt de paragraaf ‘Verantwoording’. Hierin worden de achtergronden over het hoe en waarom van deze site beschreven.

Voor degenen die het zo simpel mogelijk willen houden zijn onderstaande ‘adviezen’ mogelijk wat overdreven. Gewoon gaan met die banaan!

Een Franse pelgrimsgîte is geen hotelkamer

Een Franse pelgrimsgîte is geen hotelkamer

Trainen doet u onderweg wel, u overnacht in een B&B of hotel (scheelt slaapspullen en een tentje), u eet in een restaurant (scheelt kookspullen) en u beperkt uw kleding tot een minimum. Evenals reserveonderdelen voor de fiets en gereedschap. Dat is allemaal onderweg te koop. En u maakt geen planning. Dus geen zorgen of de planning wel gehaald wordt. Het reisdevies is ‘we zien wel!’. Waar nodig vragen we ’t aan wie we toevallig tegenkomen. Maar aangezien de meeste Nederlanders wat minder avontuurlijk zijn aangelegd en iets meer koersen op zekerheid, maar ook willen weten waaraan wordt begonnen, is het verder lezen in onderstaande tekst wellicht interessant. Bovendien, altijd overnachten in B&B’s en hotels en altijd buiten de deur eten verhoogt de kosten aanzienlijk. Maar het is natuurlijk wel een stuk gemakkelijker fietsen. Aan u de keuze.

Bon voyage, Buen Camino!

1. Waarom Santiago?

Deze vraag moet ieder voor zich beantwoorden. Globaal gesproken zijn er drie motieven:
1. Pelgrimeren, in de betekenis met minimale middelen een reis maken naar een bedevaartsoord. De achterliggende reden kan divers zijn, zoals: tijd nemen voor bezinning op levensvragen, tot jezelf willen komen, nadenken over de start van een nieuwe levensfase, spiritueel, religieus.
2. Langeafstand fietsvakantie. Met de fiets een reis maken naar een (vrij) verre bestemming. Naast Santiago de Compostela zijn ook Rome, Berlijn, Praag en Barcelona interessante eindbestemmingen voor een Europese fietsvakantie. Deze fietsers willen genieten van veel vrijheid, van ontmoetingen, natuur, cultuur, eten en drinken en wat avontuur.
3. Een prestatie leveren. Voor een goed doel (bijv. Kika) of gewoon voor het goede gevoel dat het oplevert.

Pelgrims bespreken hun motivatie

Pelgrims bespreken hun motivatie

De term ‘pelgrim’ wordt algemeen gebruikt om iedereen die te voet of per fiets naar Santiago gaat aan te duiden. Dat niet iedereen een pelgrim in de zuivere zin van het woord is, daar stoort vrijwel niemand zich aan. Een pelgrim in de zuivere zin van het woord is volgens antropoloog André Droogers (zie Jacobsstaf 108) iemand die vrijwillig kiest te leven in de marge van het normale leven. Uitgaande van deze definitie is niemand die naar Santiago fietst een pelgrim. Hoe dan ook, als u naar Santiago gaat fietsen, dan zal ‘iedereen’ u pelgrim noemen. Dat sluit perfect aan bij de oorspronkelijke betekenis van het woord pelgrim, ontstaan tijdens de middeleeuwse bloeiperiode van de Camino. In het boek Vita N(u)ova gebruikt Dante Alighieri het woord in brede zin ‘iemand die naar een ander land gaat’. In meer specifieke zin, zo staat in Vita Nuova te lezen, betekent pelgrim ‘iemand die naar het graf van Sin Jacob gaat’ (of ervan terugkomt).

Uiteraard kan elke persoonlijke motivatie een mix zijn van bovenstaande motieven. Feit is dat velen met het idee spelen, spontaan of aangestoken door een verhaal van deze of gene vage kennis die ‘het ook gedaan heeft’. Het is dan ook een bijzondere bestemming. Na de herovering van Granada in 1492 heeft Paus Alexander VI Santiago de Compostela tot een van de drie grote christelijke bedevaartplaatsen verklaard. De twee andere zijn Rome en Jerusalem. Vele duizenden pelgrims zijn u al voor gegaan. Reden om de stad tot belangrijk bedevaartsoord te verklaren is de aanwezigheid van de tombe van de Apostel St. Jacob (San Iago) aan wie een cruciale rol in de herovering van wat nu Spanje heet op de Moren door de Reyes Católicos werd toegedicht.
Noot: Andere bronnen stellen dat paus Calixtus II Santiago de Compostela al in 1122 heeft verheven tot bijzonder bedevaartsoord. Het zou goed kunnen. Want deze paus was de broer van Raymond van Bourgondië die via een huwelijk met de zesjarige (!) Urraca van Castilië korte tijd heerser over Galicië was. Galicië was toen deel van het rijk van de vader van Urraca, Alfons VI van Castilië. Een broederdienst valt niet uit te sluiten.

Er bestaan verschillende theorieën over de oorsprong van de Camino:

  1. De tocht is een oorspronkelijk Keltisch ritueel waarbij de pelgrim naar het einde der wereld loopt, ter verering van de Keltische zonnegod Lugh. De Kelten noemden de Melkweg de keten van Lugh; de naam van de stad Lugo -nabij Santiago- is afgeleid van Lugh (Lugus of Lugos). De Romeinen namen dit ritueel over onder de naam Vía Láctea, de Melkweg. De naam Compostela (Sterrenveld) is een verwijzing naar de Melkweg.
  2. In de 8e eeuw ontstond (o.a. in Toledo) het idee om het christendom en de islam te verenigen. Islamieten, christenen en joden leefden daar in vrede. Tegenstanders van dit idee ontwikkelden de bedevaart naar Santiago de Compostela, gelegen in ‘bevrijd gebied’.
  3. Koning Alfonso I van Asturië bedacht in de 9e eeuw samen met de bisschop van Iria Flavia het concept ‘Santiago Matamoros‘. Hét symbool in de strijd van de (Asturische) christenen tegen de moren. Bekend als de reconquista, de herovering van Spanje en Portugal op de moren (722-1492). De kathedraal van Santiago de Compostela (diocees Iria Flavia) wordt zijn bedevaartsoord.
  4. Kluizenaar Pelagio (Pelagius) ontdekt begin 9e eeuw het graf van de Apostel Jacobus, die bij leven in Spanje preekte; een ster wees hem de weg. Er ontstaat een bedevaart naar het graf van de apostel in de kathedraal van Santiago de Compostela, vrij vertaald: Sint Jacob van het Sterrenveld.

Opmerkelijk genoeg is theorie 2 de visie van het aartsbisdom van Santiago de Compostela. Theorie 4 is de in Nederland meest gehoorde theorie. Voor mij lijkt theorie 3 best aannemelijk. Theorie 1 klopt mijns inziens ook. Alhoewel er honderden eeuwen zitten tussen de tijd van de Kelten en het begin van de katholieke bedevaart in de 8e/9e eeuw, is het mogelijk dat er een kerstening van een heidens ritueel heeft plaatsgevonden. Waarmee het belang van de katholieke kerk én van de koningen van Castilië (en León) werd gediend.

Veel pelgrims ervaren het Caminogevoel op deze plek.

Veel pelgrims ervaren het Caminogevoel (ook) bij het Cruz de Ferro.

Of u hoort en leest over het bijzondere Caminogevoel dat bij pelgrims opkomt. Wat is dat dan? Wat doet de Camino met je? Dat verschilt. Lopende pelgrims ervaren de Camino intenser dan fietsers. Voor pelgrims die alleen gaan is het Caminogevoel intenser dan voor hen die in (een groter) gezelschap gaan. Mogelijk ervaren bepaalde fietsers die in een groep als wielrenner gaan het ‘Vrienden van Amstel-gevoel’, maar dat is duidelijk niet het Caminogevoel. Voor Vlaamse lezers: het Vrienden van Amstel-gevoel laat zich omschrijven als: “Een gevoel van vooral jezelf zijn en met vrienden kunnen ontspannen zodat er een grote verbroedering ontstaat.” Amstelbier drinken schijnt daarbij te helpen.
Deze wielrenners, samen met de Spaanse mountainbikers en de (Amerikaanse) Caminotoeristen geven voeding aan het idee dat de Camino aan zijn eigen succes ten onder zal gaan. Voorlopig is het nog niet zover, maar laat deze ontwikkeling een aansporing zijn vooral nú te gaan, alhoewel sommigen zullen zeggen dat het eigenlijk al te laat is.

Hieronder een citaat uit een reisverslag dat een zeer treffende beschrijving van het Caminogevoel geeft, van toepassing op de fietsende pelgrim die alleen gaat: “De camino is gaan, verder gaan, mensen ontmoeten, zich hechten aan sommigen en ze weer los laten, hen soms terug ontmoeten, veel alleen zijn, soms te veel, genieten van de stilte, de landschappen, de geschiedenis achter de kloosters en kerken, denken aan de pelgrims van eeuwen en eeuwen, hopen dat je fiets je niet in de steek laat, denken en nog eens denken, maar je tijd daarvoor nemen, niets ‘moet’, alles mag, je kiest zelf maar, mensen missen, blij zijn dat je je fototoestel toch niet verloren bent na tien minuten zoeken, dingen verliezen, overleven, soms ‘struggle for life’ maar dat wist je op voorhand …”
Bron: http://frankfietstnaarsantiagodecompostela.skynetblogs.be.

Het in 2014 vernieuwde Compostela

Het in 2014 vernieuwde Compostela

Het gaat me wat te ver om dit een spirituele ervaring te noemen. En ook niet ‘jezelf tegenkomen’. Maar vrijwel elk woord in de tekst van Frank beschrijft zoals ook ik de Camino ervaren heb. Laat ik het erop houden dat naar Santiago fietsen op z’n minst een zeer bijzondere ervaring is. Een ervaring om heel lang van na te genieten. Uit het citaat hierboven blijkt ook dat het beleven van de weg ernaar toe belangrijker is dan het bereiken van de eindbestemming. Handel naar dit principe, neem de tijd en geniet onderweg!

Alhoewel deze -van origine- pelgrimstocht al meer dan 1.000 jaar oud is, is de huidige belangstelling ervoor van vrij recente datum na vele eeuwen in ruste te zijn geweest. De Camino beleefde een hoogtepunt in de 12e eeuw. Vanaf de 14e eeuw treedt verval in. Een dieptepunt is 25 juli 1867. Op deze naamdag van Santiago zijn slechts 40 pelgrims in de kathedraal. In de periode daarna werd het niet veel beter. Zo lag het gemiddelde in de jaren 1970-1985 op slechts 185 pelgrims per jaar. Na enkele pogingen van nieuw opgerichte Santiago-genootschappen om het verval te stoppen begint het aantal pelgrims medio jaren ’80 van de vorige eeuw langzaam te groeien. De stormachtige groei van het aantal pelgrims begon rond 1990. Met als voorlopig hoogtepunt het Heilig Jaar 2010 met ruim 270.000 pelgrims.

Splinternieuwe (2013) albergue in Foncebadón.

Splinternieuwe (2011) albergue in Foncebadón.

Belangrijke stimulans voor de opleving van ‘El Camino’ was het beleid van de regering van Galicië om vanaf beginjaren ’90 van de vorige eeuw de Camino te ondersteunen. Paden werden verbeterd, de bewegwijzering werd vernieuwd, er werden (municipale) albergues opgericht en ondernemers werden gestimuleerd om actief te worden. Zo kon het gebeuren dat er in het compleet verlaten Foncebadón nu weer gegeten en overnacht kan worden. Nee, het ziekenhuis dat er in de middeleeuwen stond kwam niet terug.
Voorafgaand aan de actie van de overheid van Galicië waren er andere ontwikkelingen die de Camino weer tot leven brachten. Onder andere de oprichting van een Frans Caminogenootschap in 1950. Geïnspireerd door de Franse betrokkenheid bij de Camino -o.a. via Karel de Grote- en de start van de Franse pelgrimage vanuit Le Puy-en-Velay in 950. De Camino heet niet voor niets de Camino Francés, vertaald: het Franse pad.

Gans

Gans

Naast de katholiek-christelijke betekenis van de Camino is er nog een ‘heidense’ uitleg, gebaseerd op het principe dat de vroege Katholieke kerk aan veel heidense feesten en rituelen een katholieke betekenis gaf. Bijv. Kerstmis is (zou zijn) het Zonnewendefeest. Zo ook de Camino. Het lopen naar het Einde der Wereld (Finisterra, in de buurt van Santiago aan de Spaanse westkust) is (zou zijn) een Keltisch ritueel, met de gans als symbool: de Camino de los Gansos. Mooi om over na te denken als U een stukje na Astorga door het gehucht El Ganso komt. Deze keltische route is ook bekend als de Camino de los Ocas; oca is Spaans voor ooi en de Camino de las Estrellas; estrella is Spaans voor ster.

Gedenksteen in O’Cebreiro.

De grote promotor van de huidige Camino was de Spaanse priester en pastoor van O’ Cebreiro, Elías Valiña Sampedro (1929-1989). Rechts naast de kerk in O’Cebreiro staat een zuil met gedenkstenen en een sokkel met een beeld van (het hoofd van) deze man. Sinds 1996 reikt de overkoepelde Spaanse Camino-organisatie een Premio uit die de naam draagt van de pastoor van O’Cebreiro. Het is opmerkelijk dat het al meer dan 25 jaar oude Nederlands Genootschap van St. Jacob nog nooit in de prijzen is gevallen. In Nederland kan Clemens Sweerman als belangrijk promotor gezien worden. Hij viel wel in de prijzen: de Fietsvakantie Trofee van 2009.

Er zijn pelgrims in soorten en maten.

Er zijn pelgrims in soorten en maten.

U kunt aan de fietstocht beginnen als pelgrim, als gewone (langeafstand) fietser of als ‘wielrenner’. Pelgrims gaan op pad met een credential (Spaans: credencial), het pelgrimspaspoort. Fietsers en wielrenners vertrekken zonder dit document. Alhoewel, omdat een credential onderweg (met name in Spanje) ontzettend ‘handig’ is, koopt ook menige langeafstandfietser zulk document.
Een credential ‘bewijst’ dat de houder een pelgrim is en daarom bepaalde voorrechten heeft. Het belangrijkste voorrecht is ‘gastvrij ontvangen worden’. Gastvrije ontvangst kan een pelgrim op allerlei plaatsen krijgen (voor alle duidelijkheid: ‘kunnen krijgen’ is niet hetzelfde als ‘mogen eisen’), maar vooral in de Spaanse (katholieke) refugio’s. Een credential is dus noodzakelijk indien U wilt overnachten in Spaanse pelgrimsrefugio’s of albergues en in Franse pelgrimsgîtes, zie ook de vraag: Hoe overnachten?

Voor overnachten in een refugio (dit is in Samos) is een pelgrimspaspoort noodzakelijk

In een refugio is een pelgrimspaspoort vereist

Het document dient ook om stempels te verzamelen. Dit werkt volgens het ‘Elfstedentochtprincipe’. Overal langs de route kunt U stempels (Spaans: sello; Frans: tampon) krijgen. En overal is ook letterlijk overal: in kerken en kloosters, in albergues en refugio’s, op campings en in hotels, in gemeentehuizen, in cafés en restaurants, bij de VVV en ga zo maar door. Soms moet U erom vragen, in refugio’s is het onderdeel van de incheckprocedure en soms is het zelfbediening. Stempel en stempelkussen staan klaar, help yourself.

Voorblad van het speciale Franciscaner pelgrimspaspoort uit 2014

Voorblad van het speciale Franciscaner pelgrimspaspoort uit 2014

Meer over het credential, de stempels en de twee Caminogetuigschriften staat hier. Een officieel credential (pelgrimspaspoort, niet te verwarren met de Compostela, het getuigschrift na voltooiing van de pelgrimstocht) wordt tegen betaling van een paar euro’s uitgegeven door erkende instellingen. Klik hier voor een overzicht van erkende instellingen.
Er zijn dus verschillende credentials, maar het verschil zit ‘m voornamelijk in het voorblad en in het stempel van de uitgevende organisatie op pagina 1. Iedere organisatie die pelgrimspaspoorten uitgeeft heeft vaak een eigen voorkantvariant en uiteraard een eigen stempel. De binnenkant is vooral gevuld met lege ‘vakjes’ bedoeld om stempels te verzamelen.
U kunt ook een credential bestellen via de site www.santiagodecompostela.me. Deze one-man-site, gerund door Ivar Revke, heeft een on-line winkeltje in Caminoartikelen. Waaronder het pelgrimspaspoort, uitgegeven door het Pelgrimsbureau in Santiago. Hij verkoopt een pelgrimspaspoort voor euro 2,50 excl. verzendkosten. Ietsje duurder is een aankoop via de site www.bicigrino.com.

Pelgrimspaspoort pagina 1

Pelgrimspaspoort pagina 1

Een Spaans credencial dus:
Nombre del peregrino = naam van de pelgrim.
D.N.I. / Pasaporte = Nummer identiteitsbewijs.
Dirección = Adres/woonplaats/land waar U woont.
Lugar de inicio de la peregrinación = Plaats van vertrek.
En bicicleta = per fiets. (dit vakje aankruisen).
De ruimte onder ‘Cumplió la peregrinación, Sello’ is bestemd voor een stempel (sello) van het Pelgrimsbureau in Santiago. Aan de balie waar U Uw credential toont zal het baliepersoneel hier een stempel zetten en de datum van aankomst invullen: Santiago, a <datum> de <maand> de 2015.

Onder de tekst ‘Credencial que expide’ (= Credential uitgegeven door) staat het stempel van de uitgevende instantie. In dit voorbeeld het Pelgrimsbureau in Santiago. Indien een stempel ontbreekt of indien er een willekeurig stempel staat, is het pelgrimspaspoort ongeldig. Met ‘willekeurig’ worden alle stempels bedoeld van niet door het Pelgrimsbureau erkende instellingen, namaaksels en imitaties.
Ik schrijf dit naar aanleiding van het groeiend aantal Nederlandse uitgevers van ‘universele’ pelgrimspaspoorten. De prijs varieert van €2,50 (excl. verzenden) tot € 15. Vaak is het onduidelijk welke erkende instelling als feitelijke uitgever fungeert. Indien er in Uw paspoort géén (of een fancy) stempel op pagina 1 staat loopt U risico. Hoe groot is lastig te zeggen. Het zal in de particuliere albergues wel loslopen. Maar mogelijk doen de herbergier van een katholieke albergue en zeker het personeel aan de balie van het Pelgrimsbureau wel moeilijk. Sinds april 2016 zijn maatregelen van kracht die de wildgroei van allerlei alternatieve credentials moeten uitbannen. Het pelgrimsbureau accepteert enkel nog credentials uitgegeven voor geautoriseerde instanties. Lees hier meer.
Op de site van www.bicigrino.com staat in dit verband:
“a partir del año 2010 la oficina del peregrino de Santiago no acepta como válidas las credenciales que no sean las oficiales emitidas por la iglesia católica.”
Las credenciales del bicigrino son originales y adquiridas en el Arzobispado, por lo que no tendréis ningún problema al presentarlas en Santiago. Lo único que las hace diferentes y genuinas es el sello del expedidor que es el de “bicigrino.com” pero a los efectos son las oficiales y únicas reconocidas.”

In de pelgrimspaspoorten die Bicigrino verkoopt staat op pagina 1 hun stempel, maar dat is geen probleem, stelt hun site, omdat “son originales y adquiridas en el Arzobispado”. Vertaling: “ze zijn origineel en gekocht bij het aartsbisdom” (van Santiago). Of dit ook klopt is me niet bekend.

Stempel van het Genootschap op pagina 1 van een pelgrimspaspoort

Stempel van het Genootschap. Pelgrimspaspoort pagina 1.

Maar wilt u zeker zijn dat u een echt credential heeft, word dan lid van het Nederlands Genootschap van Sint Jacob en u ontvangt er een. In door dit genootschap uitgegeven credentials staat -dus- een stempel van hen. Ook zij schrijven (Ultreia 55) dat vanaf 1 april 2016 de controle op de geldigheid van pelgrimspaspoorten is aangescherpt.
Het Nederlandse pelgrimspaspoort bevat ook een tekst waarin gevraagd wordt de pelgrim zo nodig te helpen en een handtekening van de voorzitter van het Genootschap.
Ook in Frankrijk en Spanje worden credentials verstrekt door door het Pelgrimsbureau in Santiago erkende instellingen. Bijv. het pelgrimsbureau in St. Jean-Pied-de-Port of Spaanse kerken. Voor meer adressen in Spanje, klik hier. De Camino Francés kan immers in elke plaats op de route worden begonnen, bijvoorbeeld in Astorga.

De pastoor van de kerk in Châtellerault zet een 'tampon'.

De pastoor van de kerk in Châtellerault zet een ‘tampon’.

Onderweg een credential aanschaffen kan dus. In Frankrijk zal dat wat lastiger zijn dan in Spanje, waar U in de eerste de beste albergue waar U wilt overnachten er (meestal) een kunt kopen. Houd Uw ID-bewijs bij de hand. Prijs: een paar euro.
In Frankrijk kunt U het proberen bij een ‘Office du Tourisme’ in een wat grotere plaats aan de route, bijv. Tours of Vézelay. Prijs: circa 10 euro. De kans dat een pastoor van een of andere kerk er een voor U heeft liggen is klein. Uiteraard is het altijd handig als U de taal spreekt.

Pelgrimspaspoort uitgegeven door de 'Amigos del Camino de Santiago' in Astorga.

Pelgrimspaspoort uitgegeven door de ‘Amigos del Camino de Santiago’ in Astorga.

Het overkoepelend Spaans Caminogenootschap is de Federación Española de Asociaciones de Amigos del Camino de Santiago. Hierbij zijn alle Spaanse Caminogenootschappen aangesloten. De website van deze organisatie staat hier. Ze heeft haar zetel (sede) in Logroño aan de Calle Ruavieja 3, bajo. Ze is opgericht in Estella op 29 december 1961, naar voorbeeld van de Franse Societé des Amis de Saint-Jacques de Compostelle, opgericht in juli 1950. De reden dat de Fransen zoveel eerder waren dan de Spanjaarden heeft waarschijnlijk een historische oorzaak. In de begintijd van de bedevaart waren er nauwe banden tussen de Franse kloosterorde van Cluny, Franse koningen (o.a. Karel de Grote en later Odo van Bourgondië) en de koningen van Castilië. De Fransen waren de Spaanse christenen te hulp waren geschoten in hun strijd tegen de Moren. De naam ‘Francés’ verwijst naar de Franse aspecten van de populairste camino.

Geloofsbrief van Vlaamse pelgrim.

Geloofsbrief van Vlaamse pelgrim.

Het Caminogenootschap in Vlaanderen geeft naast een stempelboekje een officiële geloofsbrief aan pelgrims. In Nederland zijn stempelboekje en geloofsbrief gecombineerd in het pelgrimspaspoort. De tekst op de geloofsbrief lijkt op de tekst in het pelgrimspaspoort (help de pelgrim zo nodig) en het is een mooi document. Het woord geloofsbrief is de vertaling van de universeel gebruikte term ‘credential’ en dus treffender dan de term ‘pelgrimspaspoort’. Niet dat de pelgrim wat aan zijn geloofsbrief heeft: geen enkel Frans of Spaans pelgrimsonderkomen vraagt erom en de tekst is in het Nederlands gesteld. Naar het stempelboekje of pelgrimspaspoort wordt uitdrukkelijk wel gevraagd. Maar het gaat om het idee. In de Middeleeuwen waren geloofsbrieven op veel terreinen van essentieel belang. Mooi dat de Vlamingen dit element proberen vast te houden.

Net zoals in Spanje zijn er ook in Frankrijk regionale Genootschappen van Saint Jacques. Die hebben zich weer verenigd in twee overkoepelende organisaties. De ene gevestigd in Le Puy-en-Velay: Fédération Française des Associations des Chemis de Saint-Jacques de Compostelle, de FFACC, waarbij bijv. het Genootschap Voie de Vézelay is aangesloten. De andere is de hiervoor genoemde Société, gevestigd in Parijs, waarbij bijv. de Assocation Lot et Garonnaise is aangesloten.
De meeste regionale genootschappen hebben een eigen site. De informatiewaarde is per site verschillend. Sommige sites bevatten een overzicht van de overnachtingsmogelijkheden in hun gebied, bijv. in de Vienne. Voor alle genootschappen geldt dat ze zich vrijwel uitsluitend richten op de lopende (Franse) pelgrim. Omdat de wandel- en fietsroutes nogal verschillen is maar een beperkt deel van de geboden informatie voor fietsers interessant.

In het pelgrimsbureau in Santiago (Rúa das Carretas 33) kunt U op vertoon van een pelgrimspaspoort met voldoende stempels een getuigschrift, het Compostela krijgen. Er zijn twee varianten. Het ‘echte’ compostela en het certificado alternativo. Het echte krijgt u gratis als u als reden voor het fietsen (of lopen) van de Camino opgeeft ‘religieus’ (religioso) of ‘spiritueel’ (spiritual), al dan niet aangevuld met het motief ‘cultural’.
Het certificado alternativo is voor degenen die enkel het motief ‘cultural’ opgeven als reden waarom men de Camino heeft afgelegd. Helaas is er nauwelijks (zeg maar ‘geen’) informatie over dit document op de site van het pelgrimsbureau te vinden.
Daarnaast is in maart 2014 ‘op veler verzoek’ het Certificado de Distancia geïntroduceerd. Dit extra document is wat luxer vormgegeven en het bevat gegevens over de pelgrimstocht van degene die het aanvraagt. Ook pelgrims die allang thuis zijn kunnen het aanvragen. Stuur een mail naar: certificadodedistancia@catedraldesantiago.es .
Het certificado de distancia kost drie euro. Zie ook vraag 29.

De Camino wordt (helaas?) commerciëler

De Camino wordt (helaas?) commerciëler

De Camino wordt langzaamaan commerciëler en efficiënter. Zo moet tegenwoordig betaald worden voor een bezoek aan de kerk met de kip en de haan in Santo Domingo de la Calzada, worden in het pelgrimsbureau geen compostela’s meer in prachtig handschrift en met alle namen van de pelgrim voluit uitgeschreven, kun je het beeld van Santiago achter in de kathedraal niet meer aanraken, wordt Foncebadón weer bewoond, etc.

Caminotoeristen nabij Ligonde

Caminotoeristen nabij Ligonde

Ook steeds meer reisorganisaties bieden comfortabele Santiagoreizen aan met een klein vleugje Camino, door een of meer korte wandel- of fietsetappes in de reis op te nemen. Caminotoeristen met witte benen en kleine rugzakjes mengen zich tussen de ‘echte’ pelgrims die vele honderden kilometers hebben gelopen of gefietst. Hoe dichter U bij Santiago komt, hoe meer caminotoeristen U ziet. Als U voor de eerste keer gaat dan valt dat niet zo op. Maar voor degenen die al een keer (of meerdere) zijn geweest, zijn de veranderingen goed merkbaar. Deze ontwikkeling zal zich alleen maar voortzetten.

Steen markeert grens van de gemeente Santiago

De afstand is niet misselijk, zo’n 2.500 à 2.900 kilometer. Afhankelijk van waaruit U in Nederland vertrekt en welke route U neemt. Het is avontuurlijk. Niemand kan vooraf uittekenen hoe alles zal verlopen gedurende de 4 à 5 weken die de tocht zal duren. Precies daarom is het de meesten te doen. Het is avontuurlijk en sportief, met een cultureel tintje. Benut de mogelijkheid om onderweg veel te zien. Laat U niet haasten en neem de tijd om rond te kijken.

Ondanks het feit dat sommige reisverslagen anders doen vermoeden, zijn de indrukken die U opdoet en de contacten met anderen het belangrijkst. Niet de afgelegde kilometers, de overbrugde hoogtemeters of de gemiddelde snelheid.

Genoeg tijd voor bezinning op deze achteraf weggetjes

Genoeg tijd voor bezinning op deze achteraf weggetjes

Heeft U de tocht voltooid dan kunt U dat met trots aan iedereen die het horen wil vertellen. Tot slot speelt mee dat de tocht een bezinning kan zijn. Een bezinning op Uw carrière, Uw relatie, het geloof, het leven als geheel. Dit komt nog het meest bij de pelgrims die in de Middeleeuwen de tocht lopend volbrachten.
Sommige fietsers willen per se geen pelgrim zijn. Ze kopen geen pelgrimspaspoort, overnachten (dus) niet in albergues, deponeren geen steen bij het Cruz de Ferro en zonderen zich af van allen die ze onderweg ontmoeten. Ieder zijn eigen keuze, maar door je als eenling op te stellen en alles te mijden wat de Camino zo bijzonder maakt, mis je veel en doe je jezelf tekort.

Naargeestige bouwval in Castrojeriz.

Vervallen en naargeestig bouwsel in Castrojeriz.

Weer anderen klagen in hun blog over wat ze onderweg ‘moeten’ meemaken. Over de eentonige kilometers en het karige pelgrimsmenu, over onhygiënische albergues met snurkende gasten, over de hitte en de vele klimmetjes, over Spanjaarden en Fransen die geen Engels verstaan, over naargeestige en vervallen dorpjes en over lopende pelgrims die de weg (over)bevolken. Vanuit een negatieve mindset gezien klopt ’t allemaal en kun je maar beter thuis blijven. Klik op reisverslag herman kusters om het reisverslag van een soms wat narrige fietser te lezen.

Kerkje in El Burgo Ranero

Kerkje in El Burgo Ranero

Een andere pelgrim schreef in 2013: “In de loop van de dag werden de plaatsjes echter vervallen en naargeestig. De kroon spande El Burgo Ranero. Er cirkelden nog net geen gieren om de kerktoren, maar verder vond ik het helemaal niks. Ik zou hier kamperen, maar ben snel verder gegaan.
Waarschijnlijk is deze fietser zo rond drie uur in de middag het dorpje binnen gereden. Het is dan siësta en er heerst een uitgestorven sfeer. Ook de gieren houden dan siësta. Komt U op een meer christelijke tijd dan kunt U in het kerkje van San Pedro Apóstol een stempel halen.

Santiago is ook interessant uit geschiedkundig oogpunt. De apostel St. Jacob (de meerdere, el mayor) is de patroonheilige van Spanje.

Symbolen van St. Jacob. Zwaard en schelp.

Hij staat bekend als Santiago Matamoros, de morendoder. Verwijzend naar de eeuwenlange bezetting van Spanje (met uitzondering Asturië) door de Moren. En de herovering van het land, in de laatste fase onder leiding van de katholieke koningen (reyes católicos, deze titel werd hen verleend door Paus Alexander VI ) Isabella van Castilië in 1469 getrouwd met Fernando van Aragón. Een belangrijk moment in het begin van de reconquista was de slag bij Clavijo op 23 mei 844, toen Ramiro I, koning van Asturië, de troepen van Abd ar-Rahman II versloeg. Geholpen door een ridder op een wit paard: Santiago Apóstol, althans zo vertelt de legende.

Uitzicht vanaf kasteel in Clavijo

Uitzicht vanaf kasteel in Clavijo

Geschiedkundigen beweren dat in werkelijkheid de slag bij Clavijo nooit heeft plaatsgevonden, een stelling waar overigens niet iedereen het mee eens is. En voor wie denkt waar ken ik de naam ‘Abd ar-Rahman’ van. Juist ja, Abd er Rahman Al Ghafiqi werd in 732 bij Poitiers verslagen door Karel Martel. Als U de westelijke route neemt komt U dicht langs het slagveld waar de Moren door Karel Martel verslagen werden. De ruïnes van het kasteel van Clavijo liggen als een kraaiennest boven een kloof, 15 km ten zuiden van Logroño.

Hieronder in vogelvlucht de historische ontwikkeling van het Iberisch Schiereiland tussen 400 en 1400. De jaartallen zijn indicatief. Enkele tussenvormen, zoals het Koninkrijk Nájera-Pamplona rond het jaar 1000 hebben maar korte tijd bestaan. Het viel na de dood van koning Sancho III uiteen waarna zijn zoon Fernando I de eerste koning van Castilië werd.
Goed is te zien dat het oude koninkrijk León werd overgenomen door het Koninkrijk Castilië (fusie in 1230; de twee rivaliserende koningen waren broers van elkaar). Daardoor werd het Castiliaans de officiële Spaanse taal. In het Monasterio van San Millán kunt U de oudste Castiliaanse bibliotheek bezoeken.

Graven van de koningen van Leon

Graven van de koningen van Leon

Tussen de steden León en Burgos bestaat nog steeds rivaliteit. León heeft meer historie. De Romeinse keizer Augustus stationeerde in Hispania (Spanje) enkele van zijn legioenen o.a. om goudmijnen te beschermen tegen de aanvallen van de ‘barbaren uit Cantabrië’. In Hispania werd veel goud en zilver gedolven en naar Rome verscheept.
In León (afgeleid van Legio = legioen) werd het gedurende een kleine honderd jaar het zesde legioen gelegerd (Legio VI Victrix), reden waarom het de bijnaam Hispaniensis kreeg. Legio X Gemina werd een tijd in Asturica Augusta (nu Astorga) gestationeerd. Na de ineenstorting van het Romeinse rijk beleefde León goede tijden als handelscentrum voor goud dat in ‘de buurt’ werd gevonden. Het was de hoofdstad van het Koninkrijk van León tusssen 910 en 1230. De koningen liggen in het Panteon de los Reyes, grenzend aan de pas gerestaureerde kerk van San Isidoro (zeker een bezoek waard).

El Cid in Burgos

El Cid in Burgos

Burgos is in 884 gesticht als versterkte nederzetting (burgo) met een burcht aan de nieuwe grens tussen het Koninkrijk van Asturië (later León) en het Emiraat van Córdoba. Oorspronkelijk lag Burgos hoog boven de rivier de Arlanzón. Momenteel ligt de stad aan deze rivier en is van de burcht alleen een ruïne over. Van 1037 tot 1087 was het de hoofdstad van het Koninkrijk Castilië (Land van Kastelen). Daarna nam Toledo (de oude hoofdstad van de Visigoten) deze positie over. In juni 1561 maakte de ook in Nederland bekende Philips II Madrid de hoofdstad van Spanje. Een samenvoeging van de koninkrijken Castilië en León, Navarra (Baskenland), Aragón en Granada, laatste stukje Moslimgebied. Beroemd figuur in Burgos is El Cid, die leefde van 1040 tot 1099. Hij speelde een belangrijke rol tijdens de reconquista.

Iberisch schiereiland tussen 400 en 1400

Iberisch schiereiland tussen 400 en 1400

Slag bij Las Navas de Tolosa.

Net als El Cid was Santiago Matamoros een belangrijk (legendarisch) figuur in de herovering van Spanje op de Moren. El Cid heeft een praalgraf in de kathedraal van Burgos. De Apostel Jacobus heeft een praalgraf in Santiago. De hoefijzers die het paard van Santiago Matamoros droeg tijdens de slag bij las Navas de Tolosa op 16 juli 1212, zijn te bewonderen in het Monasterio van Cañas. U ziet, Santiago Matamoros is een fantastisch figuur. Hoe dan ook, ruim 600 jaar strijd. Onze tachtigjarige oorlog is er niks bij. U zult op vele plaatsen in Spanje de afbeeldingen van Santiago op zijn paard zien. Evenals het rode zwaard van de orde van Sint Jacob. De kleur rood symboliseert het bloed van de verslagen Arabieren.

Een van de vele beelden van Santiago Matamoros

Over de herkomst van de schelp als symbool (la Concha de Santiago) bestaan verschillende meningen. Volgens de site Spain.info.nl_BE namen Middeleeuwse pelgrims deze schelp mee naar huis als bewijs dat ze in Santiago waren geweest. Men vond deze schelpen op het strand van de West-Spaanse kust. Er zijn ook andere verklaringen, klik hier.

Het oudste boek waarin de pelgrimsroute is beschreven is het Liber Peregrinationis, het boek voor pelgrims. Dit boek is het vijfde deel van de Codex Calixtinus, ook het Liber Sancti Jacobi genoemd. Een serie teksten genoemd naar Paus Calixtus onder wiens invloed ze omstreeks 1160 door verschillende auteurs werden samengesteld. Deel vijf van de Codex Calixtinus wordt toegeschreven aan Aymeric Picaud van Partenay gaat specifiek over de pelgrimsroute. Vaak wordt het de eerste reisgids genoemd. Het boek is nog steeds te koop en de tekst staat op internet.
Zeer interessant is de aflevering van Geschiedenis-24 (1987, Hans Keller en Cees Nooteboom) getiteld: ‘De geschiedenis van een tocht‘. Alhoewel de beelden oud zijn is hun verhaal nog uiterst actueel. Een aanrader voor wie wil gaan en voor hen die de tocht al gemaakt hebben.

Detail van de Tombe (met daarin de resten) van Sint Jacob. Deze tombe staat in de kathedraal van Santiago de Compostela.

Dat in deze tombe de resten van Sint Jacob liggen is een legende en wordt dan ook niet (meer) erkend door het Vaticaan. Paus Johannes-Paulus II en Paus Benedictus XVI vermeden het woord ‘tombe’ en spraken over een ‘memorial’.
Desondanks neemt het aantal pelgrims naar Santiago ieder jaar toe. Uit twee grafieken hieronder wordt duidelijk hoe snel de populariteit van de pelgrimstocht naar Santiago stijgt.

aantallen pelgrims tabel 1983-2021 per jan 2016.jpg

Ontwikkeling aantallen pelgrims

In 1998 kwamen er ruim 30.000 pelgrims aan. In 2015 werden ruim 260.000 pelgrims geregistreerd. De prognose voor het Heilig Jaar 2021 is dat er 400.000 mensen in het Pelgrimsbureau hun Compostela komen halen. De mijlpaal 250.000 werd al in 2015 bereikt. In 2016 (een ingelast Heilig Jaar) zullen zich waarschijnlijk ruim 300.000 pelgrims melden. Santiago de Compostela heeft rond de 100.000 inwoners.
In het hele jaar 1978 werden slechts dertien (13!) pelgrims geteld. De verhouding lopen/fietsen was lange tijd 85/15, maar verandert de afgelopen jaren richting 90/10. De snelle stijging van het aantal pelgrims kan uiteraard niet zonder gevolgen blijven. Ondanks de uitbreiding van het aantal (private) refugio’s in Spanje zal de toenemende drukte het vinden van een bed in een refugio lastiger maken. Aan de snelle stijging van het aantal pelgrims liggen -waarschijnlijk- onderstaande oorzaken ten grondslag:
1. De Camino lopen levert inspiratie voor een nieuwe levensfase. Het aantal mensen dat hieraan behoefte heeft neemt toe, bijv. na een echtscheiding, burn-out, mislukte studie, overwonnen ziekte, etc.
2. (Delen van) de Camino lopen of fietsen is (vooral voor Spanjaarden) een goedkope manier van vakantie houden. De faciliteiten zijn prima en de prijs is laag.
3. Reisorganisaties wakkeren het Caminotoerisme aan. Zij beloven hun klanten de unieke ervaring van eeuwenoud ritueel gecombineerd met een luxe ondersteuning. Onder andere Amerikanen lijken hiervoor gevoelig en lopen/fietsen de laatste 100 kilometer met minimale bagage.
4. Europa vergrijst. Voor vitale pensionado’s is de Camino een interessante uitdaging. Niet al te moeilijk, prima faciliteiten en de Camino lopen/fietsen levert een unieke beleving op.
5. En er zijn gelovigen die de tocht zien als een bedevaart naar een Heilig Oord.
Deze compleet verschillende motieven, gecombineerd met de internationale diversiteit maakt het gesprek met pelgrims die U onderweg ontmoet zo interessant.

aantallen pelgrims nl tabel 1983-2021 per jan 20161.jpg

Ontwikkeling aantallen
Nederlandse pelgrims

Het aantal Nederlandse pelgrims is in de afgelopen jaren explosief gestegen. Van 2.500 in 2011 naar zo’n 3.500 in 2015. In het extra Heilig Jaar 2016 zullen mogelijk wel 4.000 Nederlandse pelgrims aankomen. De mijlpaal 5.000 wordt voorzien in 2021.
Let wel: in deze cijfers zijn de fietsers en wandelaars die zich in Santiago niet hebben laten inschrijven niet meegeteld. Hoeveel er dat zijn is moeilijk te zeggen. Het aantal Nederlandse fietsers dat zonder credential op stap gaat en zich (dus) niet laat inschrijven op het pelgrimsbureau in Santiago zou wel eens -relatief gesproken- aanzienlijk kunnen zijn. Het idee ‘pelgrim’ te zijn en de associatie met het katholieke geloof kan sommigen ervan weerhouden een credential te kopen. Het scheelt een paar euro maar U kunt geen gebruik maken van de diensten van de meeste refugio’s. Uiteraard geen probleem voor hen die dat toch al niet van plan waren.

Statistieken Nederlandse pelgrims 2013

Statistieken Nederlandse pelgrims 2013

Lopende pelgrims kunnen het de fietser lastig maken.

Drukte op de Camino.

De toenemende drukte merkt U pas echt op het laatste deel van de Camino. Ruim veertig procent van de pelgrims vertrekt in of ná León. Vanaf Sarría kan de drukte enorm zijn omdat starten in deze plaats, 114 km van Santiago, voor wandelaars nog net recht geeft op een Compostolaat. In 2014 vertrok een kwart van alle pelgrims vanuit Sarría. Na Sarría is het dus druk op de Camino, vooral in augustus.

Ook van de 3.015 Nederlandse pelgrims die in 2012 aankwamen vertrokken er maar 786 uit Nederland; in 2013 was dit cijfer 723 (van de 2.890 in totaal). Dus ongeveer een kwart van de Nederlandse pelgrims vertrekt vanuit huis; een groot deel van hen pakt de fiets. Naar schatting 2/3 neemt de westelijke route door Frankrijk. Een derde volgt de oostelijke route. Dat verklaart waarom U op de oostelijke route weinig of geen Nederlandse pelgrims ontmoet. Na Puente la Reina wordt de kans op ontmoetingen met Nederlandse pelgrims aanzienlijk groter. Voor België (cijfers 2013) geldt: 1857 pelgrims waarvan 386 (20%) vanuit huis gestart.
Als U via St.Jean-Pied-de-Port fietst dan zult U merken dat dit dorpje een populaire startplaats is. In 2014 vertrokken hier ongeveer 30.000 pelgrims. Binnen de stadsmuren komt U tientallen pelgrims tegen. Bovendien trekt het dorpje veel toeristen. Voor sommigen is dit een reden om St.Jean-Pied-de-Port te mijden. Het pelgrimsbureau ligt hoog in de ‘binnenstad’ aan de hoofdstraat, net voor een oude stadspoort. Er tegenover lag de Nederlandse refuge L’Esprit du Chemin. De eigenaren Huberta Wiertsema en Arno Cuppen hebben hun herberg verkocht en zijn in Anthien, in de buurt van Vézelay, een nieuwe herberg Le Chemin, gestart. Hun oude herberg bestaat nog wel maar dan onder de naam Beilari, Baskisch voor pelgrim.

Pelgrims ontmoeten elkaar in Hontanas.

Pelgrims ontmoeten elkaar in Hontanas.

Overigens is niet iedereen het er mee eens dat het fantastisch is de Camino te lopen (of te fietsen). Er zijn argumenten bedacht waarom je deze route juist niet zou moeten nemen, althans niet te voet. Uiteraard zijn de argumenten overdreven en soms wat gezocht, maar er zit vaak ook wat in. Zeker in augustus is vooral het laatste deel van de Camino erg druk. Ik heb Nederlandse pensionado’s gesproken (die al meer dan tien jaar in Spanje woonden en nauwelijks Spaans spraken). Ze hadden de laatste 100 km van de Camino gelopen, want dan krijg je al een Compostolaat. (het criterium voor fietsers is: de laatste 200 km fietsen). Als deze categorie pelgrims de overhand gaat krijgen dan wordt het snel minder leuk. Dus degenen die op zoek zijn naar een echt outdoor fietsavontuur kunnen beter de mountainbike nemen en de Camino del Norte rijden. Of door bijv. Mongolië gaan fietsen.

naar de vragen

2. Waarom fietsen?

Fietsen met bagage in Postel

Omdat het sneller gaat dan lopen en omdat U tóch nog heel veel kunt zien. Het eerste is van belang als U geen drie maanden de tijd hebt, of U Uw partner niet zo lang alleen wilt laten. Maar dat neemt niet weg dat El Camino vooral een wandelevenement is. Dat merkt U aan alles. Bijv. in het logo van het Nederlandse genootschap van Sint Jacob staat een lopende pelgrim afgebeeld. Een Engelstalige beschrijving van El Camino (via de Camino Francés in 33 etappes) voor wandelaars staat in de pdf Camino de Santiago te voet. Deze tekst is ook voor bepaalde fietsers lezenswaard. Vooral voor hen die geïnteresseerd zijn in historie en cultuur van de dorpen en steden die aan de Camino liggen.

De Camino wandelen is niet altijd een pretje

De Camino lopen is niet altijd een pretje

Slechts iets meer dan 10% (de Spaanse mountainbikers meegerekend) kwam in 2014 per fiets aan in Santiago. In de ogen van veel wandelaars -zo lijkt ‘t- zijn fietsers eerder vakantiegasten of sportievelingen met prestatiedrang dan pelgrims die rust, vriendschap en verbondenheid zoeken. En eerlijk gezegd kan ik wel een eind meegaan in deze beleving. Vooral als ’t met mooi weer bergje-af gaat en de wandelaars in de hitte (zakdoeken op ’t hoofd) dezelfde weg te voet moeten afleggen.
Maar een prettige eigenschap van fietsen is dat U veel kunt zien, dat U flexibel bent en dat het een goede bezigheid voor lijf en leden is.
Het Genootschap van Sint Jacob heeft aan het verschil tussen wandelaars en fietsers twee artikelen gewijd. De vrijheid van een fietser is geschreven vanuit de optiek van de fietser. Deze tekst geeft een goed beeld. De reactie daarop van enkele wandelaars staat in De weldadige wandelaar. In deze tekst is te lezen dat (sommige) wandelaars de fietsers niet als echte pelgrims zien. Want -zo schrijft iemand- wandelaars gaan voor ontmoetingen met mensen en fietsers gaan van plaats naar plaats.
Hoe dan ook, tips over (langeafstand) fietsen in het algemeen en over klimmen en dalen in het bijzonder vindt U op deze site en ook hier.
Fietsen naar Santiago is ook een vrij populaire activiteit om sponsorgelden voor een goed doel te vergaren. Meestal gaat het daarbij om de prestatie. Het maken van veel kilometers in zo min mogelijk tijd of het bereiken van de eindstreep in Santiago. Want zo werkt het in de (westerse) wereld. Prima, want elk goed doel kan elke euro goed gebruiken. Maar laat Uw prestatiedrang niet de boventoon voeren. Denk ook aan Uzelf en geniet van de tocht. Laat de weg het doel zijn, niet de bestemming of Uw prestatie!

Pelgrims of langeafstand fietsers?

Er zijn er ook die wel een prestatie willen neerzetten en zij werken het parcours in drie weken af. Op een racefiets of met een mountainbike, meestal geen of nauwelijks bagage en met één doel: zo snel mogelijk in Santiago aankomen. Zoals een gezelschap Vlaamse wielrenners dat het parcours aflegde in 15 (!) etappes. Voor deze doelgroep is deze tekst niet geschreven. Maar het moet gezegd: de echte pelgrim loopt. Pas dan ervaart U de eindeloosheid van de tocht en ondergaat U de ontberingen die eraan gekoppeld zijn.

U kunt ook op deze manier pelgrimeren.

Als U vanuit Nederland loopt bent U ruim 100 dagen onderweg, de fietser rond de 30 dagen. De fietser kan wat minder kritisch zijn op het mee te nemen gewicht. De lopende pelgrim moet op elke gram letten. Tien kilo kan, maar acht kilo is beter. Voor de fietser zijn deze cijfers resp. 23 kg en 18 kg. En tenslotte, de wandelaar heeft een behoorlijke kans op lichamelijke ongemakken: pijn in de rug en/of blaren op de voeten. De goed voorbereide fietser kan de tocht maken zonder enig lichamelijk ongemak.

Lopend naar Santiago is ver en slopend.

Lopen naar Santiago is ver, heet en stoffig met (soms) weinig schaduw.

Daar tegenover staat dat de lopende pelgrim de tocht aanzienlijk intenser ervaart dan de fietser. Voor de fietser kan het vakantiegevoel wel ‘ns boven komen drijven, voor de loper is de tocht bepaald geen vakantie. Santiago is voor de loper (vanuit Nederland) ver, slopend en soms afzien. Maar de beloning voor de lopende pelgrim is groter: meer gezien, meer beleefd, meer ervaren, intenser geleefd. Desondanks: persoonlijk geef ik de voorkeur aan fietsen.
Om critici vóór te zijn: de foto hiernaast geeft de situatie weer direct na de eeuwwisseling. Deze weg -sommigen noemen ‘m de weg met de bomen- loopt van Reliegos naar Mansilla de las Mulas. Het wandelpad links van de weg werd in de jaren ’90 aangelegd als onderdeel van het beleid van de regering van Galicië om ‘el Camino’ op de kaart te zetten nadat deze tot Europees erfgoed was verklaard. Inmiddels zijn de bomen groter en geven ze wandelaars enige bescherming tegen de soms verzengende Spaanse middagzon. Maar dit laat onverlet dat de Camino wandelen soms behoorlijk afzien is; het Spaanse Rode Kruis patrouilleert daarom op lange paden waar geen bescherming tegen de zon is. Fietsen is ook wel ‘ns afzien, maar naar mijn idee en ervaring aanzienlijk minder dan wandelen.

De echte pelgrim loopt….

Door te fietsen mist U best wel wat van de echte Camino in Spanje. Bijvoorbeeld: op het traject Puente la Reina naar Viana volgt de fietser de oude hoofdweg (NA1110/N111). Heerlijk ontspannen fietsen op een brede weg. Dat kan omdat het doorgaande autoverkeer de A12 volgt. De oude hoofdweg mijdt echter de kleine dorpjes op het traject zoals Villamayor de Monjardín. De wandelroute komt wel door al die dorpjes. De fietser moet erop bedacht zijn even linksaf te gaan naar de beroemde gratis wijntap in Irache; de wandelaar vindt ‘m op zijn route. Hetzelfde geldt voor een dorpje zoals Hontanas en het Monasterio San Juan de Ortega. Bijzonder is dat U zult merken via een onzichtbaar draadje met andere fietsende pelgrims verbonden te zijn. Mensen die U vandaag ontmoet ziet U een paar dagen niet en dan staat U opeens weer oog in oog met hen ergens op een plein, op een camping of langs de kant van de weg. Soms zoeken pelgrims elkaar op en fietsen een stuk samen. Soms dagen lang. Maar het is de vraag of iedereen op gezelschap zit te wachten.

Voor degenen die op de teksten op de blog van een pelgrim reageren met opbeurend bedoelde opmerkingen zoals ‘je bent er bijna’ en ‘nog maar 100 kilometer’ heb ik een teleurstellend bericht. Bijna het ergste wat een pelgrim kan overkomen is dat hij/zij zich realiseert ‘ik ben er bijna’. Want dat betekent ‘het is afgelopen, uit, over, ten einde’. Hoe fijn de aankomst op het plein voor de kathedraal ook zal zijn, het besef dat ‘het’ daarmee over is, is voor velen ook een domper op de feestvreugde.

Ervan uitgaande dat U vijf à zes weken beschikbaar heeft kunt U in plaats van fietsen vanuit Nederland ook gaan lopen vanuit St. Jean Pied-de-Port. De verschillen tussen het fietsen en het lopen van El Camino zijn:

1. Fysiek is wandelen aanzienlijk zwaarder. Op sommige (eenzame) delen van de Camino is het Spaanse Rode Kruis actief om in problemen geraakte wandelaars hulp te bieden.
2. De dagindeling is anders: wandelaars vertrekken in alle vroegte (om 06:00 is geen uitzondering), fietsers vertrekken tussen 08:00 en 09:00. De meeste wandelaars stoppen om uiterlijk 14:00 uur, de fietser tussen 16:00 en 17:00 uur.
3. Gemiddelde dagetappe wandelen: 25 km. Fietsen: 80 km.
4. De routes zijn regelmatig anders. Niet alleen tussen de dorpen en steden aan de Camino, maar soms wijkt de fietsroute (ver) af van de wandelroute en komt -dus- door plaatsen die niets met de Camino van doen hebben. Ook mist de fietsroute Caminoplaatsen zoals Redecilla del Camino.
5. Fietsers volgen (meestal) het asfalt, wandelaars lopen (veelal) op zand- en gravelpaden.
6. Wandelaars hebben bij sommige albergues voorrang op fietsers; soms zijn fietsers pas na vijf uur welkom in een albergue. (als er dan nog plaats is)
7. Fietsers zijn flexibeler. Zij kunnen gemakkelijker een bezienswaardigheid bezoeken die niet direct aan de route ligt of doorrijden naar een andere albergue.
8. Wandelaars voelen zich (en zijn het wellicht ook) de échte pelgrims. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de Camino fietsen soms voelt als een vakantie. Wandelaars hebben meer contacten met andere pelgrims dan fietsers. Door de Camino te lopen (vanaf Saint Jean-Pied-de-Port) beleeft U de Camino wezenlijk anders en waarschijnlijk ook aanzienlijk intenser.
9. Wandelaars moeten alerter zijn op het gewicht van hun bagage. Zij kunnen aanzienlijk minder kilo’s meenemen.
10. Wandelaars zijn (vooral in Spanje) veruit in de meerderheid. Dat, gecombineerd met het min of meer gelijktijdige vertrek, heeft tot gevolg dat elke ochtend veel wandelaars onderweg zijn. U -wat later vertrokken- passeert deze optocht van groepen, groepjes, duo’s en eenlingen tussen grofweg 10:00 en 12:00 uur. Na 14:00 is er nauwelijks nog een wandelaar te bekennen.

Indien U een beschrijving van de Camino Francés wilt lezen vanuit de optiek van de wandelaar, lees dan Camino de Santiago te voet. Deze Engelstalige pdf is een samenvoeging van de 33 etappes van El Camino, zoals te lezen op de site http://www.galiciaguide.com. Zeer lezenswaard indien U geïnteresseerd bent in cultuur en historie van de Camino Rancés.

E-bike met derailleur

E-bike met derailleur

Met de opkomst van de elektrische fiets wordt ook de vraag actueel of dit transportmiddel geschikt is voor de tocht naar Santiago.
In augustus 2013 reden twee pelgrims een deel van de St. Jacobsroute. Een van hen met een e-bike die soms ook onderweg moet worden bijgeladen. Lees hier hun ervaringen.

Uiteraard is het verstandig met voldoende accucapaciteit te gaan fietsen. Tenminste 300 watt/uur, maar 400 watt/uur is beter. Reken met gemiddeld 65 km per dag. In totaal duurt Uw fietstocht zes à zeven weken. Wel zijn er extra risico’s, met name in geval van pech onderweg. Weliswaar is de elektrische fiets (bici eléctricas) ook in Spanje bekend, maar daarmee is niet gegarandeerd dat U op een soepele oplossing van problemen kunt vertrouwen. Meer informatie over de risico’s die U loopt staat hier. Waar U zeker rekening mee moet houden is de kans op een shimmy. Vooral elektrische damesfietsen met lage instap zijn hiervoor erg gevoelig. In een afdaling kan de fiets gaan zwabberen en wordt dan bijna onbestuurbaar. Vallen met alle gevolgen van dien is niet uitgesloten. Dat kan al gebeuren bij snelheden van 35 à 40 km/uur. Let dus op Uw snelheid in een afdaling.
Ook de keuze van het type versnelling is belangrijk. Er zijn drie varianten:
– derailleurversnelling
– naafversnelling
– automatische versnelling
De derailleurversnelling heeft in bergachtig gebied de voorkeur. Lees hier meer.
U kunt zich afvragen of pelgrims met een elektrische fiets geweigerd worden in Spaanse refugio’s. Op formele gronden kan dit. Het reglement van de Caminobureau in Santiago erkent alleen diegenen als pelgrim die op eigen kracht of op paarden/(muil)ezelkracht de tocht maken. Gemotoriseerde ondersteuning in welke vorm dan ook hoort daar niet bij. Men schrijft: “Quedan excluidas, por tanto, otras formas de desplazamiento para acceder a la Compostela, excepto cuando se trate de discapacitados.” Voor gehandicapten gelden dus wel uitzonderingen.

Rua do Vilar 1, ingang van het pelgrimsburo

Rua do Vilar 1, ingang van het pelgrimsbureau

Maar of de praktijk ook altijd zo werkt is een ander verhaal. Naar mijn idee zal het wel meevallen met het weigeren van elektrische fietsen in refugio’s. Ik kan me niet herinneren dat de hospitalero persoonlijk de fietsen kwam inspecteren om te zien of deze niet gemotoriseerd waren. En al zou de hospitalero het zien, dan is het niet zeker dat de toegang tot de refugio geweigerd wordt. Waar regels zijn, zijn ook uitzonderingen mogelijk. In een pragmatisch Spanje zeker. Bovendien, een toenemend aantal refugio’s is een particulier bedrijf. En voor deze uitbaters is elke klant er één.

Om teleurstellingen te voorkomen is het verstandig dat U (bij de vraag ‘hoe bent U hier gekomen?’) gewoon ‘per fiets’ opgeeft als U bij het pelgrimsbureau een compostela wilt verkrijgen.
Op sommige sites staat dat “Het pelgrimsbureau in Santiago de Compostela heeft erkend dat fietsers op een fiets met trapondersteuning ook op eigen kracht voortbewegen.” Deze bewering is gestoeld op de case Maus Sturmer. Zij heeft hemel en aarde bewogen om een Compostela te krijgen. Het Pelgrimsbureau weigerde dat aanvankelijk omdat mw. Sturmer expliciet aangaf met een eléktrische fiets de Camino te hebben afgelegd.

Trek de accu eruit...

Trek de accu er uit…

Na wat gebakkelei ging het Pelgrimsbureau overstag. Een geval van katholiek pragmatisme vermoed ik. Maar sommigen zien ’t als een erkenning van de stelling dat een elektrische fiets óók onder het criterium ‘eigen kracht’ valt. Deze stelling klopt -lijkt mij- nadat de accu uit de elektrische fiets is verwijderd. Hoe ’t ook zij, het is verstandig het Pelgrimsbureau op dit punt niet (opnieuw) uit te dagen.

naar de vragen

3. In welke tijd van het jaar?

18 mei 2013, het is zeer koud op weg naar O`Cebreiro.

18 mei 2013, het is zeer koud op weg naar O`Cebreiro.

De beste tijd is juni. Daarom: plan Uw vertrek, indien mogelijk, in de periode 25 mei – 15 juni.
Vroeg in mei vertrekken kan ook, maar dan kan het soms nog koud zijn. Niet alleen in Noord-Frankrijk, maar ook in Noord-Spanje. De maximum-temperatuur was medio mei 2013 in bijv. Burgos 9 graden en in Foncebadón 2 graden met sneeuwbuien. Zo extreem is het niet elk jaar, maar het kan wel weer gebeuren.

Het kan soms flink plensen

Het kan soms flink plensen

Op 26 mei 2015 ’s middags op de Col du Somport was ’t slechts vier graden. Hieronder een beeld van ‘het weer in Frankrijk’. Voor vier plaatsen (twee op de westelijke en twee op de oostelijke route) zijn de dag- en nachttemperaturen en de regenval in vier grafiekjes weergegeven. De cijfers zijn langjarige gemiddelden. Er kunnen dus flinke uitschieters zijn. Meer historische temperatuurdata staan op de site http://www.incapable.fr. Klik hier voor een overzicht van de jaartemperatuur (2012) in Auxerre. Op deze site kunt U van bijna 200 plaatsen dit soort gegevens vinden.

Het weer in Frankrijk (mei t/m september)

In juli en augustus kan ’t op de Spaanse Meseta erg warm zijn en vanaf september korten de dagen aanzienlijk. Juni is de beste tijd. Nog voor alle vakantiedrukte onderweg, lange dagen en een behoorlijke kans op goed fietsweer. Lange dagen zijn van belang omdat U dan het ritme ‘vroeg op en op tijd stoppen’ kunt aanhouden. Wat vroeg op is, hangt af van de keuze hoe U wilt overnachten: zes uur als U kampeert, zeven uur-half acht in een hotel. In beide gevallen is deze tijd afgestemd op de vertrektijd: acht uur ’s ochtends, tevens de uiterste vertrektijd uit Spaanse refugio’s.

Zon op, zon onder in Burgos

Vergis U niet. U kunt de Nederlandse tijden zon-op, zon-onder niet zomaar transplanteren naar Spanje. Hiernaast een grafiek van het zon-op/zon-onder tijdvak voor Burgos. In juni gaat de zon rond tien over half zeven op en rond tien voor tien onder.

Een groene Tierra de Campos nabij Iglesias (23 juni 2008)

Op tijd stoppen, bijvoorbeeld om vier uur geeft gelegenheid tot rust en U kunt nog eens wat bekijken. Hoe verder U naar ’t westen komt, hoe later ’t donker wordt. Belangrijk is ook dat het in juni nog groen is en er bloemen bloeien langs de kant van de weg. In het najaar zijn de Meseta (Spaanse hoogvlakte) en de Tierra de Campos (uitgestrekte graanvelden) grote dorre gele vlaktes, waar de wind vrij spel heeft. De wind kan het hele jaar een flinke tegenstander zijn. Niet voor niets zult U op diverse plaatsen moderne windmolens zien. Hieronder een kaart met de windkracht in Spanje. Duidelijk is te zien dat er in het gebied tussen Burgos en León (de Meseta) een flinke wind kan staan.

Windkracht in Spanje. Op de Meseta kan het flink waaien.

Windkracht in Spanje. Op de Meseta kan het flink waaien.

Dezelfde plek op 7 juli 2011.

Hieronder twee grafieken die inzicht geven in ‘het weer’ in de plaatsen Burgos en Santiago. Links een beeld van de regenhoeveelheden in millimeters per maand. Rechts de dag- en nachttemperaturen. Bron voor beide grafieken zijn de gemiddelden per maand over de periode 2001-2011 van de site www.tutiempo.net. Een site waarop ook de actuele Spaanse weersverwachting staat.

Dezelfde plek op 20 juni 2012.

Omdat het gemiddelden zijn, moet U rekening houden met uitslagen naar boven en beneden. Dit geldt met name de grafiek die regenhoeveelheden laat zien. Over de verdeling van de regenval over de periode van een maand is weinig te zeggen. Gemiddeld regent het op twee tot tien dagen per maand. U kunt dus de pech hebben dat de dubbele maandhoeveelheid regen valt als U in Santiago bent. Meer gegevens over temperatuur en regenval staan op de Spaanse site aemet.es. Klik hier voor de gegevens van bijv. León.

Regenval en temperaturen in Burgos en Santiago

En tenslotte pleit het voor juni dat er dan in Spanje massa’s ooievaars rondvliegen en nestelen. Mooi om te zien.
Indien U de feestelijkheden (en de drukte) rond de naamdag van Sint Jacob, ook wel San Xacobeo, San(t’) Iago of ‘ome Koos’ genoemd, op 25 juli wilt meemaken plant U uw vertrek op of rond 20 juni. In een heilig jaar (ano santo) is het dan extra druk. Tot voor kort hoefde U zich hierover geen zorgen te maken. Het eerstvolgende heilig jaar (sinds 2010) zou pas in 2021 zijn; het eerste was in 1126, ingesteld door Paus Calixtus II. Maar eind 2015 besloot Paus Franciscus tot een ingelast Romeins Heilig Jaar: 2016. Met als gevolg dat ook het kapittel van het bisdom van Santiago de Compostela een extra Heilig Jaar instelt. De frequentie van het Romeinse Heilige Jaar verschilt van het Compostolaanse Heilig Jaar; men had dus ook anders kunnen besluiten. Maar nu 2016 ook in Santiago een Heilig Jaar is en dus de Heilige Deur open zal zijn én er extra aflaten te verdienen zijn, zal dit ongetwijfeld tot veel extra drukte leiden. Ik verwacht dat er daarom in 2016 meer dan 300.000 pelgrims naar Santiago zullen gaan. Dat wordt dringen in de albergues. En niet alleen daar.

aantal pelgrims in 2015 per maand

Ook in 2015 was augustus de drukste maand.

In 2015 werden bij het pelgrimsbureau 262.485 pelgrims geregistreerd (alle routes bijeen), waarvan er 25.343 per fiets arriveerden. Hiernaast een grafiek van de verdeling over het jaar. Augustus was -zoals elk jaar- met zo’n 55.000 pelgrims veruit de drukste maand. Voor een goede interpretatie van deze grafiek is het goed te weten dat: (1) de helft van alle pelgrims Spaanse wandelaars en mountainbikers zijn, (2) ongeveer twee-derde van het totale aantal pelgrims de Camino Francés neemt en (3) ruim 40% van de lopende pelgrims in of na León vertrekt. Klik op Statistieken 2013 voor statistische gegevens over 2013 gepubliceerd door het Pelgrimsbureau in Santiago.

De Spaanse Meseta met windmolens.

De Spaanse Meseta met windmolens.

De grote drukte is in augustus op deze laatste kilometers goed merkbaar. Vooral vóór twaalf uur. Dan lopen grote colonnes voetgangers richting Santiago. De refugio’s draaien overuren. Op het traject vóór León is het aantal pelgrims weliswaar minder, maar er zijn ook minder en minder grote refugio’s. Het vinden van een bed in een refugio kan (mede vanwege het acceptatiebeleid) voor fietsers ook daar lastig zijn. En de hygiëne in refugio’s is in augustus ook ietsje minder dan U zou wensen. Mijd dus augustus, niet alleen vanwege de hitte op de Meseta.

naar de vragen

4. Alleen of met z‘n tweeën?

Het voordeel van alleen fietsen is dat U een eigen tempo kunt aanhouden, kunt stoppen waar U wilt, tijd nemen om foto’s te maken en wat al niet meer. Baas over eigen route. En het geeft de mogelijkheid om in alle rust te fietsen. Er is niemand die tegen U aan praat op momenten dat U stil wilt zijn. Toch verdient met z’n tweeën gaan de voorkeur. Vooral uit optiek van veiligheid. Er zijn hele stukken route waar U compleet alleen bent als U niet samen fietst. Als er wat gebeurt, van een eenvoudig pechgeval tot erger, U staat er helemaal alleen voor.

Gezellig samen genieten van het pelgrimsmenu in Nájera

Áls U nog kunt staan. Ook is het overnachten in een hotel goedkoper. Kamers worden veelal per eenheid verhuurd ongeacht of er een of twee personen slapen. En het kan natuurlijk een stuk gezelliger zijn om met z’n tweeën ervaringen te delen of een stad te bezoeken. In je uppie je avondmaal oppeuzelen is ook maar alleen. Het alleen zijn tijdens de avonduren kan ook opbreken. Uiteraard geldt dit niet voor iedereen, maar voor sommige pelgrims is het alleen zijn vooral ’s avonds een zware belasting. Ook kunt U door heimwee worden overvallen. Kortom, tal van redenen om niet alleen te gaan. De Jacobsstaf nr 97 beschrijft op pag 16 e.v. reacties van pelgrims op een gebroken vriendschap. Want dat gebeurt ook onderweg naar Santiago. Compagnons die als vrienden vertrekken maar elkaar onderweg voor goed verliezen.
Er zijn ook (getrouwde/samenwonende) levenspartners die de tocht maken. Het kan uitstekend mits men bereid is rekening met elkaar te houden. Maar dat is niet anders dan in het ‘gewone leven’.

Veel fietsers gaan als duo

Veel fietsers gaan als duo

Indien U met (een of meer) compagnon(s) gaat fietsen, maak dan vooraf een aantal duidelijke afspraken. Over het al dan niet samen rijden, over wat te doen als de een ziek wordt, of als je elkaar kwijt bent. En over (ongeveer) hoe laat te vertrekken en te stoppen, wat te doen als er iemand in de familie- of kennissenkring overlijdt. Het lijkt ver gezocht, maar het gebeurt. Uiteraard kunt U een aantal heikele en/of weinig waarschijnlijke scenario’s taboe verklaren en het erop aan laten komen, als het scenario zich voordoet. Maar steek niet te vaak Uw kop in het zand. Het kan bijv. erg vervelend zijn als op de tweede dag blijkt dat de ene compagnon vroeg op stap wil terwijl de ander gewend is aan ‘eerst een koffie en een krantje’.

Maak ook een soort van planning zodat beiden weten waaraan begonnen wordt. Vooral van belang is het tempo waarin wordt gereden en de ruimte die er is om dingen te bekijken. Het zou ideaal zijn als beide fietsers gelijkgestemd zijn. Maar meestal moeten de compagnons zich over en weer wat aanpassen. Als U dat van tevoren weet en er afspraken over maakt kan de Camino uitgroeien tot een niet te vergeten ervaring voor allebei.

Er zijn ook andere meningen: geen afspraken maken. Echte vriendschap overwint alles. Laat ’t komen zoals ’t komt en vertrouw altijd op de goede afloop. En inderdaad, er zijn tal van getuigenissen van pelgrims die op moeilijke momenten vanuit ‘das Blaue hinein’ een oplossing kregen aangereikt. Sommigen spreken dan van een ontmoeting met een ‘engel’, anderen reageren zakelijker. Maar ontegenzeglijk en uit eigen ervaring puttend: het gebeurt.

Alleen is soms héél alleen

Cavia: alleen is soms héél alleen

Op de man af gevraagd is mijn keuze toch: alleen rijden, ondanks de risico’s en de (mogelijke) eenzaamheid. Ik heb de tocht zowel alleen als met een compagnon gemaakt. Alleen rijden beviel me beter. Vooral vanwege de ultieme vrijheid en de intensere contacten met anderen, pelgrims en ‘locals’. Bent U een echt gezelligheidsmens die niet alleen kán zijn, of vindt U de risico’s toch te groot, ga dan met een compagnon.

Bij de afweging alleen of in gezelschap is afgezien van de mening van de achterblijvers, het thuisfront. Voor hen kan het een geruststelling zijn indien U niet alleen gaat. Niet dat ze geen vertrouwen hebben in Uw voorbereiding, in Uw conditie of in Uw doorzettingsvermogen. Nee, het is gewoon een vreemd idee iemand helemaal in z’n eentje te zien wegfietsen voor een tocht van vier of vijf weken. Nog afgezien van het vooruitzicht gedurende die periode ‘alleen’ achter te blijven. Onderschat de impact van Uw onderneming op de achterblijvers niet. Ze kunnen het soms zwaarder hebben dan U.

Soms is de groep erg groot.

Soms is de groep erg groot.

De toenemende populariteit van de Camino trekt ook groepen aan. Een lokale fietsclub, een groep collega’s, een vriendengroep, etc. Prima idee. Er is echter één belangrijke ‘maar’. Dit betreft het overnachten in Spaanse refugio’s en Franse pelgrimsgites. Op de site van de Spaanse Caminogenootschappen wordt expliciet gesteld dat groepen (fietsers) geen gebruik kunnen maken van de Spaanse albergues langs de route. In hoeverre dat ook praktijk is, is de vraag, maar het is een punt om rekening mee te houden. Het kan zijn dat particuliere, commerciële albergues niet moeilijk doen. Het kan ook zijn dat in het voor- en naseizoen minder albergues moeilijk doen. Niet duidelijk is wanneer een groep een groep is (4 personen?, 8 personen?). De Spanjaarden adviseren groepen om in andere onderkomens te overnachten: camping, polideportivos, colegios, residencias, hostales, etc. Het is goed te begrijpen. De meeste albergues hebben niet zoveel capaciteit (< 50 bedden) en de lopende pelgrims hebben vaak voorrang op fietsers. Zeker als het wat drukker begint te worden. Dus, gaat U als groep, zoek andere overnachtingsmogelijkheden, of spreid de groep over verschillende refugio’s.

Georganiseerde fietsreis naar santiago

Overnachten in tenten

De populariteit van de fietstocht is ook input voor een businesscase. Zo worden er georganiseerde kampeerfietsreizen aangeboden. U gaat dan in een los-vaste groep, waarbij U zelf kunt bepalen hoe lang U over de etappe doet. De organisator biedt u onder andere een pelgrimspaspoort, een reisschema, overnachtingen in een tent en de terugreis (per trein!). Ideaal voor hen die graag naar Santiago willen fietsen maar voor wie de risico’s en het gedoe erom heen een belemmering vormen.

naar de vragen

 

5. Wat kost het?

Zelf koken is wel zo goedkoop

Zelf koken is wel zo goedkoop

Wat de totale kosten van de pelgrimage zijn is lastig te zeggen. Veel hangt af van waar U overnacht, wel of niet zelf Uw potje kookt, hoeveel U onderweg wilt zien (en daarvoor entree moet betalen), of U pech heeft of niet en hoe U terugreist. En uiteraard van de tijd die U onderweg bent. Vier weken of zes weken, dat scheelt een slok op een borrel. Een grof richtgetal voor de alleen reizende pelgrim: reken op een bedrag tussen de 1.200 en 1.700 euro. Als U kiest voor luxe, dan lopen de kosten op tot 2.000 euro of meer. Reist U in gezelschap, kampeert U niet en slaapt U samen in één hotelkamer, dan zal 2.000 euro p.p. normaliter wel het maximum zijn. Deze bedragen zijn exclusief de uitgaven voor de (eventuele) aanschaf van fiets en materialen.

Hieronder een paar aanknopingspunten met globale getallen. De cijfers zijn indicatief, prijspeil 2011/2012 en wat naar boven afgerond. Uit blogs van fietsers in 2015/2016 maak ik op dat de kosten ietsje boven het niveau van 2011/2012 liggen. Als zekerheidsmarge kunt u  5% prijsstijging hanteren ten opzichte van de onderstaande cijfers.
Waar relevant staat tussen {} de bandbreedte in euro’s.

1. Overnachten op een camping kost gemiddeld negen euro. {4-15}.

2. Overnachten in een hotel kost 50 euro per kamer, meestal exclusief ontbijt. {30-300}. Rijdt U met een compagnon en deelt U de kamer, reken dan op 25 euro.

3. Overnachten in een B&B of hostal kost 35 euro {25-50}; in een refugio acht euro {4-12}.

Geweldig diner in Aubeterre-sur-Dronne

4. Voor eten onderweg (inclusief ontbijt) moet U rekenen op negen euro {6-12}, tenzij U uitgebreid wilt ontbijten en lekker wilt lunchen in een brasserie. Dan kost het al snel minstens twintig euro per dag.

5. Het avondmaal kost als U zelf kookt zes euro {4-10} maar als U in een restaurant gaat eten kost het -incl. wijn- al gauw 25 euro. In Spanje kost een pelgrimsmenu slechts tien euro {9-12}, maar ook in Frankrijk zijn vrij goedkope eenvoudige maaltijden te krijgen (plat du jour, ca. 14 euro).

6. De kosten van het gebruik van Uw mobiele telefoon/smartphone kunnen hoog oplopen. Gelukkig heeft ‘Brussel’ de telecommaatschappijen de duimschroeven wat aangedraaid. De bedoeling is dat eind 2017 de extra roamingkosten zijn verdwenen. In de aanloop daarnaartoe verlagen veel telecombedrijven hun tarieven per 30 april 2016. Lees hier meer.
Een alternatief is om gedurende de reis met een prepaid simkaart te werken. De aanschaf ervan kost rond de 5 euro. Er zijn telecombedrijven (bijv Vodafoon) waarbij u voor een vrij gering bedrag (5 à 15 euro) een 30 dagen geldende data- , bel- en smsbundel kunt kopen, geldig in -zo ongeveer- heel west-Europa. Wanneer u slim omgaat met het instellen van het wel/niet toestaan van mobiele data per app op uw telefoon is een bundel van 1000 mb  en 100 sms/belminuten (à 15 euro) vrijwel zeker toereikend. En een laag prepaidtegoed zorgt ervoor dat u niet voor verassingen komt te staan. Dus voor zo’n 20 euro in totaal bent u klaar. En bent u wat zuiniger met data, dan kunt u ‘t zelfs 10 of 15 euro redden. Thuisgekomen doet u weer uw abonnementsim in de telefoon, of u blijft bij prepaid.
Gezien de enorme toename van wifi op allerlei plaatsen is het gebruik van mobiele data lang niet altijd nodig. Wees u er wel van bewust dat een openbaar wifi-netwerk niet zo erg veilig is om bijvoorbeeld te internetbankieren.

Binnenplaatsje van café in Dissay. Pelgrims nemen een drankje.

7. De kosten van een terrasje onderweg zijn erg verschillend. Reken op in totaal 75 euro. Geniet van de plaatselijke brouwsels: txapa in Baskenland en orujo in Galicië. Drink in Spanje geen Heineken maar San Miguel.

8. De kosten van pech variëren van nul tot meer dan vijftig euro als er echte problemen zijn.

9. Entree is voor pelgrims soms gratis, vaak met korting; reken per bezoek op ongeveer vijf euro. Houd er wel rekening mee dat de openstellingstijden in -vooral- Spanje anders zijn dan U gewend bent. Tussen 13:00 uur en 16:30 is men vaak gesloten. De middagopenstelling loopt vaak door tot 19:30 uur.

10. Vervoer terug van Uw bagage via Soetens kost zestig euro, van Uw fiets 120 euro. Via Ryanair zestig respectievelijk tachtig euro, uitgaande van een vlucht met een overstap (naar Eindhoven) op London/Stansted.

11. De kosten van Uw ticket zijn per vliegmaatschappij sterk verschillend. De reis met Ryanair naar Eindhoven kost ongeveer 100 euro, met een overstap en een wachttijd op London/Stansted (5 uur). Vanaf Santiago de Compostela en A Coruña zijn via Vueling goedkope vluchten mogelijk met bestemming Amsterdam/Schiphol. Let op: Nederland heet in Spanje ‘Países Bajos’ of ‘Holanda’. Alternatieven kunnen een paar honderd euro kosten.

Schaaldieren in visrestaurant in Rúa do Franco

12. Tenslotte: wat kost de beloning als U in Santiago bent aangekomen? De een neemt genoegen met een klein souvenir. De ander gaat copieus uit eten (kreeft of zoiets) en een derde kiest voor een of meer nachten in het Parador van Santiago. En weer een ander neemt de bus naar Fisterra. Geen peil op te trekken. Maar als U echt de remmen losgooit dan loopt het al snel in de papieren.

 

Op basis van hierboven genoemde bedragen heb ik de dagelijkse kosten voor drie uitgavenpatronen (budget, normaal, luxe) berekend. De samenstelling van de dagtotalen staat in de tabel hieronder. Het budgetbedrag ‘overnachting’ is een gemiddelde van de overnachtingskosten in Franse B&B’s/pelgrimsgîtes en Spaanse albergues.
Genoemde kosten zijn afgerond om niet de indruk te wekken dat het precieze bedragen zijn. Prijspeil: 2016. In de dagtotalen zijn geen uitgaven gerekend voor pech of andere bijzondere (grote) uitgaven, bijv. een duur souvenir.

Kostensoort Budget Normaal Luxe
Overnachting 12 18 35
Ontbijt/lunch/eten onderweg 8 13 20
Avondeten 9 13 17
Terras/café/entree 0 3 6
Telefoon en overige 1 3 7
Totaal per dag 30 50 85

De kosten voor een overnachting zijn berekend op basis van een alleen reizende pelgrim. Omdat de kosten van een hotelovernachting per kamer worden afgerekend, kunnen de bovenstaande bedragen iets lager uitvallen indien samenreizende pelgrims de hotelkamer delen. De overnachtingen op een camping of in een albergue worden altijd per persoon afgerekend.
Het zal u niet verbazen dat uw keuzes ter zake overnachting en maaltijden sterk bepalend zijn voor de gemiddelde kosten per dag. Zuinig aan doen betekent dus sober overnachten en sobere maaltijden. Dat hoeft overigens helemaal niet verkeerd te zijn.
In onderstaande tabel zijn de totale kosten in euro (excl. aanschaf materialen, kosten bij pech en excl. terugreis) per type fietser/per route en per bestedingspatroon (budget, normaal, luxe) uitgezet.

Type fietser

Wielrenner

Langeafstand fietser

Rustige pelgrim

Route

Bestedingen per dag

west

   20*

oost

   23*

west

   28*

oost

   32*

west

   39*

oost

   45*

Budget, € 30

nvt**

nvt**

840

960

1170

1350

Normaal, € 50

1000

1150

1400

1600

1900

2200

Luxe, € 85

1700

2000

2400

2700

3300

3800

*) Dit getal staat voor het aantal dagen dat deze route netto duurt.
**) Voor de wielrenner is het niet mogelijk tegen het lage (budget) dagtarief te reizen.

Pelgrims op de camping in Castrojeriz

Pelgrims op de camping in Castrojeriz

U kunt eruit opmaken dat de kosten voor de rustig fietsende pelgrim die enkel in hotels overnacht, in restaurants eet en de route ‘Langs oude wegen’ neemt, meer dan aanzienlijk (3800 vs 1400 euro) hoger zijn van de kosten die de stevig doorfietsende langeafstandfietser maakt die de Sint Jacobsroute volgt, in B&B’s, refugio’s en gîtes overnacht en goedkope (pelgrims)menu’s neemt. Ter vergelijking: een georganiseerde, zeer luxe fietsreis Nederland-Santiago (35 fietsdagen/41 dagen totaal) via de St. Jacobsroute kostte (incl. terugreis maar excl. maaltijden en drankjes) in 2014 € 4.500.

De budgetbesteding houdt in: zelf -eenvoudig- koken en zelf ontbijt en lunch regelen, op goedkope campings slapen, nauwelijks wijn of bier drinken, geen terrasjes en geen entreegelden. In Spanje kan men i.p.v op een camping te slapen in goedkope (niet-private) refugio’s overnachten en zo nu en dan het pelgrimsmenu nemen. Kortom: een beetje afzien.

Het Genootschap van Sint Jacob heeft een rekentool op hun site staan waarin u zelf kunt invullen op welk bedrag u uw dagelijkse uitgaven in Frankrijk resp. Spanje begroot. U vult ook in hoe lang de door u gekozen route is en hoeveel kilometer u per dag fietst en voilá het tool rekent uit wat de totale kosten zijn. Wat betreft de lengte van de route stelt men dat de Sint Jacobsroute 200 km langer is dan de route Langs Oude Wegen, iets wat ik waag te betwijfelen. Volgens mij is de afstand Haarlem-Puente la Reina via de Sint Jacobsroute 1.650 km (Pyreneeënpas Puerto de Ibañeta) en via de route LOW 2.000 km. (Pyreneeënpas Col du Somport). De aansluitende Camino Francés (Puente la Reina-Santiago) is 765 km lang.

Pelgrimsgîte in Gurat

Pelgrimsgîte in Gurat

Globaal gesproken zijn de prijzen voor etenswaren in Franse supermarktjes (U treft geen enkele hypermarché op de Sweermanroutes) gelijk aan de Nederlandse prijzen, mogelijk soms iets duurder, bijvoorbeeld fruit. De baguettes zijn goedkoper dan de stokbroden bij AH. In Spanje liggen de supermarktprijzen soms iets lager. Uiteraard zijn campingwinkels vrij duur. Er zijn Nederlandse pelgrims die zich hieraan groen en geel ergeren, daarmee de buitenlandse vooroordelen over de Hollandse pinnigheid bevestigend.

naar de vragen

6. Welke route?

Rosenstock Huessy

Rosenstock-Huessy Huis, Hagestraat 10, Haarlem

Alhoewel St. Jacobiparochie met het Jabikspaad soms ook als het startpunt van de Camino vanuit Nederland wordt gezien, heeft Haarlem de meeste rechten. In deze stad is in het Rosenstock-Huessy Huis aan de Hagestraat 10 een stempelplaats gevestigd. Daar ontvangt een groep vrijwilligers pelgrims. U krijgt er informatie, een kop koffie en een (eerste) stempel in Uw pelgrimspaspoort. Ook kunt U een rondleiding krijgen door het oude klooster met kapel en U kunt zich laten uitzwaaien door familie en bekenden.

Jacobsbeeldje uit 16e eeuw.

Jacobsbeeldje uit 16e eeuw.

Als U gebruik wilt maken van de diensten van de vrijwilligers, stuur dan een mail naar haarlem.santiago@gmail.com met vermelding van telefoonnummer, geplande vertrekdatum/tijd en manier van pelgrimeren: lopen of fietsen. U kunt ook een webformulier van het Genootschap invullen en verzenden.
Het huidige Rosenstock-Huessy Huis was in 1437 het Sint-Jacobs Godshuis, dat op aangeven van de weduwe van Jan Bette Heinricxzn een opvanghuis werd voor de armen in Haarlem, onder bestuur van het Sint Jacobsgilde. Het gaf tevens onderdak aan pelgrims op weg naar Santiago. Nu een mooie historische plek.

Santiago 2.500 km

Santiago 2.500 km

Eenmaal vertrokken zijn er twee routes door België en Frankrijk mogelijk. De westelijke Voie de Tours (St. Jacobsroute, ca 2.500 km) en de oostelijke Voie de Vézelay (Langs oude wegen, ca 2.800 km). Zie voor de belangrijkste verschillen tussen deze routes vraag 8. Klik hier om digitaal te bladeren in de St.Jacobsroute, of hier voor een pdf-je van (helaas maar een stukje) deze route.

Jaagpad langs de Dender

Jaagpad langs de Dender

De route naar Tours loopt door Vlaanderen en de route naar Vézelay door Wallonië. Beide komen uit in het Zuid-Franse St. Jean-Pied-de-Port. Van daaruit gaat de route over de puerto de Ibañeta (1.057 m) naar Roncesvalles en verder naar Puente la Reina. Er is een variant die vanuit Zuid-Frankrijk (Oloron-Sainte-Marie) de Pyreneeën iets oostelijker oversteekt: de Col du Somport op ruim 1.600 m.

Somportpas, afdaling naar Jaca

Deze oversteek sluit in Jaca aan op de Spaanse Ruta Aragonés die uit het oosten naar Puente la Reina voert. Helaas bestaat (nog steeds) het idee dat de oostelijke Somportpas (1630 m) stukken zwaarder is dan de westelijke Roelandspas (1057 m). Misschien doordat de ene pas in absolute cijfers een stuk hoger ligt dan de andere pas. Maar de zwaarte van een bergpas wordt niet bepaald door de absolute hoogte ervan (uitgezonderd passen op grote hoogte met ijle lucht, maar daar is geen sprake van).
Welke Pyreneeënpas de moeilijkste is hangt vrijwel uitsluitend af van het weer dat U treft. Onder gelijke weersomstandigheden is er bijna geen verschil. Het te overbruggen hoogteverschil is ongeveer gelijk (950 meter), de stijgingspercentages verschillen nauwelijks, meestal tussen de 6% en 8%. De relevante verschillen tussen de twee Pyreneeënpassen zijn:

  1. de route via de Somport is zo’n 100 km langer.
  2. op de route via de Roelandspas ligt het drukke en toeristische St. Jean-Pied-de-Port. In Oloron-Sainte-Marie is nauwelijks een pelgrim te bekennen.
  3. de weg naar de Roelandspas voert 24 km over de vrij drukke D933/N135. De route over de Somport mijdt zoveel mogelijk de vrij drukke N134 en is daardoor veiliger.
  4. de Somportpas zelf en de route ernaar toe is mooier (vind ik) dan de westelijke route.
  5. Bij de Roelandspas ligt het kleine Roncesvalles met de ‘Nederlandse’ albergue.

Wilt u de grote stroom pelgrims volgen en de kortste route nemen, fiets dan over de Roelandspas. Heeft u tijd, wilt u de drukte mijden en genieten van mooie natuur en uitzichten, neem dan de Somportpas.

De N-134 naar de Col du Somport

Urdos: de N-134 naar de Col du Somport

Mogelijk ervaart U de Somportpas zelfs wel ietsje gemakkelijker als U een overnachting plant in Accous, Etsaut of Urdos. Klik hier voor overnachtingsadressen (onderaan de site: Pyrenees Atlantiques). Klik hier voor een gedetailleerd profiel van de beklimming van de col du Somport. De lengte van deze klim is afhankelijk van het punt waar de klim volgens U begint. De Ibañetapas heeft wel een duidelijk startpunt: St.Jean-Pied-de-Port. De klim is 24 kilometer. Klik hier voor een gedetailleerd profiel van de beklimming van de puerto de Ibañeta.

De klim naar de cols in de Pyreneeën

Twee Nederlandse fietsers zijn bijna op de Col du Somport

De Somportpas heeft geen duidelijk startpunt. Rekent U vanaf Oloron-Sainte-Marie dan is de klim 56 kilometer. Neemt U Accous als startpunt dan is de klim 28 kilometer. Het echte klimmen begint pas bij Urdos, 13 kilometer onder de top. De weg gaat vanaf Oloron naar Urdos weliswaar omhoog, maar het stijgingspercentage is beperkt: maximaal 4%. Ter vergelijking: de beklimming van de Alpe d’Huez is ruim 13 km lang. Het stijgingspercentage is over vrijwel de gehele klim 8% à 9%; de eerste 1,5 km zelfs 10%.

Deze stijgingspercentages kunt U als volgt interpreteren:

  • tot 4% stijging is gemakkelijk, ook gedurende veel kilometers.
  • tussen 4% en 6% begint het pittiger te worden, maar zeker niet onoverkomelijk.
  • tussen 6% en 8% kan de stijging als “vrij zwaar” worden ervaren.
  • tussen 8% en 10% is ronduit zwaar. Uw snelheid kan terugvallen tot 5 km/uur.
  • boven de 10% is bijna niet te doen, tenzij U erg weinig bagage heeft.

Klik op route santiago voor een pdf-file van de gehele St.Jacobsroute. Deze route komt oorspronkelijk van de inmiddels vervallen site santiago2011.nl en hij is inmiddels wat gedateerd. Het dorpje Demen is startpunt. Deze versie is niet gelijk aan St. Jacobsroute volgens de actuele Sweermanboekjes. Door de vele veranderingen in het traject (nieuwe rotondes, aangelegde snelwegen etc) zijn er inmiddels veel verschillen.

Verschillende routes naar Santiago

Voor de fijnproevers: De oostelijke fietsroute (‘Langs oude wegen’) voert naar Vézelay, pikt daar de ‘Via Lemovicensis‘ (GR 654; Voie de Vézelay) op tot St. Léonard-de-Noblat. Van daaruit wordt een doorsteek gemaakt naar Cahors waarna de fietsroute een klein stukje de ‘Via Podiensis’ (GR 65, Voie du Puy), komend uit Le Puy-en-Velay, volgt. Tot aan Lectoure. Vanaf Lectoure wordt een doorsteek gemaakt naar L’Isle-de-Noe. Daar sluit de fietsroute aan op de ‘Via Tolosana‘ (GR 653, Voie de Arles) die vanuit Arles komt. De Via Tolosana is de enige Franse route die de Pyreneeën oversteekt via de col du Somport en in Jaca aansluit op de Spaanse Ruta Aragonés. De drie andere Franse routes komen -oorspronkelijk- samen in het plaatsje Ostabat, 18 km voor St. Jean-Pied-de-Port. Inmiddels heeft St. Jean-Pied-de-Port de rol als verzamelpunt voor de oversteek van de Pyreneeën van Ostabat overgenomen.

Op Gronze.com vindt U veel gegevens over alle wandelroutes -bijv. Voie de Vézelay- keurig bijeen. U kunt goed zien dat de fietsroute ‘Langs oude wegen’ een samenstelling is van delen van drie wandelroutes. Vandaar ook de naam van deze fietsroute. De westelijke route (‘Sint Jacobsroute’) voert naar Parijs, het startpunt van de ‘Voie de Tours‘ (Via Turonensis, GR655). Deze route loopt via Tours, Poitiers, Saintes, Bordeaux en Dax naar het hiervoor genoemde verzamelpunt Ostabat resp. St. Jean-Pied-de-Port.

De westelijke fietsroute kent een paar alternatieven:
– via Chartres naar Tours in plaats van via Parijs.
– via Angoulême naar Dax in plaats van via Saintes en Bordeaux.

Ter voorkoming van misverstanden: de GR (Grande Randonnee)-routes zijn wandelroutes, veelal over zanderige paden. De fietsroute volgt dezelfde richting, maar vrijwel altijd over het asfalt van de Franse D (doorgaande departementale wegen) en C (smalle binnenweggetjes) wegen.
Er kunnen ook misverstanden ontstaan omdat sommige Franse departementale overheden zelf de fietsroute St. Jacques à velo ontwikkelen, onderdeel van Euro-véloroute 3, de Pilgrimsroute, waarover verderop nadere informatie staat. De route loopt soms gelijk met de westelijke Sweermanroute maar soms ook niet. De Franse bewegwijzering van deze route kan conflicteren met de Nederlandse stickers van het Genootschap en met de routebeschrijving van in -met name- Sweerman’s boekje 2. Lees wat Sweerman hierover schrijft in Aanvulling april 2015 Jacobsroute-2.

De vier Franse pelgrimsroutes

De oostelijke route is ca. 350 kilometer langer dan de westelijke. Incl. verkeerd rijden, boodschappen doen, bezienswaardigheden bezoeken, etc. fietst U een kleine 3.000 km.
In St. Jean PdP was een refuge (L’Esprit du Chemin) met Nederlandse vrijwilligers. Inmiddels is de herberg aan andere (Baskische) uitbaters overgedragen. De Nederlandse herbergiers zijn een herberg gestart nabij Vézelay. Een alternatief voor deze Sweermanroutes door Frankrijk is een combinatie van de fietsroute Eindhoven-Barcelona en de Katharen-fietsroute Narbonne-Biarritz, ‘overstappen’ in Béziers of Narbonne. De Katharenroute is prachtig maar ook zeer pittig.

Puente la Reina = Koninginnebrug

Puente la Reina betekent ‘Koninginnebrug’

St. Jean-Pied-de-Port (feitelijk Puente la Reina) wordt meestal gezien als het begin van de Camino Francés, het “Franse pad”. De populaire Spaanse wandelroute naar Santiago, ongeveer 750 km lang. Op verschillende sites kunt U een overzicht van overnachtingsmogelijkheden op deze route vinden.
Er bestaat geen allesomvattend en dag-actueel overzicht. Hieronder twee vrij actuele pdf-jes:
1. Albergues op de Camino Frances
2. Albergues op de Camino Francés
De file onder <1> is opgesteld op basis van informatie op de site Spanishsteps.eu in mei 2013. Deze site bestaat niet meer.
Beide downloads volgen de wandelroute. Die wijkt regelmatig af van de fietsroute. Vandaar dat U in de files dorpjes ziet die niet aan de fietsroute liggen en dat U dorpjes die aan wél aan de fietsroute maar níet aan de wandelroute liggen mist. Klik op Camino Francés – easy riding voor een (niet meer volledig actuele) pdf-file met fietskaartjes van de Camino Francés. Indien U ervoor kiest om via de Somportpas aan de Camino Francés te beginnen dan kunnen de werkzaamheden aan de N240 ter hoogte van het stuwmeer bij Yesa ongemakken veroorzaken. In Aanvulling april 2015 Deel 3 meldt Sweerman dat U vanwege de afsluiting van delen van de N240 U genoodzaakt bent tussen Tiermas en Yesa circa 9 km over de vluchtstrook van de nieuw aangelegde A21 te fietsen. Mogelijk dat in 2016 de N-240 (dan de NA-2240 geheten?) weer helemaal vrij is; men is er al een hele tijd bezig met de werkzaamheden.

Soms kiezen pelgrims ervoor om de twee Franse routes te combineren. Ze steken halverwege Frankrijk over van de ene naar de andere route. Lees hier het verslag van een Vlaams groepje pelgrims dat deze oversteek maakt. Ze zetten er behoorlijk de vaart in (in 23 dagen van Riemst naar Santiago), maar dat voorbeeld verdient -vind ik- geen navolging.

De Camino del Norte en haar varianten

De Camino del Norte en haar varianten

Een alternatief voor pelgrims die vanuit Nederland of Vlaanderen resp. Zuid Frankrijk vertrekken is de veel minder bekende Camino (Ruta) del Norte die langs de Spaanse noordkust loopt, de Camino Primitivo en de Camino Interior. Deze routes is als fietsroute met een trekkingfiets minder geschikt (zie de vraag: Kun je de Ruta del Norte fietsen?). Van de voor mountainbikes uitgezette route zijn Spaanstalige reisgidsen te koop.

Koning Al(f)onso II el Casto

Behalve deze routes zijn er nog een paar, maar die zijn geen van alle vanuit Nederland of Vlaanderen te fietsen. De startpunten liggen verspreid over Spanje en Portugal.
De oudste Camino is de Camino Primitivo die van Oviedo (Valleviciosa) naar Santiago loopt. Volgens de overlevering heeft Al(f)onso II el Casto, destijds koning van Asturië, deze route eind 9e eeuw gelopen. Hij is daarmee een van de eerste ‘beroemdheden’ die als pelgrim in Santiago aankwamen. In 2015 fietste een drietal pelgrims deze route, zie voor meer informatie vraag 7 ‘Kun je de Ruta del Norte fietsen’.
De Via de la Plata is een alternatief voor pelgrims die met fiets en bagage het vliegtuig naar Sevilla nemen en daar aan de tocht beginnen. De route loopt door het dunbevolkte Extremadura waar het in de zomer zeer heet kan zijn.

Hieronder enkele gegevens (2014) over de populariteit (in aantallen pelgrims) van de verschillende routes:
– Camino Francés: 162.000
– Camino Portugués: 35.000
– Camino del Norte: 15.000
– Via de la Plata: 8.500
– Camino Primitivo: 8.000
– Camino Inglés: 7.000
– Overige Camino’s: 1.000

Een kaart waarop al deze routes staan vindt U op deze site.

En vanaf hier alle wegen naar Santiago één worden.

In Puente la Reina komen twee aanvoerroutes samen. Eentje uit het Franse St. Jean-Pied-de-Port (de Camino in Navarra) en de Ruta Aragonés uit het oosten. Op het punt waar de routes samenkomen staat een beeld(je) met de tekst: “En vanaf hier worden alle wegen naar Santiago één geheel.” Er is inmiddels een hele serie Camino-app(licatie)s voor smartphones. De Baskische supermarkt Consumer Eroski heeft bijv. een gratis Camino app die off-line te gebruiken is. Deze geeft (spaanstalige) informatie over albergues en bezienswaardigheden. De app bevat ook een routebeschrijving voor wandelaars.

Indien U op zoek bent naar een GPS-route (track of waypoints) van de Camino Francés, kijk dan op de Spaans- en Engelstalige site www.bicigrino.com.
Alle routes zijn stevige kost.

Markant bouwsel langs de westelijke Sweermanroute

Markant bouwsel langs de westelijke Sweermanroute

Voor wie de eerste keer de route rijdt, verdient de westelijke route door Frankrijk (Via Turonensis) en verder naar het zuiden overgaand in de Camino Francés de voorkeur. Deze route is door C. Sweerman zeer gedetailleerd beschreven in drie boekjes, te bestellen via internet of te koop in de (reis)boekhandel. Ook van de oostelijke route van Maastricht via Vézelay naar de Pyreneeën bestaan soortgelijke boekjes. Op de Vlaamse site groteroutepaden.be staan links naar downloads van gpx-bestanden van de Sint Jacobsroute en de route Langs oude wegen.

Cruz de Ferro, 12 juli 2011, elf uur ’s ochtends. Acht graden en regen

Twee wandelroutes door Frankrijk

Fietsafstanden o.b.v. gegevens uit de Sweermanboekjes:

– St. Jacobsroute: Haarlem-Puente la Reina: 1.650 km.
– Langs oude wegen: Haarlem-Puente la Reina: 2.000 km.
– Camino Francés: Puente la Reina – Santiago: 765 km.

Iglesias, linksaf naar Santiago

Iglesias, linksaf naar Santiago, nog slechts 514 kilometer

Deze afstanden zijn netto; de aangegeven route wordt exact gevolgd en er wordt geen kilometer extra gereden. In de praktijk zal blijken dat het aantal kilometers dat U rijdt wat hoger uitvalt, bijvoorbeeld omdat U een keer een bezienswaardigheid bezoekt die niet exact aan de route ligt. Momenteel zijn navolgende routeboekjes beschikbaar.

Boekjes van de St. Jacobsroute en de Camino Francés:
– Boekje Haarlem-Tours, 8e dr. 2013.
– Boekje Tours-Pyreneeën, 6e dr. 2013.
– Boekje Pyreneeën-Santiago, 6e dr. 2013.

Boekjes van de route Langs Oude Wegen:
Boekje Maastricht-Nevers, editie 2015.
– Boekje Nevers-Pyreneeën, 5e dr. 2015.

Aanvullingen

Tot eind 2015 kon U op de site van Europafietsers aanvullingen vinden op de meest recente editie. Die service lijkt vervallen. Mogelijk vanwege het feit dat de samensteller van de aanvullingen (C. Sweerman) niet meer de jongste is en doordat GPS-tracks (waarover verderop meer) het ‘oude’ navigatie-uit-een-boekje steeds meer verdringt. Hoe dan ook, hieronder vindt U de aanvullingen op verschillende edities van de ‘Sweerman-boekjes’, beschikbaar per september 2015. Het zijn dus waarschijnlijk de laatst uitgegeven aanvullingen.

Zomer 2014:
Aanvulling juni 2014 Jacobsroute-1
Aanvulling juni 2014 Jacobsroute-2
Aanvulling juni 2014 Deel 3
Aanvulling mei 2014 LOW-1, laatste aanvulling op editie 2012.
Aanvulling juni 2014 LOW-2, laatste aanvulling op editie 2012.

Zomer 2015:
Aanvulling april 2015 Jacobsroute-1, aanvulling op 8e druk.
Aanvulling april 2015 Jacobsroute-2, aanvulling op 6e druk.
Aanvulling april 2015 Deel 3, aanvulling op 6e druk
Op de route LOW editie 2015 zijn nog geen aanvullingen.

Sterk verouderde edities zijn:
– St. Jacobsroute deel 1, 7e druk uit 2010.
– St. Jacobsroute deel 2, 5e druk uit 2006.
– Deel 3, Camino Francés, 5e druk uit 2006.
– Langs Oude Wegen deel 1, editie 2008.
– Langs Oude Wegen deel 2, editie 2009.

Het gebruik van deze oude edities met hun aanvullingen wordt afgeraden.

Meer ruimte voor fietsers.

Meer ruimte voor fietsers.

De toegenomen belangstelling voor de routes naar Santiago gecombineerd met het Franse beleid om fietsers meer faciliteiten te bieden, o.a. door het aanleggen van fietspaden (voies vertes) en gescheiden rijstroken (partage de la route) voor auto en fiets, leidt ertoe dat het fietsen in Frankrijk geleidelijk aan veiliger en prettiger wordt. Een voorbeeld hiervan is de Route Saint Jacques tussen Chateaux-Renault en Tours (38 km) die deels uit een prachtig nieuw fietspad en deels uit een route partagée bestaat. Borden wijzen de automobilist erop attent te zijn en de weg te delen met de fietser, “partageons la route” staat er op borden langs de weg. Echter, deze ontwikkeling staat nog in de kinderschoenen met als gevolg dat U plotseling van een breed fietspad op een gravelpad of drukke weg terecht kunt komen. Indien U het principe ‘security first’ hanteert een geen zin hebt in Franse avonturen blijf dan de routeboekjes van Sweerman volgen. De regio Centre is erg actief onder de titel Saint Jacques à vélo. Navolgende pdf-jes (aug. 2014) geven meer informatie. In het Frans uiteraard…:
Saint-Jacques à vélo – brochure
Saint-Jacques à vélo – routekaart

Ook “Europa” doet een duit in het zakje. In het kader van het beleid ‘duurzaam toerisme’ zijn en worden Europese fietsroutes ontwikkeld, onder de naam EuroVelo. Er zijn inmiddels 14 EuroVelo-routes. Eén ervan, nr 3, heeft de naam ‘Pilgrims Route‘, ruim 5.000 km lang. De route start in het Noorse Trondheim en loopt via Zweden, Denemarken, Duitsland, België en Frankrijk naar Spanje. Het Europese EuroVelo-project loopt van 2012-2020. Grote delen van (o.a.) de Pelgrims Route moeten nog ontwikkeld worden. In Frankrijk lijkt dit samen te gaan met de ontwikkeling van de Franse Voies Vertes. Het kan dus nog wel even duren voordat de hele Pelgrims Route uitgezet, aangelegd en bewegwijzerd is.

GPS-tracks.

Ook met GPS is 'verkeerd rijden' mogelijk

Ook met GPS is ‘verkeerd rijden’ mogelijk

Op internet zijn op verschillende sites GPS-tracks te vinden. De meest betrouwbare en vooral actuele tracks van zowel de St. Jacobsroute als de route Langs Oude Wegen (LOW) vindt U op de site van Europafietsers. Deze tracks zijn opgesteld in samenwerking met de auteur van de bekende routeboekjes. Tracks op andere sites zijn soms sterk verouderd en dus minder betrouwbaar en niet actueel.

Europafietsers heeft voor het gebruik van hun tracks de tekst Europafietsers gebruiksaanwijzing GPS-tracks uitgegeven.
Belangrijk punt in deze tekst is het advies om ‘het juiste’ GPS-apparaat te gebruiken. Een apparaat dat geschikt is voor lange-afstand-tracks. Indien U de keuze hebt om te investeren in drie routeboekjes óf een geschikt GPS-apparaat, dan is de keuze voor een GPS-apparaat wellicht aan te raden.
Ook als U (nog) geen GPS-apparaat heeft kan het bekijken van een Europafietserstrack interessant zijn. Installeer het programma (de app) Garmin Basecamp op Uw pc of mac. Vervolgens laadt U een fietskaart van Europa.  Meer hierover vindt U hier. Daarna  importeert U een *.gdb of *.gpx track van een fietsroute naar Santiago de Compostela van de site Europafietsers. U kunt dan op uw computer de hele route bestuderen. Wilt U een GPS-apparaat aanschaffen, laat U dan goed adviseren. Zowel ter zake het apparaat als over de navigatiekaart die op het toestel is/kan worden geladen.

Links naar GPS-tracks van andere Camino’s staan hieronder. De actualiteit is helaas niet gegarandeerd.

  • Camino del Norte, klik hier.
  • Via de la Plata, klik hier.
  • Camino Primitivo, klik hier.

Mountainbike/ATB.

Op verschillende (Spaanstalige) sites staan GPS-tracks van de Camino Francés voor mountainbikers. U kunt voor zulke route kiezen, maar een toerfiets is geen mountainbike en de bagage van een mountainbiker is -veelal- aanzienlijk minder vergeleken met de toerfietser. Soms helemaal weinig omdat het grootste deel van de bagage per auto getransporteerd wordt. Als Spanjaarden ‘el Camino’ fietsen, gaan ze vrijwel altijd per mountainbike/ATB. Mountainbikers volgen waar enigszins mogelijk de wandelroute. Tot ergernis van veel wandelaars die het niet prettig vinden als bikers hen onverhoeds en rakelings passeren. Mocht U de mountainbike willen nemen, houd hiermee dan rekening. U moet ook rekening houden met de kuilen en stenen op het wandelpad. En afdalen op het wandelpad is soms een hachelijke onderneming. Voor echte bikers geen nieuws. De foto’s hieronder geven een sfeerimpressie.

Met de mountainbike de Camino volgen is een uitdaging

Met de mountainbike de Camino volgen is een uitdaging

Deze link spreekt over kilometers lange klimmen van 10-12%. Klinkklare onzin. Er zijn zeer weinig trajecten met hellingen van meer dan 10%. En die U treft zijn hoogstens een paar honderd meter lang. Twaalf procent stijging is echt een uitschieter van korte duur. Zelfs op de Mont Ventoux (gemiddelde stijging 7,4%) komt slechts ’n enkele keer een uitschieter tot 15% voor. Laat U geen schrik aanjagen.

De verschillen in percentages worden veroorzaakt door de verschillen in afstand waarover ze worden berekend. Professionele bergsites zoals (climbbybike.com of altimetrias.net) berekenen de stijging als gemiddelde over telkens 1.000 meter. Als de afstand waarover telkens wordt berekend korter is, komen hogere percentages voor. Voor bijv. de Mont Ventoux (beklommen vanuit Bedoin) betekent dat:

  • gemiddelde stijging over de gehele klim (21,6 km): 7,4 %.
  • gemiddelde stijging over de steilste 1.000 meter: 10,2%.
  • uitschieters, berekend over een kortere afstand: tot 15%.

Op de site klimgeiten.nl staat meer interessante informatie. Bijv. klimtips.

Hoogteprofiel Camino Frances per fiets

Hoogteprofiel Camino Frances per fiets

Colletje in de buurt van Portomarín

Colletje in de buurt van Portomarín

Dit hoogteprofiel van de Camino per fiets laat naast de bekende cols ook het venijn in de staart zien: twee pittige klimmetjes na Sarria resp. Portomarin. Voor slecht voorbereide fietsers een onaangename verrassing, zie het grafiekje hieronder.

Profiel Camino Francés, Astorga - Santiago, 256 kilometer

Profiel Camino Francés, Astorga – Santiago, 256 kilometer

Sauveterre-de-Bearn, de route is zeer de moeite waard

Sauveterre-de-Bearn, de route is zeer de moeite waard

Het aantal kilometers vanuit Zuid Nederland (Vessem, of all places) is volgens deze site slechts 2.380 km. Dat kan kloppen indien U de meest gerichte route neemt. Maar de kans dat Uw teller in Santiago op 2.500 of iets meer kilometer staat is groot. Indien U de oostelijke route neemt komt U (alles bijeen) in de buurt van de 3.000 km. Voor sommige fietsers is de afgelegde afstand erg belangrijk. Zij meten de gereden kilometers tot in drie decimalen nauwkeurig. Voor anderen maakt het niet zoveel uit. Leuk om te weten maar daar houdt het bij op. Belangrijk is dat U zich realiseert dat de pelgrimage naar Santiago betekent dat U vele dagen (30 of meer) achtereen elke dag een fiks eind ‘moet’ fietsen. En dat vergt conditie, doorzettingsvermogen en vaak ook vindingrijkheid. Maar het is echt een geweldige ervaring, geniet ervan!

Indien bovenstaande grafiek met hoge pieken U de stuipen op het lijf jaagt, troost U dan met het idee dat er (net als in de statistiek) ook in de grafieken drie categorieën zijn: Leugens, grove leugens en grafieken (statistieken). Hieronder een grafiek van de beklimming van de Monte Irago (met daarop het Cruz de Ferro) in een andere schaalverdeling. ‘ n Eitje zoals U ziet.

De klim naar Cruz de Ferro vanuit Astorga

De klim naar Cruz de Ferro vanuit Astorga

Ook op ‘OpenStreetMap’ treft U de Camino aan, klik hier. En zelfs de Duitsers laten van zich horen, klik hier. Voor een pdf met alle Camino’s in noord-Spanje klik op Camino-routes in N-Spanje.

Langs oude wegen: kathedraal van Troyes.

De oostelijke route “Langs oude wegen” is vooral in het begin lastiger vanwege de heuvels in de Belgische Ardennen. En ook het stuk tussen Vézelay en Cahors (500 km) is behoorlijk heuvelachtig. Deze route is de mooiste route qua landschap en stadjes. De westelijke route wordt pas interessant na Chartres en er zit bovendien een heel stuk doodsaaie Les Landes in. De drie boekjes kosten (nieuw) samen bijna € 70. Gebruik geen verouderde versies. Het wegennet (vooral in Frankrijk) en de nummering ervan verandert in een hoog tempo. Wilt U kosten besparen dan kunt U uiteraard ook Uw eigen route kiezen en/of Uw fietsnavigatiesysteem gebruiken.

Het voordeel van de Sweermanboekjes is dat de minst drukke en meest veilige route is uitgestippeld, plus dat er veel informatie over bezienswaardigheden langs de route in vermeld staat. U rijdt wel een aantal kilometers om. Natuurlijk kunt U ervoor kiezen onderweg af te wijken van de route. Bijvoorbeeld als U ziet dat er wel erg veel omgereden wordt. In onderstaand voorbeeld kunt U vanaf Santo Domingo de la Calzada de rode N120 blijven volgen in plaats van de paarse route die het boekje aangeeft.

Kaart in boekje 3

Reken er wel op dat de Spaanse N-wegen drukke wegen zijn met veel vrachtverkeer. En geen fietspad er naast. Hoogstens een wat breed uitgevallen strook asfalt rechts van de doorgetrokken streep aan de rechterkant van de weg. Bovendien moet U er in dit voorbeeld op bedacht zijn dat die rare kronkel in de weg, net voor de Puerto de la Pedraja in de Montes de Oca er niet voor niks zit. Belorado ligt op 638 m, de col op 1.150 m. Een hoogteverschil van ruim 500 meter over een afstand van 20 kilometer.

De N-120 doorkruist Redecilla del Camino

De N-120 doorkruist Redecilla del Camino

Overigens loopt de wandelroute parallel aan de N120. Het smalle caminopad loopt dan weer links, dan weer rechts van de N120. Het komt door dorpjes als Redecilla del Camino, verderop Espinosa del Camino en passeert vervolgens de Puerto de la Pedraja om daarna af te dalen naar Burgos. Dus als U maximaal de wandelroute wilt volgen en/of wilt overnachten in de refugio’s in de dorpjes aan de N120, volg dan deze weg. Realiseert U zich wel dat fietsen over de N120 veel minder relaxt is dan fietsen over de route die Sweerman heeft bedacht.

Ook in Foncebadón kunt U een stukje de wandelroute rijden.

Er zijn ook voorbeelden dat het volgen van een eigen stukje route prima kan. Een ander issue is de vraag of U soms de wandelroute wilt volgen. Er zijn een paar stukken waar dat kan. Niet veel, want de wandelroute gaat vaak over smalle onverharde paadjes die zelfs met een mountainbike en zonder bagage een hele uitdaging zijn. In boekje drie staan er een paar aangegeven, bijvoorbeeld het traject Carrión de los Condes naar Calzadilla de la Cueza, een afstand van vijftien kilometer. Wees voorzichtig op deze trajecten.

Ze lopen links, rechts en door het midden..

Ze lopen links, rechts en door het midden..

In drukke tijden is de weg vol met voetgangers die links, rechts en door het midden lopen. Ze wijken uit op de meest vreemde momenten en ze stellen geen prijs op fietsers die hen rakelings passeren. U heeft het moeilijk aanrijdingen te vermijden en tegelijk kuilen te ontwijken. Ook Uw fiets heeft het moeilijk. Stof en gruis slaan neer op ketting en derailleur, de banden worden geteisterd door scherpe stenen. En als het regent of nat is, spat de modder alle kanten op. Kortom, om de sfeer te proeven kunt U besluiten een stukje echte Camino te rijden, maar de lol gaat er snel vanaf. Op de site van het Engelse St. Jacob genootschap (Way of St. James) vindt U een overzicht van de etappes van de wandelroute van Roncesvalles naar Santiago. Door deze kaarten te vergelijken met de route in Sweerman’s ‘boekje drie’ krijgt U inzicht in de verschillen.

Wandelaars op de echte Camino in de regen, op dezelfde plek als foto hierboven

Voor meer informatie over de route via Tours, klik hier; voor de route via Vézelay klik hier. Ter voorkoming van misverstanden: er is niet één, dé route, zeker niet in Frankrijk. Er zijn veel variaties op elk van de vier wandelroutes. De in de boekjes beschreven fietsroutes kennen zelf ook nog eigen varianten. En op veel plaatsen wijkt de fietsroute af van de route die de wandelaar volgt. In Spanje liggen wandel- en fietsroute wat meer op elkaar. Maar ook daar zijn er hele stukken waarbij de fietser geen enkele wandelaar ziet.

Een ander route-issue is de vraag wat de opties zijn indien U Uw fietsroute niet vanuit huis wilt beginnen maar op een locatie dichterbij Santiago. Dat kan relevant zijn indien U geen vier of vijf weken vakantie kunt opnemen. De belangrijkste vragen zijn dan:

  1. hoe kom ik op de startplaats?
  2. hoe komt mijn fiets (en bagage) op de startplaats?
Zuharpeta Huis.

Zuharpeta Huis.

Om met het laatste te beginnen, het Vessemse bedrijf Soetens kan Uw fiets naar elke plaats op de route naar Santiago transporteren. In St. Jean-Pied-de-Port kunnen zij Uw fiets en bagage afleveren bij Gite Zuharpeta. Voor overige bestemmingen op de Camino dient U zelf voor een bezorglocatie te zorgen. Voor meer informatie over deze service klik hier. Uiteraard kunt U zelf het transport regelen. U vraagt een van Uw kinderen of de buurman om als vervoerder op te treden. En indien U naar Uw startlocatie vliegt kunt U uw fiets mogelijk meenemen in het vliegtuig. Dat alternatief is ook interessant voor pelgrims die de Via de la Plata in Sevilla aanvangen. Uzelf kunt per auto, per trein en per vliegtuig naar de startlocatie reizen. Per auto behoeft geen toelichting. Per trein is relatief lastig en vaak ook vrij duur. Eerst met de Thalys naar Parijs en dan met bijv. de T.G.V. verder; te complex om alle opties hier te benoemen. Maar de site http://www.touradour.com/towns/trains.htm biedt mogelijk aanknopingspunten voor het laatste deel van uw reis naar de Pyreneeën.

Per vliegtuig zijn de -naar mijn idee- relevante opties:

Station St. Jean

St. Jean-Pied-de-Port Station

1. Met Transavia naar Biarritz (Bayonne), voor een start in St. Jean-Pied-de-Port. Met Transavia vliegt U vanaf Rotterdam voor weinig geld en op een gunstige tijd. Uw fiets kan eventueel ook mee. De ervaring van sommige pelgrims met fietstransport door de lucht is niet best. Hun fiets kwam beschadigd aan. Overweeg even of U dit risico neemt. U kunt vanaf het station in Bayonne met de regionale trein naar St. Jean-Pied-de-Port. Deze reis duurt 1:20 uur. Klik hier. Vraag -indien Soetens Uw fiets niet brengt- vooraf even na of Uw fiets ook mee kan in de trein.

Van Biarritz naar St. Jean.

Van Biarritz naar St. Jean.

Fietsen vanaf het vliegveld kan uiteraard ook. De afstand naar St. Jean-Pied-de-Port is een kleine 60 km. Op de D932 en de D918 moet U enkele heuvels nemen. Mogelijk interessant als oefening voor de klim naar de Puerto de Ibañeta.

2. Met Ryanair vanaf Weeze naar Santander en dan per trein via Palencia naar Burgos of eventueel León. Het meenemen van Uw fiets in Spaanse treinen kan een probleem opleveren. Zeker als U moet overstappen in Palencia. Informeer tijdig naar de mogelijkheden. Uiteraard is er nog veel meer te verzinnen. Bijv. van Biarritz naar Pamplona. Maar het uitzoeken hiervan laat ik graag aan U over. Klik op renfe treinenloop noord spanje voor inzicht in de Renfe-treinenloop aldaar. In dit reisverslag (juli 2013) kunt lezen over het gebruik van de regionale trein op delen van de Ruta del Norte. Hieronder een beeld van alle spoorwegen in Frankrijk en noord-Spanje, met een korte toelichting op de Spaanse Renfe-lijnen (stoptreinen en intercities) en de Renfe/Feve-lijnen met boemeltreinen langs de noordkust.

Spoorwegen naar Santiago

Spoorwegen naar Santiago

U ziet dat het reizen met de trein naar (en van) Santiago enigszins complex is. Interessante links zijn:

http://www.renfe.com/viajeros/info/index.html

http://www.renfe.com/viajeros/feve/mapas/index.html

http://www.renfe.com/viajeros/info/bicicletas.html

Voor de volledigheid: U zou kunnen overwegen, ergens in een stad gelegen aan de Camino, een fiets te huren. In plaats van Uw eigen fiets mee naar Spanje te nemen. Dat kan. Maar besef wel dat nagenoeg 100% van de Spaanse fietsers mountainbikers zijn. En dat de fietsverhuurbedrijven (er zijn er tal van) U in principe een mountainbike aanbieden. Bagage mee te nemen in een rugzak en/of in twee kleine tassen. Mocht U interesse hebben, google op zoekterm: “alquiler bici camino santiago”.

naar de vragen

7. Kun je de Ruta del Norte fietsen?

Een werkelijk prachtige route…

Ja dat kan, maar het is niet toevallig dat Clemens Sweerman geen fietsroute ‘Ruta del Norte’, 825 km lang, heeft ontwikkeld. Deze Camino is primair een wandelroute. Er zijn (dus) een paar ‘maren’. Ten eerste is deze route veel zwaarder. Er is (bijna) geen kilometer vlak. De Camino del Norte volgt grofweg de N634 die van Irun (Spaans Baskenland) naar Santiago loopt. Deze weg loopt grotendeels dichtbij de kust en is 730 km lang. Op Youtube staat een video die op deze weg is gemaakt en waarin het Baskische lied ‘Lau teilatu’ van de zanger Itioz is te horen. Fascinerend, want Baskisch is een heel aparte taal.

De N634 loopt deels vlak langs de kust

Er zijn een paar varianten van de Ruta del Norte. Zo kunt U in Ribadesella besluiten in plaats van naar Gijon te gaan naar Oviedo te fietsen. Van Oviedo naar Santiago loopt de Camino Primitivo. Maar U kunt ook vanaf Oviedo de N634 naar de kust volgen en vanaf Soto de Luiña weer verder fietsen langs de kust. De overnachtingsmogelijkheden op Camino del Norte resp. de Camino Primitivo zijn aanzienlijk minder vergeleken met de Camino Francés. Niet verrassend, want het aantal pelgrims is veel kleiner dan op de Camino Francés.

De wandelroute volgt soms ook de N634

U kunt ervoor kiezen de mountainbike route te volgen (met een daarvoor geschikte fiets) of U kunt gebruik maken van een GPX-track geschikt voor een trekkingfiets klik hier. Een Garmin GPS met een CityMap is handig voor het navigeren in de grotere steden. Als U klimmetjes op binnenwegen wilt vermijden kunt U uitwijken naar de N632 en de N634. De binnenwegen zijn iets steiler dan de N-wegen maar voor een geoefende fietser best te doen. De N634 is niet helemaal te vermijden. Op enkele stukken van het traject volgt ook de mountainbikeroute en zelfs de wandelroute deze drukke en vrij smalle doorgaande verkeersweg. Weliswaar heeft het (vracht)verkeer een alternatief: de A8, maar de N634 is toch nog vrij druk. Maar tegenover deze maren staat dat de route werkelijk prachtig is. Soms rijdt U vlak langs de kust, soms door een laan met bomen. Maar het gaat altijd op en af. En regelmatig ook flink; er zijn verschillende 10%-stukken. Voor liefhebbers van vis, schaaldieren en cider is deze route een dagenlange culinaire ontdekkingstocht. U fietst regelmatig door een vissersdorpje en het aantal varianten cider is talrijk. In een sidreria kunt U ze proeven.

Sobrado van de monniken

Het aantal culturele bezienswaardigheden is wat minder. Er zijn bijv. weinig monasterio’s en de dorpjes zijn niet zo aantrekkelijk als die langs de Camino Francés. De mooiste steden zijn Bilbao en Oviedo. Santander is een echte havenstad. In de buurt van Ribadeo buigt de route van de kust af naar het zuid-westen richting Sobrado dos Monxes. Dit is de laatste etappeplaats voor Santiago. Er staat een oud klooster. De planten groeien welig op de twee torens. Dus als U besluit de Ruta del Norte te volgen, neem dan zo weinig mogelijk bagage mee. Geen tent, geen kookspullen, alleen twee achtertassen en een stuurtas met slechts het hoogst nodige.

Een sfeerimpressie van de Camino del Norte is geschreven door de Vlaamse Ruth:

Met een gemiddelde afstand van 50 km. per dag kunnen we ons moeilijk catalogeren onder de “snelle” fietsers. Alhoewel de bergen zelden hoger waren dan 400m., waren de onophoudelijke beklimmingen vanaf zeespiegel lastig en zwaar. Klimpartijen aan 8 à 10% zijn de regel. Geen enkele dag was het plat.
We hebben er nooit een geheim van gemaakt dat we buiten het fietsen ook nog geïnteresseerd zijn in cultuur en natuur. Geen “dwaze” kilometervreterij. En er was véél natuur. Enkel de vervuilende industrie rond de kuststeden San Sebastián, Bilbao, Santander, Gijón en Avilés kon al dit moois bederven. De noordkust van Spanje is één lang gerekte panoramafoto van woeste kliffen, uitnodigende playas, schuimende oceaangolven, groene woeste bergen, dichte spookachtige mistslierten. Ongerepte natuur van ongekende schoonheid.
Omdat we opteerden voor een rustige tocht en een bescheiden vakantiegevoel bezochten we geen overbevolkte refugios maar comfortabele goedkope hotelletjes. De dagelijkse “menu del día” was een must. Hierdoor misten we misschien een beetje het beruchte “camino-gevoel”. We hebben weinig pelgrims ontmoet. Weinig fietsers, meestal oudere stappers onder zware rugzakken, waarvan we vermoeden dat ze bewúst alleen op weg waren in alle stilte. Pas vanaf Arzuá op nog geen 50 km. van Compostela verwijderd, kwamen we terecht op de drukke “Camino Francés” waar we moesten wennen aan de soms luidruchtige pelgrims.
De “Camino del Norte” is een echte aanrader voor wie de gekte van de “Camino Francés” wil vermijden; voor wie op tocht wil gaan in confrontatie met de stilte van de natuur. Een tocht om nooit meer te vergeten.
Bron: http://www.ruth-is-onderweg.net/op-de-fiets-naar/camino-del-norte-2013

Ondanks goede voorbereiding kan het noodzakelijk/gewenst zijn een stukje met de trein te overbruggen. Dat kan met de regionale spoorlijn langs de noordkust van Spanje. De maatschappij die hier rijdt is Feve, een dochteronderneming van Renfe, de Spaanse NS. Aangezien in Spanje verschillende treinsystemen naast elkaar bestaan is het verstandig U even in deze materie te verdiepen indien U de trein als vervoermiddel in overweging neemt. Feve is een soort Arriva met regionale treinen. Renfe heeft intercities (Avant en Trenes Media distancia), boemeltreinen (Cercanías) en hogesnelheidstreinen (AVE).

Interessante links zijn een:
renfe treinenloop noord spanje.
Feve treinenloopin noord Spanje.
– Informatie over fietsen in de trein van Renfe.
– Naar Santiago met de fiets in de trein van de site http://bicisaltren.conbici.org/.

Mocht U gewoon willen fietsen, hieronder een voorbeeld van de etappes.

Etappes Camino del Norte, een voorbeeld:

Verse vis. Heerlijk!

Verse vis. Heerlijk!

1. Irun – Orio, 36 km.
2. Orio – donker / Frederic (gidsen), 56 km.
3. Dark / Frederic – Bilbao, 51 km.
4. Bilbao – Laredo, 60 km.
5. Laredo – Santander, 50 km.
6. Santander – San Vicente de la Barquera, 58 km.
7. San Vicente de la Barquera – Ribadesella, 66 km.
8. Ribadesella – Oviedo, 80 km.
9. Oviedo – Soto de Luiña, 56 km.
10. Soto de Luiña – La Caridad, 70 km.
11. La Caridad – Lourenza, 60 km.
12. Lourenza – Villalba, 50 km.
13. Villalba – Sobrado, 48 km.
14. Sobrado – Santiago de Compostela, 55 km.

De dagelijks te rijden afstand is aanzienlijk minder dan een (gemiddelde) etappe op de Camino Francés. Dit vanwege de grotere moeilijkheidsgraad van de Camino del Norte en het kleinere aantal overnachtingsmogelijkheden. Klik op Albergues Camino del Norte voor een lijst met veel, zo niet alle albergues op de Camino del Norte. De actuele lijst is te downloaden van de site Caminosnorte.org. Een (vrij) actueel reisverslag van de Camino del Norte staat hier.

Op basis van het reisverslag van een drietal pelgrims dat in 2015 een combinatie van de Ruta del Norte en de Camino Primitivo fietste, hieronder hun reisplan:
Aansluiting op de Sweermanroute Langs Oude Wegen:
Oloron-ste-Marie – Mauléon-Licharre, 31 km, refugio van les Amis du chemin de St.Jacques.
Mauléon-Licharre – Cambo-les-Bains, 68 km: camping Bixt Eder.

Aansluiting op St. Jacobsroute van Sweerman:
Hasparren – Cambo-les-Bains, 10 km. Camping Bixt Eder
Cambo-les-Bains – Igeldo Igeldo camping 68 km.
Igeldo – Markina-Xemein, 68 km, albergue Pitis.
Markina -Xemein – Portugalete, 90 km, albergue Portugalete.
Portugalete – Santander, 75 km camping Cabo Mayor .
Santander – San Vicente de la Barquera, 61 km, El Rosal camping.
San Vicente de la Barquera – Colunga 90 km, camping Costa . Verde
Colunga – Oviedo, 66 km, albergue Peregrino El Salvador.
Oviedo – La Espina, 62 km albergue El Texu.
Espina – Grandas de Salime, 92 km, albergue van Grandas de Salime.
Grandas de Salime – Lugo, 78 km, . albergue de Peregrinos
Lugo -. Arzúa 69 km
Arzúa – Santiago, 50 km.

Albergue in San Vicente

Hostel in San Vicente de la Barquera

De albergues waarin is overnacht zijn te vinden op de site van Gronze.com.
Uit het reisverslag van het drietal blijkt dat de combinatie van de Ruta del Norte en de Camino Primitivo een loodzwaar alternatief is voor de Camino Francés. Zónder de massaliteit van Camino Francés. Een uitdagende optie voor Caminorecedivisten of voor sportieve pelgrims die de gebaande paden willen mijden. Houd er rekening mee dat de route langs de Spaanse noordkust vele riviermonden passeert. Soms is er een brug, soms kunt U met een pont(je) overvaren. Maar het kan ook zijn dat U pas een stuk zuidelijker de rivier kunt passeren. Dit gecombineerd met het vele klimmen en dalen en het kleine aantal albergues maakt dat het verstandig is Uw dagetappes goed te plannen. En dus niet op ‘de bonnefooi’ te gaan fietsen, een aanpak die op de Camino Francés prima kan.

naar de vragen

8. Waarin verschillen de twee routes door Frankrijk?

Er zijn twee fietsroutes door Frankrijk, de westelijke St. Jacobsroute en de meer oostelijke route ‘Langs oude wegen’. De verschillen tussen deze routes zijn:

  1. de westelijke route is 350 km korter.
  2. de westelijke route is (veel) minder heuvelachtig.
  3. op de westelijke route zijn meer winkels, cafés en brasserieën.
  4. de westelijke route heeft meer vlakke stukken (bv. Les Landes).
  5. op de westelijke route kunt U iets langere etappes plannen.
  6. de oostelijke route gaat door een mooier landschap.
  7. op de oostelijke route is het rustiger fietsen.
  8. de oostelijke route voert (uiteraard) langs andere steden.
  9. op de oostelijke route begint U direct met klimmen en dalen.
  10. de oostelijke route vangt iets minder (zuid)westenwind.

De route “langs oude wegen” is (veel) mooier

naar de vragen

9. Waarin zijn de twee routes gelijk?

  1. Er zijn meer dan genoeg overnachtingsplaatsen, mogelijk m.u.v. noord Frankrijk.
  2. Op beide routes treft U behulpzame mensen.
  3. Beide Pyreneeënpassen zijn mogelijk
  4. De routeboekjes zijn op dezelfde leest geschoeid.
  5. De kansen op pech of slecht weer verschillen niet.

Een veld klaprozen kunt U ‘overal’ in Frankrijk tegenkomen.

naar de vragen

10. Hoeveel etappes?

Soms lijkt een etappe eindeloos.

Ongeveer dertig als U de Jacobsroute neemt en plus-minus 35 als U ‘langs oude wegen’ rijdt. Globaal gesproken is een etappe tussen de 70 en 120 kilometer. Met als gemiddelde 90 km per dag; in Frankrijk uitschieters naar boven en in Spanje naar beneden. Als gemiddelde snelheid kunt U 16 km per uur aanhouden, tenzij U het traject als wielrenner wilt afleggen. Reken dan met ongeveer 24 km per uur.

Op trajecten met een stijgingspercentage tussen de 8% en 10% valt Uw snelheid aanzienlijk terug. Bij een stijging van 10% of meer soms zelfs tot 4,5 km/uur, een kritische grens. Bij een nog lagere snelheid moet U afstappen en lopen. Maar meestal rijdt U tussen de 11 en 20 km/uur. In een afdaling kan U snelheid sterk oplopen. De waaghalzen behalen snelheden van meer dan 60 km/uur. Reken erop dat het boven de 35 km/uur linke soep begint te worden.

Op sommige sites treft U teksten aan waarin een lager daggemiddelde (bijv. 65 km i.p.v. 90 km) genoemd wordt. De meest waarschijnlijke oorzaak van dit verschil is het aantal fietsuren per dag. Bij 90 km ligt dit een kleine zes uur, netto. Bij 65 km op vier uur, eventueel op vijf uur indien van een lagere gemiddelde snelheid wordt uitgegaan: 13 km/uur i.p.v. 16 km/uur. Om dagelijks zes uur te fietsen is vroeg (08:00 uur) starten vereist. Tenzij U het geen probleem vindt om pas om zeven uur ’s avonds te stoppen. Of indien U nauwelijks pauzeert, nergens een kleine sightseeing houdt, geen foto’s of video-opnamen maakt en snel Uw lunch naar binnen werkt. Om een daggemiddelde van 90 km te behalen hoeft U geen doorgewinterde langeafstandfietser te zijn. Enkel ‘op tijd’ vertrekken en een goede conditie volstaat. Er zijn ook pelgrims die meer kilometers per dag maken.

Lees hier een verslag van twee Nederlandse fietsers die er flink de vaart in zetten. Maar ook sommige Vlamingen fietsen elke dag gemiddeld 120 km. Niet mijn keus, er blijft dan nauwelijks tijd over om een bezienswaardigheid te bezoeken.

Moeten lopen kan iedereen overkomen.

Moeten lopen kan iedereen overkomen.

Moeten afstappen en een stuk(je) lopen is geen schande. Het kan iedereen overkomen, al was ’t maar omdat U Uw verzet niet op tijd in een goede stand hebt gezet. In Sweerman’s routeboekjes staat een stukje lopen op ’n enkele plaats zelfs expliciet genoemd, bijv. bij het steile klimmetje naar de stadspoort van Astorga. Maar U kunt er natuurlijk ook een punt van maken: afstappen, dat nooit! Het kan, maar alleen U tijdig de juiste versnelling geschakeld hebt, als Uw conditie goed is en de (weers)omstandigheden meewerken.

Urdos, op weg naar de Col du Somport

Nabij Urdos, op weg naar de Col du Somport

De westelijke route naar St. Jean-Pied-de-Port (1.550 km) duurt 15 à 17 dagen, ongeveer 100 km per dag. Vanaf de Frans-Spaanse grens is de Camino Francés ongeveer 900 km. Een dag of 12 netto, 75 km per dag. Tel daarbij een paar dagen om Burgos en León te bezichtigen of een uitstapje te maken naar San Miguel de Escalada, dan bent U alles bij elkaar zo’n 30 dagen onderweg. Het verschil tussen het Franse en Spaanse daggemiddelde zit in mijn aanname dat U in Spanje meer tijd neemt om ‘iets’ te bekijken, in een siëstapauze en in het feit dat er drie fikse cols -de Puerto de Ibañeta, de Monte Irago met daarop het Cruz de Ferro en de Alto do Poio, iets na O’Cebreiro- te nemen zijn.

Monasterio San Miguel de Escalada

Ruim vier weken dus; tegen drie weken voor degenen die flink doorrijden en elke dag gemiddeld honderddertig km verstouwen. Voor de oostelijke route moet U rekenen op zo’n vijf weken. Wilt U een tandje gemakkelijker rijden, niet vroeg vertrekken of om drie uur ’s middags al stoppen, dan kan de tocht wel zes tot acht weken duren. Als U tijd en zin hebt, geen enkel probleem. Voor het antwoord op de vraag hoe lang de pelgrimstocht precies zal gaan duren is van belang wanneer U Uw terugreis regelt. Grofweg zijn er twee opties: vooraf of tijdens de tocht.

Vooraf geboekt, 100 euro per persoon

Het voordeel van vooraf de terugreis (per vliegtuig) regelen is dat U een goedkope vlucht kunt boeken. U struint alle sites van ‘low-budget carriers’ af en kiest de goedkoopste optie. Daarop past U uw planning aan. Met vooraf boeken kunt U een paar honderd euro besparen en het thuisfront weet precies wanneer ze U op het vliegveld kunnen komen afhalen. Daar tegenover staat dat U vast zit aan de terugreis op een specifieke dag. En dat kan verkeerd uitpakken. U bent veel te vroeg of net te laat in Santiago. Boekt U vooraf dan is een vrij strakke planning onontbeerlijk. Zie hierna voor twee praktijkvoorbeelden. Let wel: deze planningen bevatten geen extra dagen gereserveerd voor het uitgebreid bezoeken van steden en bezienswaardigheden. En ook geen ‘extra dagen’ als buffer voor pech of andere onvoorziene omstandigheden. Dagen/tijd hiervoor moet U zelf toevoegen. Mijn ervaring is dat een dag of twee/drie, eventueel vier speling in de planning voldoende is. Als alles goed gaat gebruikt U deze dagen om ergens even langer te blijven. Mogelijk bent U een paar dagen ‘kwijt’ aan pech of slecht weer. Naar mate de tocht vordert kunt U geleidelijk de extra dagen inzetten voor ‘leuke dingen’.

Mocht het zich toch laten aanzien dat U niet op tijd in Santiago zult zijn dan zijn er maar een paar opties. Voor een goede keuze is het van belang of en hoe U Uw fiets kunt vervoeren. Met de bus kan niet, met de trein soms wel, (klik hier voor de Spaanse spelregels voor ‘fietsen in de trein’), met een huurauto of via Soetens. Deze firma kan fietsen transporteren van en naar elke plaats op de route naar Santiago. Zie hun website. In het geval U in Spanje een deel van de route per trein wilt afleggen kijk dan op de site van Renfe.com. Klik op renfe treinenloop noord spanje of op renfe treinenloop galicia voor een pdf-je met de treinenloop. Uw bagage kan eventueel verstuurd worden met de Spaanse firma Jacotrans.

San Juan de la Peña. Bijbelsculptuur uit ca 1100: een engel verschijnt aan Jozef in een droom.

Blijf -als tot en met de oversteek van de Pyreneeën alles volgens plan is gegaan- bijv. een dag in Jaca om o.a. het klooster San Juan de la Peña te bezoeken. Indien U onderweg Uw terugreis regelt kunt U zonder planning op pad. Maar wacht U met boeken tot U in Santiago bent aangekomen, dan betaalt U het volle pond, lees een paar honderd euro. Tegen honderd euro als U vooraf boekt. Een tussenweg is nog om ergens in de buurt van León of Astorga (vijf dagen voor aankomst) de terugreis te regelen. Mogelijk heeft U dan nog enige keus uit verschillende tarieven.

Het maken van een planning is ook wenselijk indien U onderweg bepaalde plaatsen, gebouwen etc. wilt bezoeken of in interessante dorpen of steden wilt overnachten.

Er zijn ook pelgrims die een planning als een last ervaren. Zij gaan volledig ‘op de bonnefooi’ en ze zien wel hoe het onderweg loopt.

Caminobeleving in El Acebo

Samen eten: een Caminobeleving in El Acebo

Voor hen vernietigt het maken van een planning (evenals het maken van afspraken met reisgenoten) de essentie van de Caminobeleving: rust, vriendschap, spiritualiteit. Voor anderen bieden een planning en afspraken juist houvast: het is elke dag duidelijk wat de reisdoelen zijn en iedereen weet waar hij/zij aan toe is. Natuurlijk, men kan ook overdrijven. Als alles wordt dichtgetimmerd en vastgespijkerd is de Caminobeleving ver te zoeken. Ieder maakt hierin een eigen keuze, samenhangend met de motieven om naar Santiago te fietsen.
Het Genootschap van Sint Jacob schrijft over ‘etappeplannen maken’:
“Een strakke planning van de dagafstanden voor meerdere dagen (of voor de hele tocht!) is af te raden. Veel beter is het rustig van start te gaan en jezelf de kans te geven te wennen aan het elke dag fietsen met bagage. Je hebt dan minder kans op blessures bij de eerste langere hellingen.
Inderdaad, u kunt best vertrekken zónder plan. Maar het argument daarvoor dat u zonder een plan als keurslijf kunt wennen aan het elke dag fietsen, vind ik wat gezocht. Bent u goed getraind (m.n. duurtraining) dan valt het best mee met het wennen aan elke dag fietsen.
De belangrijkste reden om geen plan te maken is -volgens mij- dat u dan geen verplichting (ik móet vandaag 88 km fietsen) ervaart. En dus optimaal van uw vrijheid kunt genieten. En van de dagelijkse uitdaging om een geschikte overnachtingsplek te vinden.

In de regen naar Troyes fietsen is niet zo leuk.

In de regen naar Troyes fietsen is niet zo leuk. Een rustdag daarna kan een goed idee zijn.

Sommige pelgrims nemen een of meer ‘rustdagen’. Prima. Het is in de regel niet echt nodig om rustdagen in te plannen. Al na een paar dagen bent U in een bepaald ritme gekomen en een rustdag -in de zin van ‘niks doen en op adem komen’- verstoort dat ritme. Dus als U een rustdag neemt, benut ‘m dan om de stad/streek waar U bent te verkennen. Maar ga niet niks doen. Zonde van de tijd.

De enige uitzondering kan zijn dat U een dag wilt bijkomen van een dagenlange periode slecht weer, met veel regen en wind tegen (lees hier een voorbeeld) of na een hittegolf. De kans hierop is niet zo erg groot als U in juni of begin juli fietst.

Etappes naar Santiago, de westelijke route, een voorbeeld.

Voorbereidende etappe(s): Naar Londerzeel (België), camping.
Etappe 2: Londerzeel – Tournai (Doornik), 110 km, camping.
Etappe 3: Tournai – Cambrai, 80 km, hotel Au Taximan.
Etappe 4: Cambrai – Chiry-Ourscamp, 106 km, camping.
Etappe 5: Chiry-Ourscamp – Hénonville 108 km, camping.
Etappe 6: Hénonville – Chartres, 126 km, camping.
Etappe 7: Chartres – Vendôme, 109 km, camping.
Etappe 8: Vendôme – Veigné, 90 km, camping.
Etappe 9: Veigné – Poitiers, 100 km, hotel.
Etappe 10: Poitiers – Nanteuil-en-Vallée, 129 km, gite.
Etappe 11: Nanteuil-en-Vallée – Aubet.-sur-Dr., 100 km, camping.
Etappe 12: Aubeterre-sur-Dronne – St. Emilion, 72 km, camping.
Etappe 13: St. Emilion – Labouheyre, 124 km, camping.
Etappe 14: Labouheyre – Dax, 83 km, camping.
Etappe 15: Dax – St. Jean-Pied-de-Port, 68 km, refuge.
Etappe 16: St. Jean-Pied-de-Port – Pamplona, 75 km, refugio.
Etappe 17: Pamplona – Puente la Reina, 38 km, camping bij refugio.
Etappe 18: Puente la Reina – Nájera, 102 km, camping.
Etappe 19: Nájera – Belorado, 63 km, refugio.
Etappe 20: Belorado – Burgos, 50 km, pension.
Etappe 21: Burgos – Carrión de los Condes, 107 km, refugio.
Etappe 22: Carrión de los C. – Mansilla de las M., 88 km, camping.
Etappe 23: Mansilla de las Mulas – Astorga, 87 km, hotel.
Etappe 24: Astorga – Ponferrada, 57 km, refugio.
Etappe 25: Ponferrada – Triacastela, 86 km, refugio.
Etappe 26: Triacastela – Portomarin, 56 km, camping.
Etappe 27: Portomarin – Arzúa, 56 km, refugio.
Etappe 28: Arzúa- Santiago de Compostela, 42 km, refugio.

Deze laatste etappe is vrij kort zodat U op een mooie tijd in Santiago kunt aankomen. Mogelijk kunt U dan de pelgrimsmis van 12:00 meemaken. Een uitgebreid reisverslag van deze Camino staat hier.

Aankomst in Santiago de Compostela

Bovenstaand voorbeeld is sterk beïnvloed door de keuze om -in principe- op een camping te overnachten. Indien U niet kampeert is er grote kans dat de route er totaal anders uit ziet. Probeer als U niet kampeert te overnachten in pelgrimsgîtes of refugio’s, zie de vraag ‘Hoe overnachten?’. Indien U kiest voor (luxe) hotels, beleeft U de Camino aanzienlijk minder. Uw reis wordt dan meer een lange vakantie dan een pelgrimstocht.

Etappes naar Santiago, de oostelijke route, een voorbeeld.

Voorbereidende etappe(s): Naar Maastricht.
Etappe 2: Maastricht – Stoumont-Rahier, 75 km, camping.
Etappe 3: Stoumont – Lescheret, 100 km, camping.
Etappe 4: Lescheret – Dun-sur-Meuse, 87 km, camping.
Etappe 5: Dun-sur-Meuse – Chalons-en-Champ., 100 km, camping.
Etappe 6: Chalons-en-Champagne – Troyes, 98 km, camping.
Etappe 7: Troyes – Auxerre, 86 km, camping.
Etappe 8: Auxerre – Vézelay, 56 km, camping.
Etappe 9: Vézelay – Nevers, 96 km, camping.
Etappe 10: Nevers – St. Armand-Montrond, 74 km, camping.
Etappe 11: St. Armand-Montrond – Cluis, 81 km, pelgrimsgîte.
Etappe 12: Cluis – St. Laurent-les-Eglises, 107 km, camping.
Etappe 13: St. Laurent-les-Eglises – Uzerche, 80 km, camping.
Etappe 14: Uzerche – Martel, 86 km, camping.
Etappe 15: Martel – Cahors, 98 km, camping.
Etappe 16: Cahors – Miradoux, 98 km, refuge.
Etappe 17: Miradoux – Montesquiou, 79 km, camping.
Etappe 18: Montesquiou – Lescar, 88 km, pelgrimsgîte.
Etappe 19: Lescar – Accous, 58 km, camping.
Etappe 20: Accous – Jaca, 60 km, camping.
Etappe 21: Jaca – Sangüesa, 75 km, camping.
Etappe 22: Sangüesa – Estella, 87 km, camping.
Etappe 23: Estella – Navarette, 70 km, camping.
Etappe 24: Navarette – Redecilla del Camino, 65 km, albergue.
Etappe 25: Redecilla del Camino – Burgos, 70 km, camping.
Etappe 26: Burgos – Frómista, 82 km, refugio.
Etappe 27: Frómista – Sahagún, 56 km, camping.
Etappe 28: Sahagún- León, 65 km, hostal.
Etappe 29: León – Rabanal del Camino, 80 km, refugio.
Etappe 30: Rabanal del Camino – Villafranca del B., 58 km, refugio.
Etappe 31: Villafranca del Bierzo – Samos, 66 km, refugio.
Etappe 32: Samos – Melide, 75 km, refugio.
Etappe 33: Melide- Santiago de Compostela, 50 km, camping.

De meeste bovenstaande etappeplaatsen in Spanje staan vermeld met ‘camping’. Uiteraard zijn er in al deze plaatsen -meestal meerdere- refugio’s/albergues.

Etappe Burgos – Frómista, iets na Iglesias vlakbij Hontanas.

naar de vragen

11. Moet U de grote steden mijden?

Soms wordt U in publicaties geadviseerd de grote steden te mijden. Het is er druk, er zijn eenrichtingswegen, er is criminaliteit en er zijn andere ongemakken. Klopt allemaal. En bovendien: U raakt gegarandeerd van de route. U moet wel zeer geconcentreerd en gedisciplineerd rijden wilt U niet van de route af raken.

Gezellige avond in León

Bovendien, grote kans dat Uw overnachtingsadres niet keurig aan de route ligt. Met het gevolg dat de eerste vraag na een nacht in een drukke stad is: ‘hoe kom ik weer op de route?’. Desondanks: doen!. Stort U gewoon in het gewoel en zoek de weg naar het centrum. Daar staat de kerk en nadat U een stempel heeft gehaald oriënteert U zich verder. Meestal is er een toeristeninformatiepunt nabij waar U eventueel kunt vragen naar een refugio of ander overnachtingsadres. De kroeg is ook nooit ver uit de buurt.
Uit blogs van fietsers valt op te maken dat behoorlijk veel fietsende pelgrims niet alleen de grote steden mijden maar ook veel andere steden, stadjes, dorpjes en wat er nog meer te zien is langs (of kort bij) de route. Men is enkel bezig om van A naar B te komen. En soms ook zo snel mogelijk. De afstand van A naar B is ook van dien aard dat er weinig tijd is om wat anders te doen dan alleen fietsen. Ik las zelfs over een fietser die ‘zich aan gort’ gereden had. Dat lijkt me al helemaal niet de bedoeling. Wellicht de grootste ‘fout’ die u kunt maken is om met oogkleppen op zo snel mogelijk naar Santiago de Compostela te fietsen.

naar de vragen

12. Is trainen noodzakelijk?

Naar de Col du Somport is het continue klimmen.

Ja. U kunt niet aan de Camino beginnen zonder goede training. Ook al fietst U elke dag een flink eind naar Uw werk of voor Uw plezier, dan nog is het verstandig om U doelgericht voor te bereiden. Uiteraard kunt U denken: “Het zal wel loslopen!”. Prima, maar dan bestaat de kans dat er dagen zijn waarop U flink moet afzien.

Suggesties voor een ‘trainingsprogramma’ zijn:

– Ritme opdoen: gedurende een paar (3) maanden regelmatig fietsen.
– Duurtraining: een flink aantal (>15) ritten van rond de 100 kilometer.
– Rijden met bagage: 23 kg aan je fiets voelt toch anders.
– Bergtraining: ’n paar keer fietsen in heuvelachtig gebied.
– Generale repetitie (event.): met bagage van Gronsveld naar Vaals v.v.

naar de vragen

13. Hoe verloopt een fietsdag?

Soms ontmoet U op een fietsdag een schaapskudde.

Elke dag kent een vast ritme. Het is verstandig om op tijd, zo rond acht uur of half negen te vertrekken. Na eerst wat gegeten te hebben. Indien U kampeert, zorg er dan voor dat er de volgende ochtend wat te eten valt. Zet wat thee of koffie en neem een hap stokbrood met kaas of worst. Daarna de watervoorraad verversen, opstappen en op zoek naar een café om het ontbijt verder aan te vullen. Als U in een B&B of hotel overnacht is het ontbijt ter plekke. In de ochtend is het tijd om de voorraad proviand aan te vullen. Omdat U over binnenwegen rijdt is het winkelaanbod soms beperkt. Stop dus bij de eerste de beste ‘alimentation’, ‘boulangerie’ of supermarktje dat U tegen komt. Om tien uur, half elf is het weer tijd voor een pauze met koffie en wat te eten. Rond het middaguur de lunch in een brasserie of gewoon langs de kant van de weg. Indien U de oostelijke route door Frankrijk kiest, is er de kans dat U rond het middaguur geen eetgelegenheid kunt vinden. In de dorpjes waar U door komt is soms geen café of brasserie meer te bekennen. Ook alle winkeliers zijn vertrokken. Zorg daarom altijd wat proviand bij U te hebben voor een lunch langs de kant van de weg.

Brion (Frankrijk), alles is dicht, zelfs de waterput.

Houd er in België en Frankrijk rekening mee dat winkels rond het middaguur gesloten kunnen zijn. In Spanje is het tussen half twee en half vijf siësta. Alles, maar dan ook werkelijk alles is dicht. De straten zijn verlaten, de luiken zijn gesloten en er heerst een doodse stilte. Indien U de pech heeft dat de Spaanse zon de temperatuur doet oplopen tot boven de 35 graden Celsius, dan weet U meteen waarom het dan siësta is. Er zijn twee opties: ook siësta houden ergens in de schaduw of stug doorfietsen en veel water drinken. Tussen vier en vijf uur is het tijd om uit te kijken naar een overnachtingsplek. Ook hier twee mogelijkheden: ofwel U kiest ervoor te stoppen op een geplande locatie, ofwel U laat het van de omstandigheden afhangen waar en wanneer U stopt.

De abdij in Chiry-Ourscamp staat ook in Sweermans boekje

De abdij in Chiry-Ourscamp staat ook in Sweermans boekje

Uw routeboekjes bevatten voldoende overnachtingsadressen. In noord Frankrijk kan het vinden van een overnachtingsadres een probleem zijn. Het aanbod is daar beperkt. In Spanje moet U ermee rekening houden dat een refugio vol is of geen fietsers accepteert. De reden hiervan is dat sommige refugio’s geen mogelijkheid hebben om fietsen veilig te stallen. Indien U in een hostal of pension in de stad overnacht kan ’t gebeuren dat U fiets en bagage een paar etages naar boven moet slepen. Maar meestal kunt U Uw fiets stallen in een afgesloten ruimte op de begane grond.

Pelgrims koken zelf hun potje op de camping in Mansilla de las Mulas.

Indien U op een camping staat en zelf kookt is het rond een uur of vijf tijd voor inkopen. Denk dan ook aan hoe U de avond gaat doorbrengen en aan het ontbijt voor de volgende ochtend. Vul eventueel de watervoorraad aan en kijk of U nog zoute hartigheden heeft. Zoute etenswaren zijn bij hoge temperaturen essentieel voor Uw conditie. Als het heet is verliest U door te zweten veel zout en dat moet U aanvullen door bijv. zoute pinda’s, chips of olijven te eten. In juni/juli kunt U genieten van een zwoele avond met een glaasje wijn; in andere jaargetijden wordt het al snel donker en is gemakkelijker om op tijd te gaan slapen.

St. Emilion, de was hangt te drogen.

Op enkele dagen moet U tijd reserveren om te wassen. Reken op drie à vier wasbeurten gedurende de hele tocht. Als U kampeert is wassen het meest gemakkelijk. Veel campings hebben een wasmachine en als het niet regent is de was in korte tijd droog. Ook in de meeste refugio’s kunt U gebruik maken van voorzieningen om te wassen. Meestal is waspoeder ter plekke te koop. Als U niet kampeert kunt U naar een wasserette gaan (Frans: laverie automatique; Spaans: lavandería). Het alternatief is (om de dag) een handwasje van de gebruikte kleding. Noodzakelijk indien U heel weinig kleding heeft meegenomen. Neem als zeep voor de handwas een flesje babyshampoo mee.

Monasterio Yuso, koepelplafond

Tenslotte: een bezoek aan een monasterio of andere interessante bezienswaardigheid kost al snel een paar uur of een halve dag. Zo is het bijvoorbeeld zeer de moeite waard om het Monasterio Yuso in San Millán te bezoeken. Dit klooster bevat o.a. een bibliotheek met eeuwenoude boeken. Hier ligt de bakermat van de huidige Spaanse taal, het Castiliaans. Verder is er nog veel meer te zien. Helaas moet U wat van de route afwijken (staat keurig aangegeven in boekje 3) en er is maar één rondleiding met Spaanstalige gids per uur. Bovendien moet U rekening houden met de siësta. Dus als U dit klooster wilt zien, wel even plannen. Maar een ding is zeker: U houdt er een mooie herinnering aan over. En als mogelijke extra: U kunt overnachten in het hotel dat in een deel van het oorspronkelijke klooster is gevestigd. Als U van te voren boekt kunt U mogelijk al een kamer reserveren voor ongeveer zestig euro. Dat lijkt veel maar het is deze prijs zeker waard.

Het oude klooster San Juan de la Peña, nabij Jaca

naar de vragen

14. Hoe overnachten?

Knusse pelgrimsgîte in Charroux

Knusse pelgrimsgîte in Charroux

De meest luxe variant is overnachten in hotels. De meest zekere indien deze ook nog van te voren zijn geboekt, bijv. via www.booking.com. Maar U levert dan veel avontuur in en het kost U zeker € 50 per hotelkamer, als het niet meer is. Exclusief ontbijt meestal. Kiest U voor een van de vele hostals of pensions dan is de prijs per kamer ongeveer 35 euro. Reserveren kan meestal alleen telefonisch, soms via e-mail als deze hostals of pensions een eigen site hebben.

De belangrijkste keuzes die U moet maken zijn:
1. Wel of niet kamperen.
2. Wel of niet overnachten in een Franse refuge of Spaanse albergue.

Natte tent.

Natte tent.

Kampeerders nemen tent, slaapzak, luchtbed en kookspullen mee. Zij overnachten op een camping. Tenzij het hondenweer is of als er geen camping in de buurt is. Soms slapen ze een albergue om het sfeertje te proeven.
Niet-kampeerders kunnen een paar kilo bagage thuis laten en lopen niet het risico van een ondergelopen tent. Degenen die behalve de camping ook refuges en albergues mijden nemen een B&B, een hostal, een pension of kiezen de luxe van een echt hotel. Maar meestal kiezen de niet-kampeerders voor een mix van B&B’s, albergues en hostals. Op de Camino Francés is het vinden van onderdak meestal geen enkel probleem. Er is veel aanbod en de variëteit is groot. In Frankrijk (met name Noord-Frankrijk) kan het vinden van een hotel wel wat lastig zijn. Soms moet U wat afwijken van de route of kunt U alleen een budget-hotel (bijv. Formule 1) vinden. Inderdaad, U kunt er slapen maar daarmee is alles gezegd.

Een heerlijk desayuno in Belorado

Een heerlijk desayuno in Belorado

Als U in een (luxe) hotel overnacht kan het -om de kosten te drukken- interessant zijn geen gebruik te maken van het ontbijt in het hotel. De kwaliteit en de prijs lopen sterk uiteen. Prijzen variëren tussen vijf en tien euro (soms zelfs meer dan 10 euro) en wat U krijgt varieert van een bak koffie, twee stukken stokbrood met wat cupjes jam tot een ontbijtbuffet, compleet met gebakken bacon en scrambled eggs. Het is in Frankrijk en in Spanje heel gewoon om ’s ochtends een café binnen te stappen en een petit dejeuner (Frankrijk) of desayuno (Spanje) te bestellen. Of simpeler: koffie met twee croissants.

Een klein enkeldaks tentje is wel licht, maar geeft bij regen problemen

Het andere uiterste is kamperen. Elke dag een camping zoeken, tent opzetten, tent afbreken, bagage in de tent stallen, weer opruimen en dat alles soms in een flinke regenbui. Het kan, maar deze variant is alleen geschikt als U een ruime kampeerervaring hebt, met name op Franse 2-sterren municipals met hurktoiletten. Bovendien: campings zijn veelal niet het hele jaar open. Bepaalde campings zijn zelfs alleen open van half/eind juni tot half/eind september. Kampeerders moeten er in Frankrijk op bedacht zijn dat er grote verschillen zijn tussen campings. Er zijn mooie campings bijv. die in St. Emilion, maar ook natuurcampings met matig sanitair en campings met bijna uitsluitend stacaravans die buiten het seizoen alleen in het weekend bevolkt zijn. Er zijn in zowel Spanje als Frankrijk diverse campingsites. Twee grote campingorganisaties zijn de FFCC (Fédération Française de Camping et de Caravaning) en de FECC (Federación Española de clubes campistas), te bereiken via:
http://camping-ffcc.com/
http://www.guiacampingfecc.com/

Camping in Condé-sur-Vergre

Camping in Condé-sur-Vesgre

Klik op campings aan de Camino voor een pdf-je met campings. Het Duitse lijstje is niet helemaal volledig; zo ontbreken de camping Plaza Berri in St. Jean-Pied-de-Port, de camping As Cancelas in Santiago de Compostela en de kampeermogelijkheid bij de albergue Santiago Apostol in Puente la Reina. Ook in Spanje is de kwaliteit van de campings erg verschillend. Goede campings zijn er onder meer in:
– Navarette
– Nájera
– Burgos
– Mansilla de las Mulas
– Portomarín

Kamperen heeft als bijeffect dat U ’s avonds niet in de nabijgelegen stad ‘op stap’ kunt gaan. Terug fietsen van centrum León of Burgos naar de camping om 23:00 uur is immers niet zo’n goed idee. Nu zijn er pelgrims die dan allang slapen, maar er zijn ook fietsers die een zwoele avond in een Spaanse stad willen meemaken. En geef ze ‘ns ongelijk! Dan kan het verstandig zijn een hostal of pension in het centrum van de stad te zoeken.

In sommige verslagen leest U over ‘wild kamperen’. In Frankrijk is het volgens onze brave ANWB legaal wild te kamperen (19u tot 9u) op één uur wandelafstand van weg. De Fransen noemen een nachtje ergens je tentje opzetten ‘bivakkeren’ (bivouacs) en hanteren soepelere regels. In Spanje zijn de regels voor het wild kamperen per streek verschillend. In alle gevallen is het wenselijk toestemming te hebben van de eigenaar van het perceel. Soms (op het erf van een boer) is het vrij gemakkelijk toestemming te verkrijgen, maar in een bos is de eigenaar van het perceel meestal onbekend. Kortom, wild kamperen is alleen een optie indien er geen enkele andere mogelijkheid is. En met een beetje planning is het ook niet nodig, zeker niet in Spanje. In Spanje kunt U immers uitwijken naar een refugio, in Frankrijk moet U andere slaapplaats zoeken. Zoals een hostal of een jeugdherberg, auberge de jeunesse in het Frans; in het Spaans ‘albergue juvenil’. Dit is een goedkoop alternatief voor kamperen maar er zijn veel minder jeugdherbergen dan campings.

Klik op Refugios en hostals aan de Camino Francés voor een pdf die is opgesteld op basis van gegevens van de site spanishsteps.eu. Deze site bestaat helaas niet meer. Maar sinds maart 2014 is een Italiaanse site actief waarop ook downloads van albergues per Camino te vinden zijn. Uiteraard zijn alle teksten in het Italiaans… Klik voor een download van deze site op: Albergues Camino Frances – Italiaans.
Ook kunt U gebruik maken van een de vele applicaties (apps) voor iOS en/of Android. Interessante apps zijn:
– Camino Places (iOS, Ivar Revke, 5 euro).
– Camino (iOS, Consumer Eroski/Biko, gratis)

In enkele Franse gemeenten werkt de plaatselijke overheid (gezeteld in la Mairie) mee. Men heeft dan speciaal voor pelgrims een gîte (appartementje) beschikbaar.

Nanteuil-en-Vallée, gîte naast Auberge St. Jean

Zo heeft de gemeente Nanteuil-en-Vallée een uitstekend (twee 2-pers. slaapkamers) onderkomen direct naast de auberge St. Jean midden in het alleraardigst plaatsje beschikbaar. Er is echt alles voorhanden. De slager annex groenteboer zit een paar deuren verder. U kunt na overlegging van Uw credential de sleutel krijgen op het gemeentehuis en U brengt ‘m de volgende dag terug. Geen borg, geen gedoe. Wilt U betalen voor Uw overnachting, dan is dat geheel vrijwillig. Ook in Compiègne is een onderkomen gerealiseerd, geopend vanaf 16:30, informeer bij de VVV. Tussen 15 april en 30 september kunt U er terecht met een geldig credential. Er zijn tien bedden beschikbaar. Kosten: 10 euro per persoon. In Lescar (informeer bij de VVV) en Cluis, 2 Rue du Prieuré (informeer bij kruidenier Hamid tegenover de kerk of bel 02 54 31 26 36) zijn ook soortgelijke gîtes. In Cambrai (noord-Frankrijk) staat hotel Au Taximan. Dit supereenvoudig hotelletje staat bekend als pelgrimshotel. Fietsen kunnen binnen gestald worden.

Gîte Arc en Ciel in Labouheyre

Gîte Arc en Ciel in Labouheyre

En verder staat in Labouheyre (Les Landes) aan de rue Grande Lande 290 de herberg ‘Ultreia Arc en Ciel’, te bereiken via telefoon 033630067016. De prijs is 15 euro (prijspeil 2015) en het geld gaat naar een goed doel. Een prima alternatief voor de eenvoudige camping naturelle die maar een paar weken per jaar open is.

Een eindje verderop (net onder Dax) kan gebruik gemaakt worden van een gloednieuwe (2015) pelgrimsgîte in het kleine dorpje St. Pandelon. Vraag ernaar bij het gemeentehuis (la Mairie).
Op de site van de Franse Santiagovereniging staat ook een aantal gîtes aan de Vézelayroute. Enkele hiervan (Corbigny, St. Révérien en Bouzais) liggen ook aan de oostelijke fietsroute. Klik hier voor een overzicht.

Gloednieuwe pelgrimsgîte in St. Pandalon

Gloednieuwe pelgrimsgîte in St. Pandalon

Gîtes en andere overnachtings-mogelijkheden op de route Turonensis (de westelijke route door Frankrijk) staan hier. Een andere optie is dat U de ‘guide des haltes de prière – edition 2014’ bestelt. In deze gids staan van alle Franse pelgrimswegen de zogenoemde Haltes of Herbergements Jacquaires. Uiteraard staat alle informatie in het Frans. Mogelijk biedt deze site ook voldoende informatie. De pfd-file Hebergements en Berry geeft een overzicht van slaapplaatsen aan de route Langs Oude Wegen in midden Frankrijk.

Indien U (ook) wilt overnachten op campings, is het verstandig ervoor te zorgen dat U goed slaapt. Gebruik een dubbeldaks lichtgewicht koepeltentje zonder luifel, maar gebruik ook een goed bed. Een dik zichzelf opblazend slaapmatje kan eventueel, maar een luchtbedje is beter. Kiest U voor een luchtbed dan is er weinig keus. De gewone vallen af (te zwaar), de lichtere van Campingaz of Intex zijn binnen de kortste keren kapot. Resteert een licht, maar wel robuust luchtbed. Bijv. een Exped Downmat. Helaas duur (160 euro) maar het slaapt geweldig en isoleert beter dan een slaapmatje. Goed slapen is erg belangrijk onderweg.

Tentje van pelgrim op Franse camping

In Spanje is er eigenlijk maar één voor de hand liggende keuze: de refugio of albergue de peregrinos. Dat is hetzelfde: slaapzalen met stapelbedden en douches. De bedden hebben (meestal) geen dekens of lakens, neem daarom een lichtgewicht slaapzak of lakenzak en een kussensloop mee. Na overlegging van Uw credential krijgt U een schone matrasovertrek en that’s it. Vrijwel altijd is er de gelegenheid om gebruik te maken van een keuken(tje). U kunt iets opwarmen, thee zetten etc. maar daar houdt het veelal mee op. De ‘luxere’ (veelal particuliere) albergues hebben vaak een eetzaal (comedor) en soms kunt U er zelfs een avondmaaltijd bestellen.Voor alle duidelijkheid: om gebruik te kunnen maken van de diensten van een albergue moet U (vrijwel altijd) een credential overleggen.

Albergue in Sanguësa. Er kunnen één, hooguit twee fietsen gestald worden

Albergue in Sanguësa. Er kunnen hooguit twee fietsen gestald worden.

Op sommige sites leest U dat Uw credential U recht geeft op een verblijf in een albergue. Dat is onjuist. Aan het bezit van een credential kunt U geen rechten ontlenen. In alle gevallen beslist de hospitalero (de herbergier) of U welkom bent of niet.
Redenen om U af te wijzen kunnen zijn:
– de albergue is vol.
– de albergue heeft geen fietsenstalling.
– het toelatingsbeleid: Na 17:00 uur bent U welkom, als er plaats is.
– uw credential is ongeldig.
– u bent met een (grote) groep pelgrims (zie vraag 4).
De hospitalero is niet verplicht U een reden voor afwijzing te geven. Gewoon de melding ‘er is voor U geen plaats’ volstaat. U kunt uiteraard in discussie gaan met de hospitalero, maar beter is U deze moeite te besparen en een andere albergue of een ander onderkomen te zoeken. Er zijn (meestal) voldoende hostals, pensions, gewone hotels en er zijn ook campings aan of vlakbij de route.

Voor de fietser die alleen of in klein gezelschap (<5 personen) gaat heeft de refugio (albergue, klik hier voor een overzicht) de voorkeur, tenzij U er niet van houdt met wildvreemden, mannen en vrouwen door elkaar, op een (grote) slaapzaal met enkel stapelbedden te liggen. Of indien U geen risico wilt lopen op een doorwaakte nacht omdat een pelgrim die in de buurt ligt een enorme snurker is; dus oordopjes/watten meenemen! De charme van de refugio is de saamhorigheid. Er slapen enkel degenen die ook op weg zijn naar Santiago. Medepelgrims kunt U ze noemen. De saamhorigheid heeft wel zijn grenzen. Zo loopt er een onzichtbare grens tussen de lopers en de fietsers. De lopers, veruit in de meerderheid in Spanje, hebben andere gespreksstof dan de fietsers. De routes verschillen; wandelaars lopen veelal over soms smalle zandpaden terwijl de fietsers meestal over asfalt rijden.

Refugio in het Monasterio van Samos. Heel veel stapelbedden

En verder verschilt het nogal of U te voet gaat en dus problemen hebt met voeten en schoenen, of met uw zitvlak en uw fiets. Fietsers praten over kapotte banden, geknakte spaken, slag in het wiel, afgelopen kettingen en valpartijen. Wandelaars prikken blaren, zijn in de weer met jodium, wikkelen verband om hun zere voeten en stralen uit dat zij de echte pelgrims zijn. Maar desondanks, het is in refugio’s goed overnachten tegen een lage prijs: maximaal € 12, maar meestal een paar euro minder of ‘donativo’. Deze aanduiding betekent dat U zelf bepaalt hoeveel U betaalt voor de diensten van de refugio; geef (tenminste) vijf euro. Er zijn Nederlandse sites die ‘donativo’ vertalen in ‘gratis’. Het moge duidelijk zijn dat deze vertaling typisch Hollands is en dat het in feite -en terecht- niet de bedoeling is gratis te overnachten.

Bedwants

Bedwants

Sommige pelgrims vertellen dat er ook slechte refugio’s zijn, waarbij vooral geduid wordt op ondermaatse hygiënische omstandigheden. Vooral bedwantsen worden genoemd. Dergelijke ervaringen zijn niet uit te sluiten, maar de kans erop lijkt niet zo groot, behalve in het hoogseizoen: augustus. En dan vooral in de grote refugio’s, met tientallen zo niet meer dan 100 bedden. Dus, voor wie niet wil kamperen is het concept grofweg: In Frankrijk een chambre d’hôte (bed & breakfast) of gîte en in Spanje een refugio/albergue.
De Spaanse overkoepelende federatie van caminogenootschappen heeft op dit gebied -vermoed ik- de beste site: www.caminosantiago.org. Op deze site staat ook een actuele link naar albergues aan de Camino Francés. Er zit hier en daar zelfs een door Nederlanders gerunde albergue tussen, bijv. in Las Herrerias de Valcarle. En natuurlijk de albergue in Roncesvalles met vrijwilligers van het Genootschap van Sint Jacob.

Hostel in Triacastela

Er zijn drie soorten refugio’s: de private, de gemeentelijke en de katholieke. In de katholieke refugio’s, bijv. in een oud monasterio, kan het zijn dat er aandacht is voor de religie. Er is dan bijvoorbeeld een mis om 7 uur ’s avonds. De private zijn meestal duurder (acht tot twaalf euro) dan de gemeentelijke of de katholieke (vier tot acht euro). In alle refugio’s zijn soortgelijke huisregels.

Fietsers zijn soms pas na 5 uur welkom

Geen herrie maken, niet luidruchtig praten en om 22:00 uur (soms iets later) gaat de poort dicht, de deur op slot en het licht uit. ’s Ochtends is het om zes uur dag. Met name de wandelaars staan dan op; een enkeling al om 5 uur. Om acht uur is iedereen weg (is de bedoeling). Soms regelt de hospitalero (de ‘manager’ ) een ontbijt. Er zijn dan wat stukken stokbrood en pelgrims kunnen thee of koffie zetten. Ga er (desondanks) vanuit dat U zelf voor Uw ontbijt moet zorgen.

Het spreekt voor zich dat iedereen zijn eigen rommel opruimt. Reken er op dat in sommige refugio’s de fietsers (bicigrinos) pas na vijf of zes uur ’s middags worden toegelaten. Tenminste, als er dan nog plaats is. Wilt U er het fijne van weten, klik hier voor het reglement van de refugio in San Juan de Ortega, dat model kan staan voor veel Spaanse refugio’s. De sterk ingekorte vertaling van de negen bepalingen is als volgt:

1. Reglement betreft het Monasterio San Juan de Ortega.
2. Alleen pelgrims te voet of per fiets in het bezit van een pelgrimspaspoort en een geldig legitimatiebewijs worden toegelaten. Hun gegevens worden geregisteerd.
3. Plaatsen worden toegewezen op volgorde van binnenkomst. Men kan –behoudens uitzonderingen- slechts 1 nacht verblijven.
4. Seizoen: 1 maart – 31 oktober. Openstelling: tussen 13:00 en 22:00. Het licht gaat uit om 22:00. Om 08:00 moet u weg zijn.
5. Het is verboden te roken, buiten de daartoe bestemde plek te eten, lawaai te maken, luid te spreken, hoorbaar muziek te luisteren en op de muren te slaan.
6. Iemand die zich vervelend gedraagt wordt buiten gezet.
7. Donatie van (tenminste) 5 euro wordt op prijs gesteld. Alle ongerechtigheden moeten gemeld worden.
8. Er is een gastenboek en u kunt (onder vermelding van een naam) suggesties ter verbetering opschrijven.
9. In alle niet genoemde gevallen beslist de gastheer (hospitalero). Dit reglement wordt goed zichtbaar opgehangen.

De grootste kans op volle refugio’s hebt U in het hoogseizoen, met name in augustus. Overweegt U de Ruta de Norte te volgen, plan dan Uw overnachtingsadressen. Op deze route zijn er te weinig adressen om op de bonnefooi te reizen. Op de site bicigrino.com en ook hier vindt U een overzicht van de albergues op de Ruta del Norte.

Welkomsbord van Thérèze in Miradoux

Er zijn ook ‘bijzondere’ refugio’s. Zoals de refuge van Thérèze in Miradoux, de oosterse refuge in Espalais, de de refugio in de Jésus y Maria-kerk in Pamplona, de ‘Engelse’ refugio Gaucelmo in Rabanal del Camino, bij ‘de nonnen’ (las hermanas Agustinas in de albergue de Peregrinos Parroquia de Santa María) in Carrión de los Condes. In het Franse Cadillac zijn twee slaapplaatsen in het ‘hôpital psychiatrique’. Het zijn nog originele slaapplaatsen voor pelgrims in lang vervlogen tijden. Mogelijk doet het wat spartaans aan. De route ‘Langs oude wegen’ loopt vrij dicht langs Auberge Nos Repos een ‘Nederlands’ pelgrimsonderkomen in Augy sur Aubois, één kilometer links van de weg St. Amand-Montrond naar Sancoins, ter hoogte van Jouy. In het Spaanse monasterio in San Juan de Ortega kunnen liefhebbers genieten van de knoflooksoep die daar elke dag geserveerd wordt. Als herinnering aan hospitalero Don José María Alonso die deze soep jarenlang elke dag maakte. Ook is er een religieuze dienst om 18:00 uur. In Los Arcos staat de albergue Isaac Santiago met Belgische hospitaleros. In Sarria ligt aan de rúa San Lázaro 7 de herberg San Lázaro, van vele zo niet alle gemakken voorzien.

Wat refugio’s en pelgrimsgîtes bijzonder maakt is verschillend: de sfeer, de gebruiken, het gebouw, de manier waarop pelgrims worden ontvangen, samen zingen en praten, de uitstekende voorzieningen, etc. Indien U deze refugio’s niet wilt missen dan is het wel even zoeken op internet in reisverslagen van pelgrims. Er is geen limitatieve lijst. Mogelijk dat het Genootschap van St. Jacob meer informatie heeft.

De Engelse herberg Gaucelmo in Rabanal del Camino.

U moet wel gevoelig zijn voor spiritualiteit en open staan voor bijzondere ontmoetingen. Bent U een nuchtere Hollander die alleen fietst voor cultuur en ontspanning, vermijd dan dit soort refugio’s. U zou er de kriebels van kunnen krijgen. Realiseert U zich ook dat U als fietser een ander type pelgrim bent vergeleken met de wandelaar.

Wandelschoenen staan te luchten....

Wandelschoenen staan te luchten….

Zoals eerder gezegd, de echte pelgrim loopt. En als U zich ook nog als wielrenner gekleed hebt (met reclame op het fietsshirt, strakke fietsbroek, fietsschoenen met clipplaatjes onder de zool etc. Ja hoor, ze zijn er) dan vloekt dat enigszins met de devote, wandelende pelgrim die de spiritualiteit zoekt.

Hieronder de voor- en nadelen van een refugio op een rij.

Voordelen:
1. Zeer goedkoop, maximaal 12 euro maar meestal minder.
2. U ontmoet pelgrims uit letterlijk de hele wereld.
3. U bent onderdak. Een tentje kan bezwijken onder een regenbui.
4. U kunt er eten; zo niet dan weet de hospitalero een goed adres.
5. Uw fiets staat veilig gestald.

Nadelen:
1. Uw privacy is beperkt tot douche en toilet.
2. Om tien uur sluit de poort; om acht uur moet U weg zijn.
3. Gesnurk en geloop tijdens de nacht.
4. Soms niet erg hygiënisch.
5. U slaapt in een stapelbed.

Espalais. Een bijzondere refuge.

Espalais. Een bijzondere refuge.

En pelgrims met een gevoelige neus kunnen zich storen aan de specifieke geur in refugio’s. Veroorzaakt door bezwete pelgrims, dicht op elkaar, hun bagage met gebruikte kleding en hun wandelschoenen die staan te luchten. Maar laat dit alles geen reden zijn om refugio’s te ontwijken. De sfeer is er meestal opperbest.

Een overzicht van albergues op de Camino Francés vindt U hier. Veel albergues zijn in de winter gesloten; het pelgrimsseizoen loopt van april tot en met oktober.

naar de vragen

15. Wie ontmoet U onderweg?

Dat heeft U grotendeels zelf in de hand. Uiteraard zijn er de onvermijdelijke ontmoetingen met winkelpersoneel, hoteliers, campingbazen, refugiobeheerders, etc.

Nederlandse fietsers onderweg naar Santiago

Maar voor de rest ligt het geheel aan U. Contacten ontstaan veelal niet spontaan, zeker niet als U met een of meer compagnons rijdt. U moet vaak zelf het initiatief nemen. Bijv. door onderweg de weg te vragen aan een plaatselijke bewoner. Dat kan al tot een praatje leiden. Maar de meeste mogelijkheden voor contacten zijn in de refugio’s. Daar komen pelgrims van over de hele wereld samen. U ontmoet er een toenemend aantal Aziaten die lopen vanuit bijv. le Puy-en-Vallée in Frankrijk. Of Spaanse mountainbikers, Canadese wandelaars, Brazilianen, pelgrims uit Nieuw Zeeland en Australië. En U ontmoet vrijwel zeker enkele Nederlandse en Vlaamse fietsers.

Hieronder enkele gegevens over de herkomst van pelgrims in 2015:

1. Spanjaarden: 47%
2. Italianen: 8,5%
3. Duitsers: 7%
4. Noord Amerikanen: 5%
5. Portugezen: 5%
6. Fransen: 4%
…..
14. Nederlanders: 1,3%
15. Belgen: 0,8%
Overige landen: 10%

Ook deze verdeling naar nationaliteit is over de jaren heen vrij constant. Ongeveer de helft van alle pelgrims komt uit Spanje. En de Fransen, Duitsers en Italianen staan altijd bovenin. De Amerikanen zijn goed vertegenwoordigd maar ze lopen (soms fietsen) meestal enkel het allerlaatste stukje van de route. De meeste Portugezen nemen de Camino Portugués. Nederland lijkt definitief uit de top 10 verdwenen. Net in of net buiten de top 10 vallen Canada, Brazilië, Australië, Engeland, Ierland, Polen en Zuid Korea. Vijftien landen leveren negentig procent van alle pelgrims. De groep ‘overige landen’ is een verzameling pelgrims uit 165 van de ongeveer 200 landen ter wereld. De hele wereld -enkele uitgezonderd, zoals Noord Korea- is vertegenwoordigd.

naar de vragen

16. Waarover moet ik me zorgen maken?

Nergens over, behalve over behoud van gezondheid. Wordt er dan niks gestolen in een refugio of elders? Natuurlijk is niets uit te sluiten. Het risico op diefstal is het grootst als U ergens Uw fiets met bagage onbeheerd en niet afgesloten achterlaat. In het Pelgrimsbureau van Santiago (waar U Uw Compostolaat kunt halen) wordt er expliciet voor gewaarschuwd. Helaas zijn er voorbeelden van gestolen fietsen, compleet met bagage. Ook fietsen die goed afgesloten leken. Of dit risico toeneemt is moeilijk te zeggen, maar feit is dat het er is. Mogelijk een reden om niet met de nieuwste Koga trekkingfiets (de WorldTraveller 29 kost incl. Ortliebtassen en accessoires ruim 2.000 euro) op stap te gaan. U kunt ook gaan fietsen met een goede tweedehands Batavus van rond de 500 euro.

Voor anderen is het een reden met z’n tweeën te gaan. Dan kan de een op de fietsen letten als de ander een bezienswaardigheid bezoekt of even boodschappen doet. Maar deze oplossing doet veel afbreuk aan een echte Caminobeleving. Er zijn ook pelgrims die aan een bedelaar een of twee euro geven en als tegenprestatie verwachten dat de bedelaar een tijdje als bewaker van fiets en bagage functioneert. Of het inschakelen van dergelijk personeel in de praktijk ook werkt is me niet bekend. Weer anderen hebben bedacht om een briefje van 20 euro onder de binnenzool van hun schoen te leggen. Als ze bestolen worden is er nog een klein beetje geld beschikbaar. Bepaal zelf of U dit voorbeeld wilt volgen.

In de regel is er geen reden U zorgen te maken. In refugio’s heeft iedereen zijn spullen in de buurt van zijn bed liggen. Schoenen staan voor het open raam te luchten. Niemand (nou ja, bijna niemand) die er aan denkt spullen te jatten. Wilt U er echt zeker van zijn dat er niks mis gaat, blijf dan in de buurt als U Uw mobieltje ergens hebt ingeplugd om op te laden.

Foncebadón, geen wilde hond te zien

Ook de verhalen over de (wilde) honden die U onderweg aanvallen zijn wat overdreven. Misschien was het vroeger zo maar nu niet meer. Wel kunt U een keffertje achter U aan krijgen als U door een landelijk gebied fietst. Maar dat is niet veel anders dan op het Nederlandse platteland. Wilt U geen enkel risico lopen, neem dan een hondenfluitje mee. Een gewoon fluitje kan handig zijn om (Uw compagnon) een fluitsignaal te geven als de afstand te groot is om te roepen.

Sommigen maken zich al bij voorbaat zorgen om ‘pech onderweg’ en nemen zelfs een reservebuitenband mee. Natuurlijk is er kans op pech. Maar het kan ook heel goed zijn dat U Santiago bereikt zonder pech. Zelfs geen lekke band. De kans op pech vermindert U door met een fiets die op en top in orde is te vertrekken en door onderweg Uw fiets met zorg te behandelen. De kansen op een lekke band zijn mogelijk te beperken met antilekbanden. Maar een lekke band is zo erg nog niet en de kans erop is kleiner dan U zou verwachten. Erger is een slag in het wiel ten gevolge van een of meer gebroken spaken of een smak met Uw wiel in een kuil in de weg. Doordat Uw fiets zwaar beladen is, is de kans hierop groter dan U mogelijk verwacht. En verder is er kans op het los trillen van schroefjes, moertjes en boutjes. Een kapotte ketting kan U ook overkomen, maar de kans hierop is vrij klein mits U soepel schakelt. Vervanging van versleten remblokjes is geen pech maar voorspelbaar onderhoud, zeker als U de oostelijke route volgt.

Samengevat zijn de -meest reële- pechgevallen:
– lekke binnenband.
– gebroken spaak/spaken.
– slag in het (achter)wiel.
– klapband (binnen- en buitenband).
– kettingbreuk.
– gebroken rem- en/of versnellingskabel(s).

Het zorgpunt ‘behoud van gezondheid’ blijft echter altijd actueel. Denk hier niet te licht over. Zorg voor een goede conditie aan de start en voor een goede lichaamsverzorging onderweg. Afgezien van ongelukken (vallen, aanrijdingen) zijn de grootste risico’s een overbelaste knie, verkouden/grieperig worden en uitgeput raken. Dat laatste kunt U vrij gemakkelijk voorkomen door onderweg regelmatig kleine hoeveelheden te eten en wat water te drinken. Wacht niet met eten tot U op een col bent aangekomen, want dat zou wel ‘ns kunnen betekenen dat U de col nooit fietsend bereikt. En verzorg Uw zitvlak goed. U zit dagelijks een uur of zes op de fiets en zeker als het warm is kunnen er schuurplekken op de (vochtige) huid ontstaan. Raadpleeg eventueel een huisarts of een andere deskundige voor een goed advies. Een simpele voorzorgsmaatregel is het dagelijks gebruik van vette (uier)zalf of uiercrème.

Ondanks alle maatregelen kan het U toch overkomen onderweg te ziek te worden om verder te fietsen, bijvoorbeeld door buikgriep of een (lichte) voedselvergiftiging. Als bijna alle energie uit Uw lichaam is weggevloeid en er weinig hoop is op snel herstel rest maar een keus: stoppen. Lees hier een verslag van een Vlaamse pelgrim die dit is overkomen.

naar de vragen

17. Moet je de taal spreken?

Nee, dat is niet nodig, maar ’t is wel erg handig een paar woordjes of zinnetjes te kennen. Want U moet onderweg Uw eten kopen en Uw overnachting regelen. Handen en voeten werkt natuurlijk ook. U stapt een bakker binnen en U wijst het rozijnenbroodje of de croissants aan. Dat snapt de bakker best. In de supermarkt pakt U wat U wilt en U staat zwijgend aan de kassa. Misschien zegt U nog ‘merci’ als U weggaat.

Echte franse trîpes…..

U kunt ook ‘Bonjour messieurs, deux pain-aux-raisin, s’il vous plaît et un café noir’ zeggen als U ’s morgens voor een ontbijt een Frans café binnen stapt. Soms lees je in reisverslagen dat een bushokje wordt gebruikt om te ontbijten. Doe dat niet en geniet van de sfeer in een Frans of Spaans café. Als U denkt dat U er met een beetje Engels ook wel komt, dan heeft U het (meestal) mis.

Veel (oudere) Fransen en Spanjaarden die U onderweg ontmoet spreken enkel hun moedertaal. Het moet U dan ook niet verbazen als de bediening in een cafeetje Uw creatief geformuleerde bestelling ‘dos breakfasts‘ niet verstaat. En als ze al een paar woorden Engels kennen dan helpt dat vaak ook maar weinig. Net als voor U geldt dat Engels niet hun moedertaal is en dat is (meestal) goed te merken. Engels kan wel helpen in gesprekken met andere pelgrims. Er zijn er die van ver komen en zij spreken vaak wel goed Engels.

Ook enige kennis van de kaart in een brasserie of restaurantje is handig om te weten wat je krijgt als je ‘trîpes’ bestelt. Porc is bijvoorbeeld varken en agneau is lam. Andouilettes zijn worstjes gemaakt van de ingewanden van een varken of een schaap, lekker maar je moet er van houden. Een veilige keus is een escalope de veau (kalfschnitzel) of goedkoper: poulet gran’mère, een lekkere kip.

Een ‘ración’ Spaanse Ibérico ham is ook erg lekker.

U kunt ook meemaken dat er helemaal geen menukaart is. De ober komt naar U toe en begint op te noemen wat vandaag de mogelijkheden zijn. Meestal kunt U per gang kiezen uit drie mogelijkheden. Dan is het wel handig om te verstaan wat de ober zegt. Of U neemt het verrassingsmenu: lukraak kiezen uit wat de ober opnoemt. Helemaal ideaal zijn de restaurantjes die geen kaart en ook geen keuze hebben. U krijgt wat de pot schaft. Het lijkt misschien wat vreemd, maar het komt voor. Realiseert U zich dat Fransen en Spanjaarden ’s middags vrij vaak in een restaurantje (brasserie of albergue) eten. De Nederlandse gewoonte om brood in een plastic doosje mee van huis te nemen is bij hen niet erg aangeslagen. Dus eten wegwerkers, vertegenwoordigers, bouwvakkers en wie al niet meer ’s middags gewoon in een eenvoudig restaurantje wat de pot die dag schaft. Laat U verrassen!!

Mocht U gewend zijn tijdens de lunch melk (of nog erger karnemelk) te drinken, helaas, dat genoegen moet U een paar weken missen. Fransen en Spanjaarden drinken water bij ’t eten. En meestal wat wijn. U kunt kiezen uit water mét en water zonder koolzuur (agua con/sin gas). Neemt U ook wijn, kies dan een karafje huiswijn. En koffie na. Zowel in Frankrijk als in Spanje zijn er verschillende koffiesoorten met ieder een eigen naam. Bent U liefhebber van een kop(je) zwarte koffie, bestel dan in Frankrijk een ‘(grand) café noir’, en in Spanje een ‘café solo (grande)’. Wilt U melk in de koffie dan bestelt U in Frankrijk ‘café au lait’ en in Spanje ‘café con leche’ (spreek uit: kafee-kon-letsjee). U krijgt dan wel héél veel melk in de koffie. Café americano is de slappe variant van de normale (zwarte) koffie.

Poulet granmere of pollo asado is een veiliger keuze.

In Spanje zijn enkele Spaanse woordjes erg handig. Zo is een habitación een hotelkamer, een cerveza is een biertje en vino tinto is rode wijn. Pollo asado is altijd lekker. Erg lekker is een glas zuma de naranja, vers geperst sinaasappelsap. Het ontbijt heet in het Spaans ‘desayuno’ en een winkel wordt ‘tienda’ genoemd. Probeer U te houden aan de Spaanse hoffelijkheidsregels: zeg bij een vraag altijd ‘por favor’. In Nederland is de toevoeging ‘alstublieft’ al jaren verdwenen; in Spanje getuigt het van Hollandse botheid als U ‘por favor’ weg laat. Dus, verdiep U een beetje in de taal en neem een klein taalgidsje mee. Onder meer voor de Spaanse begroetingsregels: Goedemorgen: Buenas dias. Goedemiddag/goedenavond: Buenas tardes. (vanaf ongeveer vier uur) Goedenacht/welterusten: Buenas noches.

Er zijn pelgrims die Spanjaarden ervan betichten stug en onvriendelijk te zijn, vooral als u geen Spaans spreekt, In 2014 schreef een pelgrim: “Spanjaarden ervaren wij doorgaans als stug en als onvriendelijk. Niet alleen in het praten, maar ook in het handelen. Eten wordt bijvoorbeeld op je tafel gekwakt en het wordt absoluut niet gewaardeerd dat je geen Spaans spreekt.” Dat zou zo kunnen zijn. Maar u kunt het ook meemaken in een Nederlandse eetgelegenheid. Mijn ervaring in Spanje is anders, maar ik probeerde wel -hoe onbeholpen ook- om Spaans te spreken.

Als U in Galicië bent aangekomen zult U zien dat de taal daar iets afwijkt van het normale Spaans, het Castilliaans. Iets wat ook voorkomt in de omgeving van Barcelona (de taal is daar het Catalaans) en uiteraard in Baskenland waar op borden naast Spaanse ook Baskische teksten staan. Het Galicisch (Galego) is een mix van Spaans en Portugees. Zo staat bijv. de letter ‘x’ in het Galego gelijk aan de letter ‘j’ in het Spaans. Xunta in het Galego is dus Junta in het Spaans, een term die de overheid aanduidt.

En Sint Jacob heet er San Xacobeo. Let wat betreft de uitspraak op enkele bijzonderheden: de letter ‘j’ klinkt in het Spaans als de Nederlandse ‘ch’ in het woord ‘chemie’. Een g-klank. En de Spaanse ‘ch’ is weer een ‘tsjee’: Irache is dus geen Iragu maar Iratsje. Zo ook: boe-enas notsjes als Uw ‘goedenacht’ (buenas noches) wilt zeggen. De letter ‘v’ klinkt in het Spaans meer als een ‘b’. Als U in Pamplona bent, bent U in ‘Pais Vasco’, Baskenland zeggen wij, Euskara zeggen de Basken. Dus als U een biertje wilt bestellen zeg dan niet in plat Amsterdams ‘oen serfessa, por fafor’, maar ‘oena therbetha, por fabor’.

Let ook een beetje op waar U de klemtoon legt. Dat is vaak anders dan in het Nederlands. Wij zeggen sAngria, Spanjaarden zeggen sangrIa. Hoe hinderlijk en verwarrend een verkeerde klemtoon is merkt U als U Nederlandse woorden met een verkeerde klemtoon uitspreekt. Voor meer regels over de uitspraak van Spaanse woorden klik hier.

Tenslotte, let -indien U een blog bijhoudt- op enkele veel gemaakte fouten: Pellegrino of pelegrino: Spaans is ‘peregrino’, Frans is ‘pelerin’. In het Italiaans is het woord wel goed: pellegrino betekent ‘pelgrim’.
Bon camino is Frans; Buen camino is Spaans en Buon cammino (met dubbele m) is Italiaans. Niet Roncevalles, maar op z’n Spaans: Roncesvalles, met een ‘s’. Of in ’t Frans: Roncevaux.

naar de vragen

18. Wat mee te nemen?

Bagage meenemen kan ook zo-1

Naar Santiago met weinig bagage kan!

Zo weinig mogelijk. Voor iedere fietser geldt een basisset, met als onderdelen:

Kaarten en kompas of fietsnavigatiesysteem.
Papieren: credential, ID-bewijs, creditcard, bankpas, zorgpas, euro’s, (mail-)adressenlijst.
Medicijnen: vette (zink)zalf, pijnstillers, diacura, zonnebrand, hoestpastilles, lippencrème, pleisters.
Fiets: stuurtas, voor en achtertassen, regenhoezen, kabelslot, bidons, fietshelm plus evt. een badmuts.

Handig multitool

Gereedschap en reserveonderdelen: bandreparatie, imbussleutels, olie, steeksleutel, schroevendraaier, spakensteller, poetsdoekje, kettingpons, 4 spaken, remblokjes, rem- en derailleurkabels, 2 binnenbanden en enkele schakels, missing link.
Fietskleding: 2 kunststof (fiets)shirts, 2 fietsbroeken (met zeem), paar fietshandschoenen, goede lage outdoor schoenen, naadvrije outdoor kousen (links/rechts), windjack, zonnebril, regenkleding of poncho, reflecterend hesje.
Gewone kleding: lange (afrits)broek, shirt, overhemd korte mouw, 3 x ondergoed, 3 x sokken, bodywarmer, event. paar sandalen.
Toiletartikelen en slaapspullen: zeep, babyshampoo, tandenborstel/pasta, kam, kunststof handdoek, oordopjes/watten, scheermes/zeep, doucheslippers, vochtige doekjes, nagelknipper, papieren zakdoekjes, slaapzak of lakenzak, kussensloop.
Proviand en wat overige spulletjes: water, fruit, koek, ’n klein rugzakje, zakmes, ‘n paar vuilniszakken, fluitje, touw, aansteker, mobieltje/oplader, fotocamera of videocamera/oplader, USB-kabeltje, elastiekjes, flesopener, drinkglas, wasknijpers, aantekenboekje en potlood, event. reservebril, steen, driepoot vouwstoeltje en een taalgidsje Spaans/Frans.

Dubbeldaks koepeltje

Dubbeldaks koepeltje

Kampeerspullen: Indien U (ook) wilt kamperen dan is een beperkte kampeerset nodig: Klein dubbeldaks (koepel)tentje (zonder metalen luifelstokken), slaapmat of een licht luchtbedje, opblaasbaar kussentje, eenpits gasbrander, gasflesje, lucifers, pannetje met deksel en pannenhouder, bord/bestek, houten lepel, afdroogdoek, peper en zout.

Bovenstaand lijstje is op sommige punten een typisch mannenlijstje. Vrouwen moeten het her en der naar eigen inzicht aanpassen. Voor hen geldt dat de gevulde fietstassen tezamen niet zwaarder mogen zijn dan 18 kilo. Voor een enkeling zal 20 kilo nog net haalbaar zijn, maar eigenlijk is het vragen om moeilijkheden onderweg.

Op andere sites treft U soms een veel langere lijst met te nemen spullen aan. Bijv. op de site van de Vakantiefietser. Het komt me voor dat de lijst op deze site is gericht op langeafstandfietsers die naar bijv. Indonesië fietsen. Gelukkig blijft U gewoon in West-Europa en U kunt dus een heleboel artikelen (waterfilter, badstop, cranktrekker, travellercheques, rekenmachine, condooms, etc) gewoon thuislaten. Of U kunt kijken op de site Inpaklijst.nl. U moet op deze Engelstalige site dan wel een hele reeks vragen beantwoorden met ongeveer hetzelfde resultaat: een veel te lange bagagelijst. Maar ook op andere sites met inpaklijsten (zoekwoord: paklijst fietsvakantie Santaigo) staan overbodige spullen, zoals: twee gevriesdroogde maaltijden, siliconentube met sambal, opvouwbaar wasteiltje, koekenpannetje, pakje speelkaarten, grondzeil, reiswekker, etc.
Ben zeer kritisch op wat U mee wilt nemen en besef dat veel wandelaars met slechts een kleine 10 kilo bagage op stap gaan.

In het algemeen wordt gesteld dat voor fietsers 20 kilo de bovengrens is. Er zit wat marge op. Telt U drie volle 1-liter bidons mee, dan mag de netto bagage maar 17 kilo zijn. Een regelrechte uitdaging.
Er zijn fietsers bij wie het niet lukt om te matigen met de hoeveelheid bagage. Zo ging in 2016 ene pelgrim Eric met -naar eigen zeggen- 32 kilo aan zijn fiets op weg. Zijn eigen netto gewicht naderde de 100 kilo. De fiets kon deze enorme last dragen, maar de berijder moest in zuid-Frankrijk een berg spullen achterlaten. Hij had ingezien dat het allemaal toch wel een beetje teveel was. Gelukkig redde hij het. Met minder bagage lukte het hem om heen én terug te fietsen.

Ogenschijnlijk wel erg veel bagage…

Gaat U kamperen en kookt U zelf Uw avondmaaltje, dan zit U al gauw richting 23 kilo. Het gewicht van de tassen meegerekend. Die 23 kilo is echt wel het maximum. En als U boven de 60 jaar bent is het wellicht verstandiger onder de 20 kg te blijven. Vergeet niet: alles is onderweg te koop, behalve Uw gezondheid.
Aangezien het geen vanzelfsprekendheid blijkt te zijn om uw bagage uitsluitend in fietstassen (of in een aanhangertje) te vervoeren, meld ik dat het vervoeren van bagage in een rugzak geen goed idee is. Een kort ritje met een klein rugzakje met wat boodschappen uitgezonderd.

De meeste bovenstaande zaken spreken voor zich. Een paar vergen extra aandacht:

Credential .

Dit document, ook wel pelgrimspaspoort genoemd, voorzien van de nodige stempels is noodzakelijk als U een getuigschrift wilt verkrijgen van het Pelgrimsbureau in Santiago de Compostela. Het is ook noodzakelijk indien u wilt overnachten in Spaanse refugio’s of Franse pelgrimsgîtes.

Pelgrimspaspoort uitgegeven door het Genootschap

Pelgrimspaspoort uitgegeven door het Genootschap, met een eerste stempel

Niet alle refugio’s vragen erom, maar een flink aantal wel. Met name de refugio’s met een katholieke achtergrond. U kunt een credential verkrijgen door lid te worden van het Nederlands (of Vlaams) genootschap van St. Jacob. Maar U kunt er ook een verkrijgen op het Pelgrimsbureau in St. Jean-Pied-de-Port, 39 Rue de la Citadelle. Indien u bij vertrek uit Nederland al een credential hebt kan het verzamelen van stempels meteen beginnen. Iedere kerk of abdij zal U een stempel geven en ook op allerlei andere plaatsen (campings, hotels, gemeentehuizen) zijn stempels te verkrijgen. De 56 velden in Uw credential krijgt U moeiteloos vol.

Omdat er toeristen zijn die met de auto het traject rijden en her en der stempels verzamelen is men in het Pelgrimsburo in Santiago alert op dit misbruik. Vandaar dat zij fietsers adviseren om tijdens de laatste 200 kilometer twéé stempels per dag, voorzien van een datum, te verzamelen. Hiermee voldoet U aan het formele criterium voor fietsers voor het verkrijgen van een compostela. Maar voor vrijwel iedere pelgrim begint het verzamelen van stempels al op dag één. Vanwege de enorme diversiteit in stempels levert het een mooie herinnering aan de fietstocht op.

Stempels zijn overal te krijgen

Op de site van het Pelgrimsbureau kunt U lezen dat een officieel credential alleen kan worden uitgegeven door instellingen die erkend zijn door (het bestuur van) de kathedraal in Santiago. Zoals het Nederlands Genootschap van Santiago.

Koopt U elders een credential, zorg er dan voor dat bovenaan op pagina 1 een stempel staat van een organisatie die door het Pelgrimsbureau in Santiago is erkend. Op het voorbeeld hieronder bepaalt het stempel van de ‘Amigos del Camino de Santiago’, een erkende organisatie in Astorga, dat het een geldig pelgrimspaspoort is.

Stempel bepaalt de geldigheid van het pelgrimspaspoort

Stempel bepaalt de geldigheid van het pelgrimspaspoort

Onduidelijk is in hoeverre credentials zonder stempel op pagina 1 of met een stempel/tekst van een niet-erkende instelling een reëel probleem is. Uit eigen waarneming weet ik dat aan een pelgrim een stempel werd geweigerd omdat zijn credential ‘illegal’ zou zijn. Maar uit andere bronnen leid ik af dat de controle op de geldigheid van credentials door het Pelgrimsbureau in Santiago (bij de aanvraag van een compostela) niet of nauwelijks bestaat. De tekst op de site van het pelgrimsbureauPlease note that ONLY the credencial issued by the Cathedral of Santiago through the Pilgrims’ Office, or by an organisation specifically authorised, will be accepted.’ lijkt loos, alhoewel ik een pelgrimspaspoort zónder stempel toch wel riskant vind.
De meest eenvoudige manier om een credential te verkrijgen is lid te worden van het Nederlands Genootschap van Santiago. Alternatief: koop een credential op santiagodecompostela.me. Wat complexer maar wel goedkoper: 2 euro 50 (ex. verzending). Pied-à-Terre in Amsterdam verkoopt een ‘Pilgrim Passport’ à euro 8,95. Onduidelijk is van welke Santiago-organisatie er het stempel in staat.
Indien Uw credential tegen het einde van de fietstocht volraakt, geen probleem. In veel (laatste) etappeplaatsen kunt U (bijv. in kerken) een Spaans credential kopen (1 euro 50) en rustig verder gaan met stempels verzamelen.

De Steen.

Stenen met opschrift onder aan de houten paal

Op de route tussen Astorga en Ponferrada in Spanje ligt op 1505 m. het hoogste punt van de Camino Francés. Het heet Cruz de Ferro, naar het ijzeren kruis dat op een hoge houten paal is bevestigd. De paal zelf staat in een grote berg stenen, die langs de kant van de weg ligt. Behalve een klein kapelletje dat als rommelhok wordt gebruikt, is er verder niks. Maar toch is het een belangrijke plek op de Camino. Vrijwel iedere pelgrim (fietser of voetganger) legt er een object neer of bevestigt iets aan de houten paal. Meest gebruikelijk is er een steen(tje) neer te leggen dat vanuit huis is meegenomen. Over dit ritueel en andere Caminorituelen kunt U hier meer lezen.

Soms is kritiek te lezen op het gedrag van bepaalde pelgrims. Inderdaad, er hangt en ligt van alles aan en bij het Cruz de Ferro. Van teddyberen tot bidprentjes en van roze of gele linten tot de meest onwaarschijnlijke prullaria. Periodiek wordt er opgeschoond. Alhoewel er begrip is op te brengen voor het gedenken van een overledene door een foto van hem of haar aan de paal te bevestigen, geldt alleen een steentje (eventueel met opschrift) deponeren als ‘normaal gedrag’.

Medicijnen.

Het grootste risico dat U onderweg loopt is ziek te worden. Alle andere risico’s vallen daarbij in het niet. Bovendien zijn die risico’s afkoopbaar. Het kan soms lang zoeken zijn naar een fietsenmaker die een nieuw achterwiel kan leveren, maar er is altijd wel een oplossing te regelen. Voor ziek zijn is geen oplossing. U moet de tocht afbreken en naar huis. Het is daarom van groot belang om helemaal fit aan de tocht te beginnen, een goede conditie te hebben en onderweg zorgvuldig op Uw gezondheid te letten. Het begint met goede hygiëne en het verzorgen van Uw zitvlak.

Schapen op de hete, gortdroge Tierra de Campos

Smeer het elke ochtend in met een ontstekingsremmende zalf (bijv. uierzalf of uiercrème) zodat U geen last krijgt van huidirritaties, infecties of ergere aandoeningen. Met een beschadigd zitvlak is doorrijden op een bepaald moment echt niet meer mogelijk. Draag daarom een goede fietsbroek. Als U vindt dat dergelijke broek U niet staat, trek er dan een gewone broek overheen aan. Smeer ook Uw lippen in met lippencrème en Uw gezicht, armen en benen met zonnebrand. Zeker als U door de droge en soms zeer hete Spaanse Meseta rijdt. Wees er ook op bedacht dat de overgang van een lange klim naar een lange afdaling een groot temperatuurverschil veroorzaakt. Tijdens de klim bent U warm en bezweet en als U dan zonder maatregelen te nemen kilometers gaat dalen kunt U gemakkelijk keelproblemen of een verkoudheid oplopen. Ook midden in de zomer. Zorg er dus voor dat U een afdaling inzet met een goede bescherming van hals en keel. Trek liefst een dun fietsjack aan om te voorkomen dat U verkouden wordt.

Kilometers lang afdalen na Cruz de Ferro

Haal geen capriolen uit tijdens een afdaling, al is de verleiding nog zo groot om met 70 km per uur of meer naar beneden te rauschen. Eén enkel steentje kan fataal zijn. Nog afgezien van de risico’s die U loopt in bochten. Het is geen Tour de France-parcours zonder tegenliggers. Vergis U ook niet in de krachten die 20 kilo bagage kunnen veroorzaken. Met hoge snelheid op een nat wegdek hebt U die vrijwel niet onder controle. Kortom, ben continue alert op Uw gezondheid. Voortijdig moeten afbreken omdat U ziek bent of bent gevallen zal een enorme teleurstelling zijn. Mocht U toch een verkoudheid, griepje of zo oplopen, in elk Frans en Spaans dorp is een pharmacie of farmacia. In deze winkels, die nog het meest op een apotheek lijken, is een keur aan medicijnen te koop. Meestal treft U vakkundig personeel dat U verder kan helpen.

Gevaarlijke afdaling na het Cruz de Ferro

Gevaarlijke afdaling na het Cruz de Ferro

Ter illustratie van wat er kan gebeuren als U in een afdaling Uw fiets niet meer onder controle heeft:
“Plotseling, in een bocht en met een vaart van zo’n 60 kilometer, krijg ik door een hobbel en een bobbel in de weg met een zogenaamde speedwobble te maken. Mijn fiets slingert heel heftig van links naar rechts en ik besef dat er iets ongewenst gaat gebeuren. Ik kan echter niet corrigeren. Na even weg geweest te zijn (weet absoluut niet dat en hoe ik gevallen ben) ben ik weer bij de wereld en tref mezelf aan in de berm naast de weg. Een man en vrouw zijn daar en ambulance en politie worden gebeld.” (bron: Fietsverslag Annelies Vorselaars, april 2012).

Gelukkig is betrokkene er zonder al te veel kleerscheuren vanaf gekomen, maar de reis was wel ten einde. Waarschijnlijk is in dit praktijkvoorbeeld sprake geweest van ‘shimmy’. Shimmy is het verschijnsel dat de fiets in een afdaling plotseling gaat zwabberen en moeilijk weer onder controle is te krijgen. Lees meer op de site 100 Cols-tocht. Indien er onderweg iets mocht gebeuren waardoor de tocht afgebroken moet worden, een telefoontje met Soetens (+31653713539) is genoeg om te regelen dat Uw fiets thuiskomt. U eigen terugreis wordt hopelijk door anderen voor U geregeld.

St. Bonnet-Briance: een bron met schoon drinkwater

Drink veel water als het heet is. Zorg ervoor altijd tenminste twee bidons voor het grijpen te hebben. Is er een leeg? Vullen. Het liefst bij een café of kroeg. Elke kroegbaas geeft U graag een bidon koud water uit de tap. Als dat niet kan, water tappen uit de bronnen (fuentes in Spanje) langs de weg. Gebruik geen plastic bidons, maar de duurdere, gemaakt van metaal. Plastic geeft een vieze smaak aan het water, zeker als het warm is.

Proviand.

Het dagritme is eten en fietsen, en weer eten en fietsen. Afgewisseld met drinken. Zorg er dus voor altijd eten en drinken voor het grijpen te hebben. Gewoon een eenvoudige plastic zak achterop onder de snelbinders met daarin wat koeken of stokbrood, bananen en appels. Ook een stuk droge worst is prima voor onderweg. Of een stukje stevige kaas: tomme de savoie (koe) of petit brebis (schaap). En in Spanje een stukje manchego. Houd een paar droge mueslikoekjes (of vergelijkbaar) achter de hand voor het geval U de man met de hamer tegenkomt. Elke bakkerij onderweg verkoopt verschillende soorten koek en croissants.

krentenbrood

Goede keuzes zijn: rozijnenkoek (Frans: pain-aux-raisin) of een croissant met chocolade: Pain chocolat (in het Spaans een napolitana). Aanwijzen wat U wilt kopen kan natuurlijk ook. Drie bananen bestelt U in ’t Spaans met: ‘tres plátanos (‘bananas’ verstaan ze ook), por favor’. De beste drank is gewoon water. Energy drankjes kunnen ook maar die zijn meestal smerig zoet. Gewoon water dus. Wilt U geen risico lopen, vul dan elke ochtend twee of drie bidons met flessenwater. Maar ook kraanwater is prima. Ben wel voorzichtig met water uit bronnen die U onderweg aantreft. Neem ’t nooit als de tekst ‘agua potable’ ontbreekt.

Fietskleding.

Het belangrijkste kledingstuk is een goede fietsbroek. Dus met een kunststof zeem in het kruis. Deze zeem vangt (transpiratie)vocht op en dient ook als stootkussen tussen Uw zadel en Uw lichaam. Er zijn uitvoeringen voor dames resp. heren. De kwaliteit van de zeem (materiaal en bevestiging, de afwerking van de naden) is bepalend voor het fietsgemak. Goedkoop (Aldi of Lidl) duidt niet per se op inferieure kwaliteit. Uw shirts moeten gemakkelijk zitten en snel drogen. Lange mouwen zijn in de periode mei-september niet nodig indien U een windjack meeneemt. Outdoorschoenen (bijv. Gore-Tex) zijn meer geschikt dan gewone lage schoenen of gympen. Voor regenkleding is er de keuze tussen een poncho en een regenjack plus regenbroek. Een poncho beschermt minder, maar als U lange tijd een regenjack en regenbroek draagt bent U van binnen net zo nat als van buiten. Om Uw schoenen (en Uw voeten) tegen de regen te beschermen kunt U plastic overtrekhoezen meenemen. Maar fietsen met deze hoezen om Uw schoenen is lastiger en kan dus gevaarlijker zijn. Bij (veel) koude regen kan het een idee zijn een badmuts onder Uw helm te dragen. Dit voorkomt dat Uw hoofdhuid niet alleen erg nat maar vooral ook erg koud wordt.

Persoonlijk ben ik erg terughoudend in het gebruik van regenkleding. Een regenjack is prima, maar een regenbroek en overschoenen zijn niet per se nodig. Zo erg is het ook weer niet als Uw fietsbroek, Uw benen en Uw outdoorschoenen nat worden. Het droogt allemaal (meestal) weer snel. Natuurlijk niet als het dagen achtereen regent, maar laten we daar maar niet van uitgaan. Fietsen met een reflecterend vestje is in Frankrijk bij slecht zicht (regen, mist, schemering) verplicht.

Reparatiespullen en reserve-onderdelen.

Niet met deze fiets op stap gaan.

Niet met deze fiets op stap gaan.

Let extra op het meenemen van reparatiespullen en onderdelen. Maak een onderscheid tussen ‘noodzakelijk’ en ‘misschien handig’. Noodzakelijk zijn: bandenreparatie, remblokjes, rem- en versnellingskabels, (nood)spaken en gereedschap om banden af te nemen, remblokjes te monteren en kabels of spaken te vervangen. En een flesje olie en een poetsdoekje voor het onderhoud van de ketting.

Materiaal om een gebroken ketting te repareren en een extra binnenband zijn het begin van de categorie ‘misschien handig’. Alles wat U meer meeneemt is vooral een belasting. Een steeksleutelset, ringsleutels, torxsleutel, cranktrekker, zadelspanner, etc. is veel ijzer en dus veel gewicht. Niet doen. Neem het risico, tenzij Uw fiets een barrel is die beter gesloopt kan worden. Een buitenband is vooral onhandig om mee te nemen. Het ding laat zich lastig opvouwen.

Roncesvalles. Pelgrims slapen dichtbij elkaar.

Roncesvalles. Pelgrims slapen dichtbij elkaar.

Oordopjes.

Oordopjes neemt U mee om te voorkomen dat U ’s nachts geen oog dicht doet in een refugio. Vrijwel altijd liggen daar een of meer notoire snurkers. En als U daarvoor gevoelig bent duurt een nacht zonder oordopjes (of watten) wel erg lang.

Creditcard.

Indien U al een creditcard heeft dan neemt U die uiteraard mee. Indien U geen creditcard heeft kunt U overwegen er een aan te schaffen. Per se nodig is het niet maar het is wel erg handig. Betalingen in hotels, restaurants, de supermarkt en musea kunnen vrijwel altijd via de creditcard verlopen. U hoeft weinig cash op zak te hebben en ook een bezoek aan een geldautomaat is een zeldzaamheid. Als U onderweg Uw terugreis per vliegtuig wilt boeken is een creditcard zonder meer noodzakelijk. Mocht U nog overwegen travellercheques mee te nemen, dat is niet nodig. In Frankrijk en Spanje (en in nagenoeg de hele wereld) staan geldautomaten. Met een bankpas (en een creditcard als back-up) kunt U vrijwel elk dorp geld opnemen. Ook pinbetalingen in winkels worden in de SEPA-zone meer en meer algemeen.

Kompas.

Kompas

Voor wie met een GPS op de fiets stapt is een kompas mogelijk niet nodig. Voor alle anderen wel. Ondanks de onvolprezen routeboekjes van Sweerman kunt U in ’n situatie komen niet te weten waar U bent. En als er dan geen zon zichtbaar is, is het gokken welke kant op. Een kompas brengt uitkomst in die zin dat U weet waar de windstreken liggen. En dan kunt U een bewuste keuze maken naar het westen of naar het zuiden te rijden.

Fietshelm.

In Spanje is een fietshelm buiten de bebouwde kom officieel verplicht. Niet dat er zichtbaar op gecontroleerd wordt, maar toch. U kunt een bekeuring (150 euro) krijgen van de Guardia Civil als de agent zijn dag niet heeft. Een fietshelm is vooral veiligheid. Een botsing of een val zijn niet uitgesloten en het is daarom verstandig altijd een helm te dragen. Als het niet te warm is, is dat ook geen enkel probleem. U ziet er wat koddig uit maar daar heeft Uzelf het minste last van.

Babyshampoo.

Wat moet U onderweg met babyshampoo? Kleren wassen! Het spul is een uitstekend wasmiddel en aangezien U Uw kleren moét wassen onderweg is het handig een flacon mee te nemen. Anders bent U te afhankelijk van wasgelegenheden op campings en refugio’s. Die zijn er wel, maar niet in ruime mate. En verder is babyshampoo ook gewoon bruikbaar om Uw haren te wassen.

Klein rugzakje.

Fusilli op een-pitsbrander

Fusilli op een-pitsbrander

Zeker als U gaat kamperen en regelmatig zelf Uw avondeten kookt, kan een klein rugzakje handig zijn. Het weegt bijna niks en komt goed van pas om de boodschappen in te doen die U in de plaatselijke supermarkt of onderweg gekocht hebt. Het is best lekker om ’s avonds voor Uw tentje of op een overnachtingsadres een flesje wijn met een nootje of kaasje erbij soldaat te maken.

Aanvullend kunt U denken aan: petje met nekbescherming (tegen felle zon), fleecetrui, pyama, zwemkleding, kampeerkaart, extra kampeerspullen (binnenslaapzak, grondzeil, etc.), extra etenswaren (pindakaas, suiker, rijst, boter, etc.), extra kookspullen (extra gasflesje, windscherm, bakolie, koekenpan, etc.), reservebatterijen en naaigerei. Maar weest gewaarschuwd: Elke kilo moet over elke heuvel gesleurd worden. En alles -zelfs pindakaas- is in Frankrijk of Spanje te koop.

naar de vragen

19. Eten onderweg?

Stokbroden achterop. Voorop mijn mascotte

De dag begint met een goed ontbijt. In een hotel of chambre d’hôte is dat uiteraard geregeld. Wel een Frans ontbijtje, dus stelt U er zich niet teveel van voor. Geldt ook voor Spanje. Het is dus verstandig vrij snel na vertrek ergens een café binnen te stappen en een of twee koffie te nemen plus een paar croissants of ander spul dat op de toog staat. Koop dan meteen wat voor onderweg en U kunt op stap. Een goed ontbijt lijkt logisch tot U merkt dat U ’s ochtends geen hap door Uw keel krijgt. U wilt eten maar U kunt het nauwelijks. Alles stokt. Niet dat dit iedereen gebeurt, maar het kan voorkomen. Doorzetten en toch wat naar binnen proppen is de enige oplossing.

Italiaanse pelgrims zetten een potje espresso

Los van de appels, bananen en koeken onderweg is het tussen twaalf en twee tijd voor de lunch. Dat kan door ergens langs de weg te picknicken: stokbrood met kaas of droge worst. Sommigen nemen voor deze gelegenheid een kleine brander mee en zetten een potje koffie. U kunt ook lunchen in een Franse brasserie. Een frisse salade is altijd lekker. ’s Avonds een eenvoudig avondeten (vanaf half acht) op een Frans terras is niet te versmaden. Drink overdag niet of nauwelijks wijn of bier.

Een ración morcilla de Burgos (Spaanse bloedworst)

In Spanje is de lunch ook prima. Ook daar zijn prima salades te krijgen. En uiteraard tapas. Heerlijke kleine gerechtjes, warm of koud. Zo rond half vijf heeft U de meeste keuze. Vaak is het de bedoeling dat U er zelf een paar pakt. Bewaar de stokjes. Dan weet de ober wat U genomen heeft. Handig bij het afrekenen. Bestelt U een ración dan krijgt U een grotere portie. Erg lekker is echte spaanse ham (de allerlekkerste heet: jamón ibérico bellota). De liefhebbers kunnen in Burgos (en omgeving) genieten van een ración morcilla de burgos. Of U neemt een bocadillo. Een stuk stokbrood met een of ander beleg erop. Ei (tortilla), kaas (queso), ham (jamón) of tonijn (tuna).

Realiseert U zich wel dat net als in Italië het middagmaal (pranzo in Italië en comida in Spanje) veruit de belangrijkste maaltijd van de dag is. Het ontbijt stelt niks voor (koffie met zoete koek) en het cena is een late lichte avondmaaltijd. Met tussen het comida en het cena nog tijd voor een paar tapas. Daarom duurt een echte Spaanse ‘lunch’ ook lang. Anderhalf tot twee uur is heel normaal. Dat betekent niet dat U zich hieraan geheel moet aanpassen, maar enige kennis over de eetcultuur is wel handig om te begrijpen wat U meemaakt en om onaangename verrassingen te voorkomen.

Menu del Dia voor 9 euro!

Voor het avondeten (cena) gelden in Spanje Spaanse regels. Voor 9 uur ’s avonds zijn alle restaurants dicht. Men begint gewoonlijk pas om half tien. Om tien uur, half elf met de hele familie binnenkomen is de normaalste zaak van de wereld. Gelukkig geldt voor pelgrims een uitzondering: vanaf 7 of 8 uur ’s avonds is een aantal restaurants open voor pelgrims die het ‘menú del dia’ (ook wel menú del peregrino genoemd) wensen. Een prima keuze. Zeker aan te raden. Voor max. € 12 euro een drie gangen diner met een fles huiswijn. Het serveren van de maaltijd gebeurt veelal in een aparte ruimte, de ‘comedor’, afgeleid van het woord ‘comer’ dat ‘eten’ betekent.

Gezien de soms te hoge verwachtingen van een pelgrimsmenu (in sommige reisverslagen is kritiek te lezen) een korte introductie. Normaliter is het in de meeste Spaanse restaurants verkrijgbaar tussen 13:00 en 15:00 en tussen 19:00 (soms 20:00) en 21:00 uur. Men heeft drie gangen: voorgerecht, hoofdgerecht en toetje. Met een fles (3/4 liter) eenvoudige huiswijn. Die is voor twee personen bedoeld. Bent U alleen, drink dan dus niet de hele fles op. En water. Gewoon kraanwater, geen Perrier. Het toetje is een klein bolletje ijs, een cupje yoghurt of een eenvoudig crème brûlée-achtig puddinkje, flan geheten.

Merluza (Heek)

Het voorgerecht is een eenvoudige salade of een stukje paté met wat hompen brood. Het hoofdgerecht is uiteraard ook eenvoudig: kip met friet (patat), vis met friet of gekookte aardappels. Soms rijst. Groenten zitten er meestal niet of nauwelijks bij. Dat is algemeen in Spanje (en Italië). In een gunstig geval krijgt U een varkenslapje als hoofdgerecht. Als U vis krijgt is er kans op heek (merluza). Dit is een goedkope rondvis van een meter (of meer) lang. U krijgt een moot. Wat vrijwel nooit bij een pelgrimsmenu zit is koffie na en/of een kaasplankje.

Voor als U een keer geen pelgrimsmenu wilt.

Als U wilt kunnen kiezen uit een groter en luxer aanbod, dan wijkt U uit naar de gewone openingstijden van een restaurant. Na negen uur ’s avonds zijn ze open. Indien U overnacht in een alberge dan is het wel opschieten geblazen. Om tien uur moet U (veelal) binnen zijn. Vanwege de vereiste haast kunt U een paella nemen, maar dat is in de binnenlanden van Spanje een wat minder voor de hand liggende keuze. Eén enkele onfrisse mossel kan U een (lichte) voedselvergiftiging opleveren en dat is -zo weet ik uit ervaring- niet leuk. Neem een paella als U aan zee (bijv. in San Sebastian) bent.

Een kop lekkere caldo verde

In Galicië aangekomen, bijvoorbeeld in O’Cebreiro, kunt U genieten van een kop of bord caldo verde, vrij vertaald: ‘groen en warm’. Dit is een voedzame soep gemaakt van (o.a.) aardappels, uien, koolbladeren en een klein beetje vlees of worst. Het is de nationale soep van Portugal. ’t Smaakt prima na een lange klim. De koolplanten (couve galego) lijken op boerenkool maar ze hebben vrij gladde bladeren. U ziet ze veelvuldig op het platteland van Galicië. Daarom heet deze soep in Galicië ook wel ‘caldo Galego.’

naar de vragen

20. Aan welke eisen moet de fiets voldoen?

Mijn kennis van het object ‘fiets’ is beperkt. Degenen die op zoek zijn naar een doorwrocht betoog over alle technische aspecten ‘de fiets’ moet ik helaas teleurstellen. Ik schrijf dit omdat er -zo lijkt het- een vrij grote groep fietsers naar Santiago gaat voor wie hun fiets een vrij dominant aspect van de tocht is. Merken, materialen en onderdelen zoals stuur, rem, banden, versnelling en de nieuwste technische snufjes worden op sommige blogs uitputtend beschreven. Prima, maar daar ligt mijn interesse (en kennis) niet. Ik fietste op een tweedehands gekochte Batavus die ik tijdelijk van een van mijn zonen had geleend. Die fiets is me uitstekend bevallen.

Spaanse mountainbiker

Om enige focus aan te brengen onderscheid ik grofweg vier type fietsers naar Santiago:

1. De mountainbikers. Tot deze groep behoren veel Spaanse fietsers die ergens in Spanje beginnen.

2. De ‘wielrenner’. Nederlandse en Vlaamse fietsers, vaak lid van een wielerclub, die in vol ornaat een prestatie gaan neerzetten. Ze rijden in kleurige fietsshirts vol met reclame, fietsschoenen die met clips die vastzitten aan de trappers en vaak met vrij weinig bagage. Het thuisfront regelt terwijl ‘de mannen’ onderweg zijn elke dag de overnachting. Soms rijdt het thuisfront in een volgwagen mee.

3. De langeafstandfietser. Mensen die graag met de fiets door Europa trekken en de tocht zien als een wat lange, sportieve vakantie.

4. De fietsende pelgrim. Mensen, religieus of cultureel geïnspireerd, die proberen dicht bij de ervaringen van de middeleeuwse pelgrim te komen. Ze overnachten vaak in refugio’s en pelgrimsgîtes.

De wielrenner gaat voor de prestatie

Van de eerste drie groepen neem ik aan dat zij al ‘alles’ over ‘de beste fiets’ weten.
De tekst hieronder is van toepassing op de hiervoor genoemde groep vier, voor wie ‘de fiets’ een belangrijk maar geen dominant aspect van de voorbereiding is.
Voor hen geldt dat de fiets vooral een stevige fiets moet zijn. Maar ook weer niet te zwaar (meer dan 17/18 kg) door bijv. een verende voorvork. Of met een zwaar frame van staal. Wel ‘moet’ de fiets tenminste 24 versnellingen hebben. Drie tandwielen voor en acht achter. Alle schroefjes en moertjes goed aangedraaid. Een nieuwe ketting en nieuwe banden, tenzij hetgeen er op ligt nog in uitstekende staat is. De banden op maximale spanning. En verse remblokjes van goede kwaliteit. Trommelremmen en de zogeheten ‘rollerbrakes’ worden afgeraden omdat die te warm kunnen worden tijdens lange afdalingen en vanwege de belasting van de spaken bij het remmen. Ook schijfremmen worden veelal afgeraden. De beste keus zijn hydraulische velgremmen, maar ook V-brakes zijn prima. Beide zijn velgremmen met remblokjes. Zie ook deze site.

Ook de stijfheid van het frame is belangrijk. Hoe hoger de torsiestijfheid is hoe beter, want dan blijven voor- en achterwiel in lijn onder hoge belasting, bijv. tijdens een lange afdaling. Bij een slap frame kan Uw fiets gaan zwabberen en is er kans op ‘shimmyen‘ bij hoge snelheden. Het frame gaat trillen en Uw zwaarbeladen fiets wordt onbestuurbaar. Het enige wat U tijdens een shimmy kunt doen is Uw stuur stevig vasthouden en remmen. Maar het kan ook te laat zijn en dan gaat U met fiets en al onderuit. In zulke gevallen kan een fietshelm levensreddend zijn. De remmen, banden en ketting krijgen het zwaar te verduren. Neemt U de oostelijke route, dan is het vrijwel zeker dat U onderweg de remblokjes moet vernieuwen. Zorg er ook voor dat de spaken goed zijn afgesteld. Op de juiste spanning. Wees onderweg beducht op kuilen en gaten. Eén smak met Uw achterwiel in een kuil kan U een slag in het wiel bezorgen.

Ben dus vooral altijd voorzichtig met Uw fiets. Het hoeft ook geen nieuwe fiets te zijn. Misschien wel liever niet. Een fiets van een van de bekende merken die een paar jaar oud is kan heel prima. Bovendien, nieuwe en dure fietsen zijn -logisch- diefstalgevoeliger dan een ouder en zichtbaar gebruikt exemplaar.

Het belangrijkste onderdeel is het zadel. Een goed zadel (van leer) heeft zich na flink wat trainingsritten naar Uw vormen gezet en zit dan als gegoten. Zorg dat de hoogte en de afstand tot het stuur door een vakman goed is afgesteld. Raadpleeg deze site of klik hier. Voor ‘technische en tactische tips’ betreffende het fietsen kunt U ‘Het grote fietsvakantieboek’ raadplegen. Een verwijzing zonder waardeoordeel, beslis zelf op basis van het internetinkijkexemplaar.

Gewoon stuur met spiegel en kaart

Over het stuur doen verschillende verhalen de rondte. Sommigen zweren bij een ossenkop of vlinderstuur, anderen kunnen met een gewoon stuur uit de voeten. Ook hier geldt: het draait om de juiste afstelling en de mogelijkheid om te variëren in houding. Mogelijk krijgt U last van tintelingen in Uw vingers. Dat duidt op een slechte bloedsomloop en/of een afgeklemde zenuw. Probeer een andere houding. Verder is het verstandig een spiegel te monteren. Die geeft U de mogelijkheid te zien wat er achter U gebeurt en voorbereid te zijn op achterop komend verkeer. Ook een reflecterend hesje kan nuttig zijn op wegen met veel verkeer, bijv. de N120 in Spanje.

Trotse bezitter van een Santosfiets is net aangekomen in Santiago.

In de wereld van de trekking- of toerfietsen treft U een scala aan mogelijkheden. Van de sportieve Batavus of Gazelle (rond de 1.000 euro) via de blitse handgemaakte modellen van Koga (tegen de 2.000 euro) tot de exclusieve Santos fietsen, waarbij zelfs de prijs maatwerk is en U nog net niet de monteur krijgt meegeleverd. En ik las ook nog ergens dat Idworx fietsen ‘prima trekkingbikes’ zijn. Nou, dat mag ook wel als je voor bepaalde modellen ruim 6.000 euro neer moet tellen. De gewone modellen kosten ‘slechts’ rond de 4.000 euro. Bent U op zoek naar een lichtgewicht (max. 15 kg) trekkingfiets, dan kan een fiets van het Duitse merk Stevens een optie zijn. Een review van de Koga World Traveller 29 staat hier. Klik voor een review van de Santos Travelmaster hier.

Mocht U een nieuwe fiets willen kopen, kies dan de juiste framemaat. Wilt U alles weten over de meest recente inzichten over framemaat, stuur- en zadelafstelling en andere wetenswaardigheden over de maten van Uw fiets, lees dan dit artikel.

Tweedehands Batavus Jakima, die het twee keer uitstekend ‘heeft gedaan’.

Maar U kunt natuurlijk ook gewoon in Uw fietsenhok gaan kijken wat daar nog staat. Of bij de plaatselijke fietsenmaker een goede tweedehands voor 500 euro op de kop tikken. Want hoe U het ook wendt of keert: U gaat de uitdaging aan. Een goede fiets helpt uiteraard, maar dat is niet waar het echt om draait. Laat U niet op extra hoge kosten jagen; de reis zelf is al duur genoeg. Maar het is natuurlijk wel een uitgelezen smoes om een mooie nieuwe fiets te kunnen/mogen kopen.

Rohloffnaaf

Rohloffnaaf

Een andere reden om niet met een high-tech fiets aan de tocht te beginnen is het risico dat U bij pech wel een fietsenmaker kunt vinden (soms na lang zoeken en veel ‘gedoe’) maar dat de goede man U niet -direct- kan helpen wegens gebrek aan de juiste onderdelen, bijv. een nieuwe krans voor in een rohloffnaaf. Een enigszins traditionele fiets met kabels en derailleur is ook hierom zo gek nog niet, en goedkoper. Tenzij U met Uw fiets in totaal meer dan 60.000 km wilt gaan fietsen.

Gebroken naafspanner

Gebroken krans van een Rohloffnaaf

En als U denkt dat U met bijv. een Koga-fiets geen vette pech kunt krijgen dan heeft U het mis. Maar een mooie Santos met rohloffnaaf en riemaandrijving trekt onderweg zeker veel bekijks.

Ik heb de ligfiets bewust buiten beschouwing gelaten. Primair omdat ik daar geen ervaring mee heb en bovendien, ligfietsers lijken een aparte categorie. Ze schijnen zich te willen afzetten tegen de gewone fietser die zij een ‘bukfietser’ noemen. Tenminste zo wordt er over geschreven op dit forum en zo vernam ik van een ligfietser op een Franse camping. Bukfietsers (het woord doet me aan ‘dreuzels’ denken) zien niets van hun omgeving, want ze liggen gebukt over hun stuur naar hun voorwiel te staren. Ligfietsers zien daarentegen alles. Vreemd. Hoe het ook zij, neem een fiets die U goed past, die robuust is en die lekker zit.
Er zijn ook pelgrims die de tocht per tandem maken. Lees de blog van het tandemstel Addie en Annie.

Naar Santiago met tandem en aanhanger

Naar Santiago met tandem en aanhanger

De tassen aan Uw fiets zijn er in twee categorieën: de waterdichte en de tassen die gaan lekken als er regen op valt. U kunt de tassen die niet waterdicht zijn, afdekken met een hoes. Let op: als die hoes spatwaterdicht is weet U meteen hoe laat het is. Spatwaterdicht moet U letterlijk nemen: bij een regenbui gaat U nat.

Professioneel bepakte fiets, waterdicht!

Letterlijk en figuurlijk. Punt is dat waterdichte tassen zwaarder en duurder zijn dan gewone fietstassen. U kunt de tassen behoeden voor doorlekken door er zelf een plastic hoes (vuilniszak bijv.) overheen te doen. Vuilniszakken zijn sowieso handig als U een tentje mee neemt. Er kan veel in en zorgvuldig afgesloten zijn ze goed waterdicht.

Een goed alternatief voor vuilniszakken zijn de zogenaamde ‘puinzakken’ (bouwzakken). Deze zakken zijn wel wat kleiner, maar gaan niet zo snel kapot. Ze kunnen ook dienen als binnenvoering van Uw fietstassen zodat mogelijke inslag van regen geen onaangename gevolgen heeft.

Het inpakken van de tassen is een verhaal apart. Er zijn verschillende strategieën. Soort-bij-soort (1), Links en rechts evenveel gewicht (2), Naar gebruiksfrequentie (3), Naar waarde (4).

1. Soort-bij-soort. Dat betekent: kleren in de klerentas, slapen en koken in de verblijfstas, reparatie-onderdelen en gereedschap in de fietstas, etc.

2. Links en rechts evenveel gewicht. Dit dient het doel om veilig te fietsen. Als het gewicht tussen links en rechts veel verschilt, kan dat problemen opleveren bij het fietsen. Het kan leiden tot gevaarlijk slingeren bij een afdaling of omvallen bij stilstand.

3. Naar gebruiksfrequentie. Spullen die U vaak nodig hebt zitten bovenin, bij elkaar of in een aparte tas. Andere spullen (pechmateriaal, regenponcho etc.) zitten onderin of in een specifieke tas. Bijvoorbeeld een van de twee tassen aan het voorwiel.

4. Naar waarde. Waardevolle spullen zitten op een plek die minder vatbaar is voor diefstal.

Welke keuze U ook maakt, kies voor een vaste manier van inpakken. Dat helpt indien U midden in de nacht op zoek bent naar een maagzuurremmer. Een verantwoorde verdeling van het gewicht is ook van belang, maar dat regelt zich meestal zelf. Mijn voorkeur heeft soort-bij-soort. In een beweging haal je de tas met kleren en toiletspullen van de fiets. Handig voor een overnachting in een refugio of hotel.

Linksvoor: regenjack, kookgerei, handdoek. Rechtsvoor: regenbroek, gasbrander, reserveonderdelen. Linksachter: kleding. Rechtsachter: tentje, slaapzak, luchtbed. Stuurtas: camera, telefoon en papieren. Achterop: fietspompje, tas met etenswaar en rugzakje met kleine spullen, bijv medicijnen .

Bovenstaande fiets heeft goedkope Fastridertassen. De hoes is spatwaterdicht en de tassen lekken dus door bij (veel) regen. Als remedie had ik plastic overtrekhoezen gemaakt -met uitsparingen voor de ophanghaken- die ik er bij (dreigende) regen overheen deed. Het ging allemaal goed, maar wie geen risico’s wil lopen gebruikt waterdichte tassen van Ortlieb. Het kost een paar centen (vier nieuwe Ortliebtassen: 250 euro) maar dan heb je ook wat. In ieder geval niet het chagrijn van een doorweekte bagage.

Een alternatief voor de vier fietstassen is een fietskar. Een vehikel op twee wielen dat achter aan de fiets is bevestigd. Je ziet het niet vaak -nog minder dan ligfietsen- dus of ’t handig is, is nog even de vraag.

Mocht U overwegen Uw fietsschoenen met plaatjes vast te klikken aan de trappers, niet doen. Als U het niet gewend bent is het levensgevaarlijk. En om beter door de bergen te kunnen fietsen is het nauwelijks interessant. Zoveel zware klimpartijen komt U niet tegen. Wel moet U er op bedacht zijn dat bij regen Uw schoenen van de pedalen kunnen glijden. Dat kan lastig zijn, maar ook dit is geen reden Uw schoenen aan de pedalen vast te klikken indien U dat niet gewend bent. Een pelgrim schreef in 2016: ‘Deze morgen vroeg wakker geworden met pijn in linkerknie. Vermoedelijk van vallen gisteren. Bij willen plukken van bloemen te kort terug gedraaid met fiets en niet tijdig uit klikpedaal geraakt. Direct ingesmeerd met voltarengel. Nu maar zien wat de dag brengt ‘.

De fietsenmaker vervangt remblokjes

In principe kunt U zelf Uw fiets repareren en onderhouden (oefen zo nodig op handelingen die U niet zo vaak uitvoert), maar er zijn ook fietsenmakers die U onderweg uitstekend kunnen helpen. Het Genootschap had een A4-tje met namen en adressen, maar deze lijst wordt niet meer bijgehouden. Daarom verwijst het Genootschap nu naar de Sweermanboekjes. Jammer dat men dergelijke service niet kan handhaven.

Hieronder een kort lijstje met Spaanse fietsenmakers (talleres de bicicletas) van de site bicigrino.com.

– Pamplona: InterSport Irabia, Straat Benjamin van Tudela.
– Logroño: Vini Vidi Bici, Paseo Sáenz Francisco Porres 1.
– Najera: Cycles Baths, Calle Los Alamos 11
– Sto zondag: Cycles Estenaga, Straat Sor Maria de Leiva 12.
– Burgos: Beweging, Calle Vicente Aleixandre 15
– Carrion: Talleres Juanito, Straat Las Cercas 1.
– Sahagun G. Redondo, Flora Straat Florez 18.
– Mansilla: Delesla CB, Straat Mesones 27.
– Leon: Cycles Blanco, luitenant Andres Gonzalez 1.
– Astorga: Fietsen voor Roberto Plaza Obispo Alcolea 14
– Ponferrada: Inertia Xtreme, Avenida de la Libertad 4.
– Villafranca: Motorfietsen Urban, Straat Puente Nuevo 2
– Sarria: Two Wheels, Galicia plein 41.
– Melide Fietsen L. Rua, Avenida de Lugo 14
– Arzúa: Commercial Lamas, Straat Lugo 131 baixo.
– Santiago: Oliveira, 83 Straat Sanchez Freire.

Spaanse fietsenmaker

Meestal heeft de fietsenmaker zijn zaken beter op orde.

Het is verstandig ‘zelf doen’ te beperken tot echte noodgevallen zoals het vervangen van een lekke band of eenvoudig onderhoud zoals het reinigen van Uw ketting. Voor zaken als het vervangen van een gebroken spaak of versleten remblokjes kunt U toch beter even langs de fietsenmaker gaan. Het mooie van Spanje is dat vrijwel alle winkels tot acht uur ’s avonds open zijn, behalve op maandagen, want dan zijn veel winkels de hele dag dicht. Tip: het vervangen van een lekke band is veel gemakkelijker dan het onderweg plakken van de kapotte band. Neem de lekke band mee en plak ‘m als U op Uw overnachtingsplek bent aangekomen. En dan is er nog de vraag hoe U ongemakken tijdens het fietsen voorkomt. Over de verzorging van Uw billen is al het nodige gezegd. Resteren de vragen ‘wat is een goede fietshouding?’ en ‘hoe voorkom ik zadelpijn?’. Die vragen hebben met elkaar te maken.

Een goede fietshouding.

De 30-graden fietshouding is ‘het beste’ voor trekking- of toerfietsen. Een goede fietshouding voorkomt zadelpijn. Tenminste als U een goede fietsbroek draagt, gewoon over de blote huid. Dat is een must. Daarnaast is een goed zadel essentieel om zadelpijn te voorkomen. Het voert te ver om alle theorieën hierover omstandig uit te leggen. Er zijn verschillende ‘zadelpijnsites‘. Maar het beste lijkt me om een goede rijwielhandel (fietsenmaker) te bezoeken.

naar de vragen

21. Wat zijn de moeilijkste etappes?

Ibañeta, soms mistig en koud

Het eerste idee is dat de oversteek van de Pyreneeën de zwaarste etappe is. Dat is niet zo. Tenminste, er zijn nog twee andere cols (Monte Irago/Cruz de Ferro en O’Cebreiro/Alto do Poio) die zeker niet onder doen voor de etappe over een van de cols in de Pyreneeën.

De Puerto de Ibañeta wordt vaak als ‘minder lastig’ gezien dan de col du Somport. Daar valt trouwens op af te dingen. Het is vanuit St. Jean-Pied-de-Port naar de Puerto de Ibañeta 24 kilometer, waarvan de eerste 6 –tot de Frans/Spaanse grens in Arneguy– het gemakkelijkst zijn. Vanaf de grens wordt het echt klimmen. Niet al te lastig, wel is de afstand lang. Het te overbruggen hoogteverschil is een kleine 900 meter. U doet er een uurtje of 4 over. Kortom, best te doen. U hebt er al twee weken training op zitten. De eerste kennismaking met heuvels (als U de westelijke route neemt) is ten westen van Parijs.

Hostal op de Col du Somport

Hostal op de Col du Somport

Daar zitten er paar pittige klimmetjes die gelukkig maar een paar kilometer lang zijn. Maar toch, het kan lastig zijn. Zeker als het weer niet mee werkt.

De klim naar de Col du Somport is iets langer, gerekend vanaf Accous. Maar de werkelijke klim begint pas ter hoogte van Urdos. Ongeveer 4,5 km na Urdos verlaat U de N-134 en vervolgens rijdt U 8,5 km door een mooi natuurgebied langzaam over een rustige weg naar de col op 1632 meter.

Onderstaande grafieken zijn gebaseerd op gegevens van de site www.climbbybike.com. U ziet nergens een stijging van 10% of meer. Dat betekent niet dat er geen enkel hellinkje van 10% in de klim zit. Het betekent wel dat er geen lange 10%-hellingen zijn.

Soms is de helling te steil....

Soms is de helling te steil….

U treft op weg naar vrijwel alle cols een paar echt steile stukken, bijv. net na Foncebadón, maar die zijn maar 100 of 200 meter lang. Maar ook elders in de route zitten soms korte, heftige 10%-klimmetjes. Bijv. net voor Miradoux (Fr), Etxauri (Sp) en Sotés (Sp). Een van de steilste hellinkjes is die naar de stadspoort van Astorga. Sweerman adviseert in boekje 3 een stukje te lopen. Naar het schijnt is de helling (100 meter) 22%. Mogelijk iets te steil ingeschat, want het is te doen weet ik uit ervaring.

Urdos: Soms is het flink klimmen

’n Stukje na Urdos is het soms flink klimmen

In sommige reisverslagen worden dit soort hoge percentages genoemd. Dat kan kloppen in de zin dat op een bepaald moment de hoogtemeter van Uw fietscomputer hogere stijgingspercentages toont. Maar nooit voor lang, hooguit een paar meter, bijv. als U onverhoopt de binnenbocht van een haarspeldbocht neemt. Wilt U in Nederland een stijgingspercentage van 15% of meer ervaren dan moet U naar de beruchte Keutenberg bij Schin op Geul. Deze heuvel heeft een stuk waar -gerekend over 100 meter- de stijging 17% is. Of U gaat naar de bekende Muur van Geraardsbergen. Die heeft een gemiddeld stijgingspercentage van 7,6%. De steilste 100 meter is 13% en op een enkel punt (paar meter) raakt U aan de 20%. Het stijgingspercentage is overigens een andere grootheid dan de hellingshoek. Zo is bij een hellingshoek van 45 graden het stijgingspercentage 100%. De percentages in de grafiek hieronder zijn het gemiddelde over telkens 1.000 meter.

De klim naar de twee cols in de Pyreneeën

Staar U niet teveel blind op deze kale cijfers en koop geen dure fietscomputer met toeters en bellen die van alles meten. Hoe U een klimmetje feitelijk ervaart hangt van veel meer factoren af dan alleen het stijgingspercentage. Het weer (de temperatuur, wel of geen regen, wind tegen) en Uw vorm-van-de-dag (wel of geen goede benen) spelen een minstens zo belangrijke rol. En vrijwel zeker wordt Uw klimervaring grotendeels tussen Uw oren bepaald. Klimmen is naast een lichamelijk proces vooral ook een mentale ervaring die sommige fietsers er zelfs toe brengt Clemens Sweerman als schuldige van hun (tijdelijke) ellende aan te wijzen. Maar enkel bij slecht weer heeft U reden om (een beetje) te klagen.

Stevige klim naar de Ibañeta

Voor alle forse klimmetjes gelden een paar basisregels. Als U die in de gaten houdt, dan ervaart U geen problemen uitzonderingen daar gelaten.

1. Zorg dat Uw tandwielen in de juiste stand staan; het verzet moet goed zijn. Tijdens een forse klim schakelen is (bijna) niet mogelijk. Het inschatten van de juiste versnelling leert U onderweg in de dagelijkse praktijk.

2. Vermijd dat U moet wisselen van voorblad om naar een lagere versnelling te schakelen. Schakelen op het achtertandwiel gaat tijdens een klim -als het niet te steil is- nog enigszins, schakelen op het voorblad kan alleen als de weg -redelijk- vlak is of daalt.

3. Benut de hele weg (mits het andere verkeer het toestaat). Neem een bocht dus altijd zo ruim mogelijk. Ook de bochten naar rechts.

4. Forceer niets. Liever een lage versnelling dan op kracht stoer de grote plaat draaien. Blijf ook zo lang mogelijk op Uw zadel zitten. Staand klimmen ziet er stoer uit maar kost enorm veel energie. Niet doen dus, behalve eventueel een kort stukje als U het zittend echt niet meer redt.

5. Houd Uw eigen tempo aan. Wat anderen doen -ook Uw compagnon(s)- moeten zij weten. Bent U altijd als laatste boven, maak er geen punt van. Laat U zeker niet verleiden de volgende keer te laten zien dat U wel degelijk een klimgeit bent.

6. Probeer in een bepaald ritme, cadans te komen. Om Uzelf niet ‘op te blazen’ kunt U een ritme bepalen via een-twee-drie-vier cadans op elke trapbeweging. Dit principe wordt ook bij lopers in een herstelfase tijdens de training en in wedstrijden gebruikt.

7. Moet U afstappen tijdens een klim, loop dan een stukje naar waar het minder steil is. Meteen opnieuw opstappen zal niet lukken.

Col du Somport, 1640 m.

Eet onderweg naar de Col du Somport, 1640 m.

8. Zorg dat U genoeg energie hebt. Eet (bijv. bananen) voorafgaand aan een klim, zodat U tijdens de klim de man-met-de-hamer niet tegen komt. Ook is het verstandig tijdens een lange klim regelmatig te stoppen om te wat eten en te drinken.

9. Als U gewend bent Uw fietsschoenen aan de trappers vast te klikken, dan kunt U overwegen dat nu ook te doen. Indien U geen clipplaatjes onder Uw fietsschoenen gewend bent, doet U het dan nu ook niet. Levensgevaarlijk. De verhalen dat U dan beter bergop kunt fietsen (want Uw voeten duwen en trekken de trappers) zijn alleen van toepassing als U de Tour-de-France reuzen wilt beklimmen. En dergelijke bergen treft U gelukkig niet op weg naar Santiago.

Goede kettingpons

10. Een kettingbreuk is doorgaans het gevolg van lomp schakelen. Bijvoorbeeld bergop met Uw volle gewicht op de pedalen gaan staan en dan schakelen.

Zorg er ook voor dat Uw ketting niet (lang) teveel ‘uit het lood’ (cross) ligt. Dat wil zeggen: van het grootste voorblad naar het grootste achtertandwiel, of van kleinste voorblad naar kleinste achtertandwiel. Lomp schakelen kan er ook toe leiden dat U een van Uw voorbladen krom trekt. Schakel daarom nooit tijdens een klim terwijl U vol op de pedalen staat. Liever even omkeren, in de afdaling snel schakelen, weer keren en met de juiste versnelling opnieuw klimmen. Het is sowieso onhandig als de ketting ‘cross’ ligt. Het beperkt de schakelopties op het achtertandwiel. Gebruik daarom onder normale omstandigheden het middelste tandwiel van het voorblad.

In de Sweermanboekjes staan regelmatig stijgingspercentages aangegeven. Deze kunt U als volgt interpreteren:

  • tot 4% stijging is gemakkelijk, ook gedurende veel kilometers.
  • tussen 4% en 6% begint het pittiger te worden, maar zeker niet onoverkomelijk.
  • tussen 6% en 8% kan de stijging als “vrij zwaar” worden ervaren.
  • tussen 8% en 10% is ronduit zwaar. Uw snelheid kan terugvallen tot 5 km/uur.
  • boven de 10% is bijna niet te doen, tenzij U erg weinig bagage heeft.

Ter vergelijking: Het stijgingspercentage op de Alpe d’Huez is over vrijwel de gehele klim 8% à 9%; de eerste 1,5 km zelfs 10%.

Van Astorga naar Samos

 

Mooi weer: de klim naar O’Cebreiro is goed te doen

De moeilijkste etappes zijn de etappes waar het weer (zwaar) tegen zit. En als dat samenvalt met een lastig parcours zijn de rapen gaar. Het is bijna niet te doen om van Villafranca del Bierzo (511 m.) met een flinke westenwind, in de regen naar het bergdorpje O’Cebreiro in de Cordillera Cantábrica op de grens Castilla y León en Galicia te klimmen, 1.300 meter boven de zeespiegel. Een hoogteverschil van bijna 800 meter. Ook de klim vanuit Astorga (870 m.) naar het Cruz de Ferro (1505 m.) in de Montes de León is een flinke klim, maar goed te doen als het weer mee zit, klik hier.

Goed fietsweer, droog, een graad of 22 en een zwakke wind uit het oosten doet heel veel en maakt de tocht tot een geweldige beleving, ook al gaat ‘t bergop. Jammer dat U geen enkele controle hebt over het weer; U moet het doen met ’t weer dat U aantreft. Zeker is wel dat het invloed heeft op Uw moraal. Als U onderweg een dipje krijgt, komt dat meestal omdat het weer flink tegen zit.

O’ Cebreiro, juli 2011, twaalf uur ’s middags. Mistig en koud!

Verkijk U ook niet op de verschillen in temperatuur waarmee U te maken kunt krijgen. Het lijkt simpel: in Spanje is het in de zomer overal warm. Tot U er achter komt dat er in het noorden van Spanje de Picos de Europa liggen. Met de uitlopers ervan (Cordillera Cantábrica en Montes de León) krijgt U onderweg te maken.

En het kan koud zijn op de cols. Zoals het ook koud kan zijn als U in een dagenlange regenbui verzeild raakt, 170 km voor Santiago. En uiteraard kan het ook koud zijn in de Belgische Ardennen en de hogere delen van Frankrijk. Wind, regen en kou kunnen belangrijke tegenstanders zijn, het hele jaar door. Natuurlijk kan het ook erg warm, om niet te zeggen heet, worden. Als het asfalt aan Uw banden blijft plakken is het misschien beter om even te stoppen en de schaduw op te zoeken.

O'Cebreiro 19 mei 2013. Extreem koud.

O’Cebreiro 19 mei 2013. Extreem koud.

Een meer gedetailleerd grafiekje van de klim naar O’Cebreiro (en andere cols) staat op de site Altimetrias.net, klik hier. Helaas geven sommige grafieken de cols van de ‘verkeerde kant’ (voor U de afdaling) weer. Nadat U de twee cols, Cruz de Ferro en de Poyo (iets na O’Cebreiro), vlak achter elkaar hebt gehad denkt U misschien dat het leed is geleden. Maar dan komt er nog een staartje. Van Triacastela naar Santiago de Compostela. Dat gedeelte is erg heuvelachtig. Veel klimpartijen en dus veel op en af. Na elke af komt er weer een op. Het is maar 140 kilometer maar hier en daar wel venijnig, vooral de 12 kilometer lange klim tussen Sarria en Pacios (Paradela). Daarna lekker dalen naar Portomarin. Een mooi beeld van de hoogteverschillen op de Camino Francés geeft de figuur hieronder, ietsje aangepast overgenomen van de site http://www.gdecarli.it/extra/santiago/index.htm.

Hoogteverschillen op de Camino Francés

El Acebo, lange stukken à 10% dalen

Dalen naar Molinaseca, met stukken à 10%

Na de kleine hoogvlakte van Cruz de Ferro begint de afdaling naar Molinaseca. U daalt van 1500 meter naar 600 meter over een afstand van ruim 12 kilometer.

Het enige dorpje onderweg is El Acebo. Stop hier even en kijk wat rond. Op de hoogvlakte zelf (ruim 5 km) komt U nog langs de ‘tempeliersnederzetting’ Manjarin. Een opmerkelijk bouwsel rechts van de weg. Pelgrims worden meestal gastvrij ontvangen.

De afdaling naar Molinaseca is een van de gevaarlijkste onderdelen van de hele Camino. Vanwege het grote hoogteverschil in relatie tot de afstand, met als maximum 10% dalen net voor El Acebo, is de kans te vallen vrij reëel. Zorg dus dat Uw remmen perfect in orde zijn als U aan deze afdaling begint. Trek ook een extra shirt, bodywarmer of fietsjack aan indien het op de col wat frisjes is.

Zes keer Cruz de Ferro op 1505 meter

Zes keer Cruz de Ferro op 1505 meter

naar de vragen

22. Bagage naar huis sturen?

Nadat U aan de voet van de Pyreneeën bent aangekomen kan het een idee zijn om een deel van de bagage naar huis te sturen. Vooral relevant voor kampeerders die in Spanje hun tentje en kookspullen niet meer nodig (denken te) hebben. Er zijn immers tal van refugio’s en voor de prijs van de pelgrimsmenu kun je nauwelijks zelf koken. Bovendien kunnen er twee routeboekjes naar huis. Elke kilo telt, dat heeft U inmiddels wel gemerkt.

Deze pelgrim was minder kritisch.

Overigens kan de behoefte bagage naar huis te sturen al ver voor de Pyreneeën ontstaan. Mogelijk wel de grootste ‘fout’ die de pelgrim kan maken is teveel spullen mee te nemen. Het gezegde ‘alles wat je thuis laat is meegenomen’ is wel wat oubollig, maar raakt wel de kern. Kijk voor vertrek kritisch naar de berg artikelen die U in Uw fietstassen wilt proppen. Wat niet per se nodig is, thuis laten. Niet alle risico’s willen afdekken door een buitenband, een set tandwielen, een complete steeksleutelset, een dikke trui, tien onderbroeken en een halve apotheek mee te nemen.

Na een paar dagen al een retourzending....

Na een paar dagen was een retourzending al nodig….

Teveel bagage gecombineerd met een (te) zware fiets (eentje met verende voorvork bijv.) leidt bijna zeker tot overbelasting van de kniegewrichten. En dat betekent een paar dagen rust of zelfs het afbreken van de tocht. Nog afgezien van de ellende die het is om een klim niet aan te kunnen en te moeten lopen met fiets en bagage. Een paar meter lopen is niet erg, maar het komt voor dat fietsers kilometers moeten lopen, de fiets met de hand omhoog duwend. En dat is niet leuk. Als U overweegt bagage terug te sturen, oriënteer U vooraf op de mogelijkheden en condities van bijvoorbeeld La Poste of TNT. In Spanje werkt het postbedrijf onder de naam Correos, herkenbaar aan de gele kleur. Het aantal postkantoren neemt overal sterk af. En ook op de openstellingstijden is bezuinigd. Als U al een postkantoor treft is de kans groot dat het gesloten is. Kies voor retourzendingen de wat grotere plaatsen. In Frankrijk: St. Jean-Pied-de-Port of Oloron-Sainte-Marie. In Spanje: Jaca, Pamplona of Logroño.

Het Jacotransbusje levert bagage af in Rabanal del Camino.

Behalve bagage naar huis te sturen kan het in geval U in de problemen bent gekomen een idee zijn, om de bagage op transport te zetten naar een volgende albergue. Het vervoer van pelgrimsbagage is inmiddels ‘business’ geworden. Specialist is de Spaanse onderneming Jacotrans. Dit bedrijf werkt alleen op ‘el Camino’ (dus niet in Frankrijk). Op hun site (www.jacotrans.es) staat in het Spaans nadere informatie, o.a. de telefoonnummers waaronder ze bereikbaar zijn op de verschillende delen van de route. Maar ook veel albergues en hotels hebben informatie(formulieren) beschikbaar.

naar de vragen

23. Is er onderweg internet?

Ja. Op steeds meer plaatsen vindt U internet. Hotels hebben inmiddels vrijwel zeker wifi, sommige hebben daarnaast ook nog een openbare pc. Steeds meer bars, restaurants en campings hebben wifi, vraag even naar de netwerksleutel. Dus als U een beetje uitkijkt hoeft U geen gebruik te maken van een dure 3G-verbinding. In refugio’s kunt U vaak internetten via een vaste pc. Reken er wel op dat de lijnsnelheid niet aan de Nederlandse glasvezelstandaard voldoet. Een lijnverbinding van 20 kbps is al heel wat.

Even op de pc van de campingbaas internetten

Prima om een blog bij te werken, maar lastiger om grote fotobestanden te verzenden. Ook de koppeling pc-fotocamera is niet altijd plug-and-play. Zorg dat U een USB-kabeltje meeneemt. In de grotere plaatsen zijn meestal ook internetcafés. Soms even zoeken of vragen, want door op opkomst van wifi neemt het aantal internetcafés af. Steeds meer pelgrims nemen naast een smartphone ook een iPad (of soortgelijk apparaat) mee. Een smartphone kan u uitstekende diensten bewijzen. Kijk in de app-stores voor handige apps. Indien U Uw smartphone veel gebruikt om onderweg sites te bezoeken of te navigeren dan loopt U snel aan tegen de beperkte accucapaciteit. Een iPhone bijv. houdt het maar een paar uur uit als hij gebruikt wordt voor navigatie. Er zijn mogelijkheden om een oplader op Uw fiets te monteren. Deze zijn echter vrij duur en vereisen bovendien een naafdynamo. Meer informatie staat hier. Een concreet voorbeeld is de ‘BioLogic Reecharge‘; de naafdynamo (hub dynamo) van de fiets laadt een ‘powercell’ op die op zijn beurt energie levert aan een ingeplugd apparaat. Dat kan een mobiele telefoon zijn, een gps-toestel of een andere stroomvreter.

Noodlader

Noodlader

Een andere optie is het gebruik van een noodlader. Dit ding kan een mobiel apparaat opladen via zonlicht. Met enige geluk heeft U dat onderweg in overvloed. Echter, als commerciële bedrijven zelf de naam ‘noodlader’ hanteren moet er een belletje gaan rinkelen. Afgaande op recensies geven de meeste fietsers daarom de voorkeur aan een oplader die op een naafdynamo werkt. Ook is er inmiddels een koplamp met een ingebouwde USB-oplader. Nog niet ‘the final solution’, maar mogelijk wel bruikbaar. Maar er zijn inmiddels ook andere alternatieven. Bijv. het Goal Zero Nomad solar panel.

naar de vragen

24. Speciale aandacht?

Waarvoor? U kunt overwegen tijdens de Camino aan één issue speciale aandacht te geven door er over te schrijven en/of door er foto’s van te maken. Voorbeelden zijn: fotografeer alle bruggen over de vele rivieren die U passeert, of maak foto’s van bijzondere deuren of ramen. Maar U kunt ook foto’s van beelden van Santiago verzamelen. Er zijn talloze beelden gemaakt. Daarnaast soms schilderingen en glas-in-lood werken.

Santiago wordt in verschillende hoedanigheden afgebeeld:
– als evangelist.
– als martelaar.
– als pelgrim.
– als heilige.
– als Santiago Matamoros.

Hieronder een collage van slechts enkele afbeeldingen.

Collage van beelden van Santiago, Saint Jacques.

Ook ziet U beelden van een andere figuur die veel lijkt op Santiago. In de zin dat ook hij -vaak- met een schelp op de kleding wordt afgebeeld. Maar er zijn twee belangrijke verschillen: hij heeft een hond bij zich en er is een verwonding (pestbuil) aan zijn -meestal linker- been. Het is de Franse heilige Saint Roch de Montpellier, (San Roque, San Rocco of Sint Rochus) naar wie de kleine hoogvlakte na O’Cebreiro is vernoemd: de Alto de San Roque. Hieronder enkele beelden. Hij leefde in de 14e eeuw, is een van de pestheiligen en patroon van tal van beroepen.

Collage van San Roque, Saint Roch.

Een ander onderwerp dat mogelijk Uw aandacht trekt zijn de vele monasterio’s (abdijen, kloosters) onderweg. Soms nog in gerestaureerde ‘originele’ staat, soms een ruïne. Veel van deze kloosters zijn gebouwd in de periode 900-1200 die ook de hoogtijdagen van de Camino omvatte. Veel kloosters stonden onder supervisie van de Abt van Cluny.

Kloosters van Cluny rond het jaar 1.000

De Abdij van Cluny (midden Frankrijk, nu staat nog 10% overeind) is gesticht in 910. Rond de jaren 1.000/1.100 had Cluny de supervisie over bijna 1.000 kloosters en 100.000 monniken in grote delen van Europa. Vrijwel alle kloosters langs de Camino in Spanje werden bestuurd vanuit Cluny. Niet dat Cluny zoveel kloosters stichtte, maar bestaande kloosters onderwierpen zich aan de supervisie van Cluny. Centraal Europees gezag is dus niks nieuws. Brussel heette vroeger Cluny. De monniken van Cluny volgden oorspronkelijk de regel van Sint Benedictus (van Nursia) die rond 500 een klooster had gesticht in Monte Cassino (midden Italië).

Europa rond het jaar 1.000

Deze regel schreef o.a. een sober leven voor. In de loop van de jaren dreef men hiervan af. Het kloosterleven werden steeds luxer. En bijgevolg ook de gebouwen. Vandaar dat er zoveel rijk versierde kloosters waren, waarvan er nu dus nog een paar hun oude glorie kunnen tonen. Met deze ontwikkeling was niet iedereen het eens en rond 1100 ontstond de orde der Cisterciënzers, die teruggreep op de oude regels van Benedictus. Deze tegenstelling is o.a. beschreven in het boek ‘de naam van de roos’ van Eco.

Op de kaart van Spanje is grens Christendom en Islam goed te zien. Het donkerblauwe koninkrijk Pamplona-Nájera plus Catalunya is katholiek. Alle koninkrijkjes ten zuiden ervan vallen onder het islamitisch Kalifaat van Córdoba. De reconquista was in volle gang. Het Koninkrijk Pamplona-Nájera viel in 1035 uiteen.Uiteindelijk kreeg het koninkrijk van Castilië de overhand in dit (blauwe) gebied. Ten koste van Pamplona-Nájera (Navarra), Aragón en León. U kunt de graven van de koningen van Pamplona-Nájera bezoeken in het Monasterio van Nájera. Bijvoorbeeld Bermudo III, tussen 1018 en 1037 koning van León.

Rond 1500 beheerste Castilië grote delen van Spanje, waarna door het huwelijk van de Habsburger Philips de Schone en Johanna van Castilië het Habsburgse vorstenhuis in geheel Spanje en Portugal en andere delen van Europa en de wereld aan de macht kwam. Met Karel V, in Spanje Carlos I genoemd, zoon van Philips en Johanna als keizer. Interessant om onderweg te overpeinzen: rond het jaar 1500 vielen het land waar U doorheen fietst (Castilla y León) en het land waar veel pelgrims vandaan komen (de Bourgondische Nederlanden) onder een en dezelfde koning. Van elkaar gescheiden door Frankrijk.

naar de vragen

25. Wat moet U niet missen?

Castrillo de los Polvazares, een niet te missen dorpje

Castrillo de los Polvazares, een niet te missen dorpje

Teveel om op te noemen. Er is onderweg zoveel te zien dat U een keuze moet maken. Mijn aanname is dat U mooie/bijzondere ‘dingen’ wilt zien en niet met oogkleppen op de kortste weg naar Santiago neemt. Begin met gewoon goed rond te kijken tijdens het fietsen. U loopt dan wel het risico een afslag uit het boekje te missen, maar als U te geconcentreerd bent op de route in het boekje dan mist U de schoonheid van de omgeving. Dus beter een keer omdraaien omdat U verkeerd zit dan alleen maar aandacht te hebben voor de weg en de routebeschrijving. Wat U aan bezienswaardigheden niet moet missen hangt ook af van de tijd die U beschikbaar hebt en van de vraag of U een klein omweggetje wilt maken. Niet alle interessante zaken liggen vlak aan de route.

Vézelay, kathedraal Madeleine

Allereerst zijn er natuurlijk de grote(re) plaatsen langs de route. In Frankrijk bijv. Chartres, Tours en Poitiers. Of Troyes, Vézelay en Cahors als U de oostelijke route neemt. In België Mechelen en Aalst (westelijke route). Stuk voor stuk plaatsen om even de tijd te nemen voor een kleine sightseeing. Of voor een extra dag om even te rusten en de stad goed te bekijken. Neem bijvoorbeeld een dag extra in Chartres. U bent dan al even op weg, er zijn goede overnachtingsmogelijkheden op de camping of in hotel Jehan de Beauce, direct in het centrum, vlakbij het station. Op de westelijke route ligt Aubeterre-sur-Dronne met de fantastische monolitische kerk van St. Jean. Maar ook Châtellerault met de kerk St. Jacques en een beeld van St. Jacob. En het pittoreske Nanteuil-en-Vallée, met de fontaine St. Jean voor de gîte waar U kunt overnachten.

Oorlogskerkhof bij Romagne

Oorlogskerkhof bij Romagne

De oostelijke route voert door de Ardennen (hoogste col op ruim 500 meter) en het WO-1 slagveld in noord-oost Frankrijk. Sla in Romagne-sous-Montfaucon linksaf en bezoek het Amerikaanse oorlogskerkhof. Het omvat ruim 14.000 graven en is daarmee groter dan het oorlogskerkhof bij Omaha-beach in Normandië. Het ligt een paar honderd meter ten oosten van de route. Rechts van de route ligt een klein Duits oorlogskerkhof uit WO-1. In midden-Frankrijk zijn vele pittoreske dorpjes en lommerrijke achteraf weggetjes, bijv. bij de Etang de Piquette. Behalve het toeristische Rocamadour en Turenne, kunt U onderweg ‘middeleeuwse’ dorpjes zoals Martel bezoeken.

San Juan de la Peña, oud monasterio in de rotsen uitgehakt

San Juan de la Peña, oud monasterio in de rotsen uitgehakt

In Spanje (voordat in Puente la Reina de routes samenkomen) kunt U Santa Cruz de la Serós en het oude Caminodorpje Monreal verkennen. En neem de omweg naar het Monasterio San Juan de la Peña, even rekening houden met de openingstijden.
Oloron-Sainte-Marie lijkt gezien de ligging een mooie halteplaats, maar dat valt tegen. Er is geen Caminosfeer zoals in Saint Jean-Pied-de-Port en het ligt net wat te ver van de col du Somport.

Als U in één keer van Oloron naar de Somportpas fietst, dan is er de kans dat U pas aan het einde van de middag op de col bent. En dat is aan de late kant. Daar is wel een albergue en eventueel kunt U overnachten in Canfranc (Estación), maar het is verstandiger de Somport over te steken vanuit een plaatsje dichter bij de col (Accous, Etsaut of Urdos) en te overnachten in (het mooie) Jaca. Ook in de zomer kan het op deze col koud, nat of mistig zijn en als dat het geval is, is het passeren van de col rond het middaguur te prefereren.

Najera, Santa Maria la Real klooster

In Spanje zijn er natuurlijk de steden Burgos en León. Beide met prachtige kathedralen en pleinen. En verder zijn er natuurlijk veel monasterios in Spanje. Oude kloosters, soms nog als klooster in gebruik. Soms een leegstaand monument, soms verbouwd tot hotel. Aan te raden zijn: Monasterio Santa María la Real in Nájera, Monasterio Yuso in San Millán de Cogolla, Monasterio San Miguel de Escalada in de buurt van Mansilla de las Mulas, Monasterio San Zoilo in Carrión de los Condes en het Monasterio de Samos. Het oude klooster San Juan de la Peña, de kloosters in Leyre en Cañas. En dan vergeet ik er nog een hoop. Kijk op deze site voor meer ideeën. En verder in Spanje: de gratis wijntap in Irache, de bodegas in Navarra (Rioja wijnen), de brug in Puente la Reina, de kerk met de haan en de kip in Santo Domingo de la Calzada, het bijna verlaten Foncebadón, de ‘tempeliers-nederzetting’ in Manjarin, het pelgrimsbeeld op de Alto San Roque en de zilveren schrijn met de beenderen van San Xacobeo, la ‘Tumba de Santiago el Mayor‘ in de kathedraal van Santiago, waar het allemaal mee begonnen is.

Deze doopvont in Redecilla del Camino is wel authentiek.

Deze doopvont in Redecilla del Camino is wel authentiek.

Dit alles uiteraard in het besef dat U zich een beetje voor de gek laat houden. Niet alles, of beter: het overgrote deel van wat U ziet is niet authentiek. Heel veel is gerestaureerd. Zo is bijvoorbeeld de brug over de rio Ega in Estella een replica van een middeleeuwse brug. Gebouwd in 1971…. Maar desondanks, U kunt heel veel, heel mooie en vooral heel indrukwekkende dingen zien. Neem er de tijd voor en bereid U goed voor. Voor de echte liefhebbers van de ‘schone kunsten’ is de site CVC, El Camino interessant. Op deze site staan foto’s en teksten van alle bezienswaardigheden aan of vlakbij de Camino. Ook alle minder bekende.

Monasterio San Juan de Ortega.

Die voorbereiding is noodzakelijk om twee redenen. Het bewust kiezen van bezienswaardigheden die U zonder voorbereiding gemist zou hebben omdat ze een stukje van de route liggen. En omdat U voor een bezichtiging rekening moet houden met openingstijden. Vooral maandagen zijn berucht en in Spanje is men tijdens de siësta vaak gesloten. Dat geldt uiteraard niet voor dorpjes/steden die U wilt bezichtigen. Maar wees er wel op voorbereid dat alle Spanjaarden tijdens de siësta binnen zijn; enkel toeristen wagen zich op straat. Dus zijn alle winkels dicht, alle dorpjes uitgestorven en loopt er hier en daar een verdwaalde toerist. Ook eten (het comida) doen de Spanjaarden binnen, in de comedor. Alleen toeristen zitten buiten aan de lunch.

Hieronder een paar suggesties voor locaties die niet direct aan de route (in Spanje) liggen:
– Monasterio de Leyre (in de buurt van Yesa)
– Dorpje Monreal (stukje voor Pamplona)
– Kerkje in Eunate (bij Puente la Reina)
– Monasterio en wijntap in Irache (bij Estella)
– Monasterio van Cañas (in de buurt van Nájera)
– Dorpje Hontanas (in de buurt van San Anton)
– Monasterio in San Juan de Ortega (net voor Burgos)
– Cartuja de Miraflores (net voor Burgos)
– Castrillo de los polvazares (beschermd dorpje iets na Astorga)

Hoog van vergeving

Indien U de route volgt uit Sweermanboekje 3, dan mist U helaas het ijzeren monument op de Alto del Perdón. Dit monument stelt een groep pelgrims voor die met paarden, ezels en honden op weg zijn. Mocht U dit monument willen zien, neem dan een andere route van Pamplona naar Puente la Reina. Let wel, het monument staat op een Alto, een hoogte waar het altijd waait. U zult er een flinke dobber aan hebben.
Degenen die bovengemiddeld geïnteresseerd zijn in cultuur en historie van de Camino Francés vinden veel informatie in Camino de Santiago te voet. Deze pdf is een compilatie van Engelstalige tekst op de site http://www.galiciaguide.com/.

Wat U ook niet moet missen zijn de contacten met medepelgrims. Als U alleen gaat, ontstaan die ‘vanzelf’. Als U in gezelschap reist wat minder. Vrijwel zeker ontmoet U andere Nederlanders of Vlamingen op weg naar Santiago. Mooi, want geen taalproblemen. Maar ook contacten met pelgrims uit andere landen zijn ‘niet te missen’ waardevol. Altijd handig, indien U een woordje over de grens spreekt. Contacten met de lokale bevolking zullen zich veelal beperken tot gesprekjes over ‘waar zijn we?’ (¿dónde estamos?), ‘waar moeten we heen?’ (¿adónde a Santiago?), eten en overnachten.

Reken er wel op dat sommige locaties aan de Camino steeds vaker stijf staan van de toeristen. Denk bijv. aan het zuid-Limburgse Valkenburg in de zomer. Met enige pech is bij het Cruz de Ferro net een bus toeristen gelost. Ook O’Cebreiro kan vergeven zijn van de toeristen. Maar ook andere plaatsen kunnen toeristen Uw beeld verstoren.

O'Cebreiro zonder toeristen is mooi om te zien.

O’Cebreiro zonder toeristen is mooi om te zien.

naar de vragen

26. Wat moet U opschrijven?

Neem een klein aantekenboekje mee en een potlood of pen. U doet zoveel indrukken op en U kunt die niet allemaal vasthouden zonder iets op te schrijven. Zonder een aantekenboekje bent U veel kwijt als U terug bent. Neem voor elke dag een nieuwe pagina en noteer elke avond kort de belevenissen van de dag. Bovendien kan het dienst doen als een kasboek in geval U met tweeën reist. Als elke keer ieder voor zichzelf betaalt is dat wat lastig.

Indien U wil kiezen voor een modernere manier om aantekeningen te maken dan kunt U Uw tablet-PC, notebook of andersoortig elektronica meenemen. Het staat professioneler en het is ook handiger als U een uitgebreide weblog wilt onderhouden. Neem wel de nodige voorzorgsmaatregelen. Een fietstas is nu eenmaal niet het meest geschikte transportmiddel voor elektronica.

naar de vragen

27. Gele pijlen?

Overal gele pijlen

U hoort van anderen dat er overal gele pijlen staan. Hoe zit dat? Inderdaad, U komt gele pijlen tegen, alleen in Spanje, op een uitzondering in Frankrijk of België na. Slordig geschilderd op het wegdek, een boom, een steen, de gevel van een schuur. Kortom, op elke denkbare ondergrond. Ze staan er als teken voor de voetgangers. Dus op delen van de route waar de fietsroute de wandelroute volgt ziet U ze om de haverklap. Soms op een kruispunt met vele bijeen om maar goed aan te geven welke kant de pelgrim op moet. Op de delen waar de fietsroute afwijkt van de wandelroute moet U het doen met Uw eigen kaart, kompas of GPS. Indien U zonder nadenken de gele pijlen gaat volgen en U niet meer omkijkt naar Uw routeboekje of GPS, kan het gebeuren dat U op lastig te berijden paden terecht komt. Sommige delen van het Caminopad zijn zelfs verboden gebied voor fietsers. Aan U dan de beslissing het pad te blijven volgen -in de hoop dat het beter wordt- of om te keren en de fietsroute weer op te zoeken.

Elia Valiña Sampedro.

De eerste gele pijlen zijn in 1984 geschilderd. Ook heropleving van de Camino is van vrij recente datum. Begin jaren ’50 van de vorige eeuw is de Franse pelgrimsorganisatie opgericht. Nadat de Camino vele honderden jaren (1400-1900) in de vergetelheid was beland ten gevolge van de pest, de protestanten en de renaissance. En niet te vergeten de Europese oorlogen tussen Spanje, Engeland, Frankrijk en de Republiek der zeven Provinciën in die periode. Het meest recente dieptepunt was in 1978. In dat jaar meldden zich slechts dertien pelgrims bij het Pelgrimsbureau in Santiago. Vanaf het heilige jaar 1999 nam het aantal pelgrims stormachtig toe. In 2014 worden weer meer dan 200.000 wandelaars en fietsers verwacht.

Inmiddels staat ‘El Camino’ op de werelderfgoedlijst. Begin jaren ’60 werd de eerste Spaanse pelgrimsorganisatie (in Estella) opgericht.

Tempelierskasteel in Ponferrada

Tempelierskasteel in Ponferrada

In 1986 werd het Nederlands Genootschap van Sint Jacob opgericht. De hoogtijdagen van de Camino waren in de periode 1100-1300. Ongeveer dezelfde periode als waarin de orde van de Tempeliers bestond. Zij hadden de taak op zich genomen de pelgrims te beschermen te rovers. In Ponferrada staan de ruines van een oude burcht van de Tempeliers. Sinds 25 maart 2014 staat een uitgebreide beschrijving van de geschiedenis van de Camino op een Italiaanse site.

Terug naar de gele pijlen. De ‘uitvinder’ van de gele pijlen (flechas amarillas) is de pastoor van O’Cebreiro: Elías Valiña Sampedro (1929-1989). Hij heeft veel betekend voor de heropleving van de Camino. Daarom staat in O’Cebreiro een beeld van deze man (rechts van de kerk). Hij ligt begraven in de kerk van O’Cebreiro.

naar de vragen

28. Is er speciale Caminomuziek?

Er is verschillende Caminomuziek. Op de eerste plaats is er het Caminolied Ultreia, genoemd naar het refrein van het lied. In het Frans heet het ‘Chant des Pèlerins de Compostelle’.

Caminolied Ultreia (franse tekst)

Op Youtube vindt U (amateur)zangers/zangeressen die dit Caminolied ten gehore brengen. Klik hier voor een Franse versie van Ultreïa op tekst van J. Claude Bénazet. Dit lied is van vrij recente datum. Ultreïa is ook een typisch Caminowoord. Het betekent zoiets als ‘voorwaarts‘. In het Spaans: Vamos más allá. Het is een groet (naast het veel meer gebruikte ‘buen Camino’) van de ene pelgrim aan de andere. Deze pelgrim antwoordt dan met ‘Et sus eia’. Spaanse vertaling: Y vamos más arriba. (En steeds weer verder). Soms aangevuld met: Deus, adjuva nos. (God, help ons). Meer 0ver deze pelgrimsgroet staat hier. Veel ouder dan het Ultreia-lied zijn de middeleeuwse gezangen, waarvan het lied ‘Dum pater familias’ (soms) de Latijnse versie van Ultreïa wordt genoemd. Klik hier. Beide liederen lijken totaal niet op elkaar. Of en welk verband er is? Geen idee. Meer over Middeleeuwse Caminomuziek staat hier.

Er is ook een caminolied ‘Complainte du Pèlerin’. De Franse versie kunt U horen via deze site. Klik hier om de live gezongen Spaanse versie van dit lied te horen. Bent U geïnteresseerd in Caminomuziek, kijk dan op deze Canadese site , op deze Portugese site of op deze Noorse site. Van het Franse Caminolied ‘Grande chanson des pelerins’ bestaan verschillende versies, kijk ook op Youtube. De oudste dateren uit de 16e en 17e eeuw. Klik hier. Er is ook een dubbel-CD ‘Canto de Ultreia’ met oude (12e eeuw) pelgrims-liederen en liederen uit de Codex Calixtinus, uitgevoerd o.l.v. Fernando Reyes. Ook is er een Franse site met een grote verzameling van cd’s met Caminoliederen.

Indien U wilt genieten van zeer toepasselijke muziek, luister dan naar de middeleeuwse liederen op de cd’s ‘Santiago a cappella’ en -vooral- ‘Pelgrimage to Santiago’ van het Monteverdi Choir o.l.v. John Eliot Gardiner, klik hier. Helaas is een cd met pelgrimsliederen gezongen door een Nederlands koor uitverkocht. Het betreft de cd uit 2004 ‘Naar Santiago, duizend jaar pelgrimsmuziek’ van het Kleinkoor Ootmarsum o.l.v. Frans Heijdemann. Op hun site kunt U wel een stukje beluisteren.

Op deze franse site kunt U zien welke liederen op de cd staan. Lied 17 ‘Tous les matins nous prenons le chemin’ is het Ultreyalied. Een voorproefje van de pelgrimsmis met de Hymne van Santiago Apóstol vindt U hier; helaas zal de Paus er zeer waarschijnlijk niet zijn als U er bent. Het spektakel is er niet minder om.

U hoeft niet katholiek of een gelovige christen te zijn om aan de Camino te beginnen. Maar voor degenen die wel uit geloofsovertuiging gaan pelgrimeren staat hieronder het katholieke pelgrimsgebed. In het Spaans met daaronder de Nederlandse vertaling.

Oración del Peregrino

Apóstol Santiago
elegido entre los primeros
tú fuiste el primero en beber
el cáliz del Señor,
y eres el gran protector
de los peregrinos;
haznos fuertes en la fe
y alegres en la esperenza,
en nuestro caminar
de peregrinos
siguiendo el camino
de la vida cristiana
y aliéntanos para que
finalmente,
alcancemos la gloria
de Dios Padre.
Amén.

Gebed van de pelgrim

Apostel Jacobus,
verkozen om als eerste
apostel uit de beker
van de Heer te drinken.
U bent de grote beschermheer
van alle pelgrims.
Maak ons sterk in ons geloof
en geef ons vreugdevolle hoop
op onze pelgrimstocht
over het pad van het
Christelijke leven.
Moedig ons aan om
uiteindelijk de glorie van
Onze Vader te bereiken.
Amen.

naar de vragen

29. Wat doen jullie in Santiago?

De Nacionalidad Histórica Galicia is een autonoom gebied binnen het Spaanse Koninkrijk net zoals Catalonië en Baskenland. Het heeft een eigen regering, parlement en hoofdstad: Santiago de Compostela. En een eigen taal: het Galego. De status van Galicië is vergelijkbaar met de status van Vlaanderen binnen het Belgische Koninkrijk. De eerste belangrijke nederzettingen werden gesticht door de Kelten in de zesde eeuw voor Chr. Op dit punt lijkt het gebied op de andere Keltische gebieden aan de westrand van Europa: Bretagne, Wales, Ierland, Schotland.

Blauw-wit triskelion

Blauw-wit triskelion

De naam Galicië is verwant aan de namen Gallië en Gaelic. Het moet U dus niet verbazen dat U in Galicië doedelzakmuziek hoort (soms meer dan U lief is) en dat U dezelfde Keltische symbolen ziet als in bijv. Bretagne en Schotland: het triskelion en de kleuren blauw en wit, niet toevallig de kleuren van de broek van Obelix, de Schotse vlag en de Bretonse sweaters. Het Spaanse woord voor Kelt(isch) is Celta, wellicht bekend van de Spaanse voetbalclub Celta de Vigo.

De stad Santiago de Compostela bestaat uit twee delen. De binnenstad en alles wat daar buiten ligt. De kleine binnenstad is waar het te doen is. De rest is een gewone Spaanse stad met doorsnee gebouwen en gewone straten.

Plattegrond Santiago de Compostela

Als U de stad komt binnenrijden moet U door deze oninteressante buitenwijken heen. Volgt U boekje 3 dan komt U de stad binnen via de AC-261, de Rúa de Sadino. Volgt U de route langs het vliegveld (N634a) dan is de kans groot dat U via de Rúa do San Pedro komt. In beide gevallen steekt U de weg (Virxe de Cerca resp. Rúa das Rodas) over die het centrum afschermt van de rest van de stad. U komt dan via de Porta do Camino in de oude stad. Te zien aan de bestrating, kronkelige straatjes, weinig auto’s en veel voetgangers. De binnenstad is een soort doolhof. Het kronkelt en doet, op en af, her en der trappen die lastig te nemen zijn met de fiets. Binnen de kortste keren bent U alle oriëntatie kwijt. Vanwege de dichte en soms vrij hoge bebouwing is de kathedraal meestal niet te zien.

Volg Uw kompas en houd het westen aan; vragen kan natuurlijk ook. Aan de westelijke rand van de binnenstad ligt het Praza do Obradoiro, het grote rechthoekige plein vóór de kathedraal. Klik hier om de beelden van de webcam op het plein te zien. De kathedraal zelf staat momenteel in de steigers. Als de planning wordt gehaald is de restauratie afgerond net vóór het Heilig Jaar in 2021.
route naar pelgrimsbureauEind december 2015 is het Pelgrimsbureau (Oficina del Peregrino) verhuisd. Het nieuwe adres is: rúa das Carretas 33. Deze straat ligt links van het Parador Hostal dos Reyes Católicos op het Praza do Obradoiro. Links van dit grote complex -de weg ligt er niet strak naast; er is wat ruimte- loopt de rúa das Carretas naar beneden. Het is een éénrichtingsweg; met de fiets rijdt U vanaf het plein tegen de rijrichting in. Let dus op de Guardia Civil!
In het Pelgrimsbureau zit personeel bij wie U een getuigschrift kunt aanvragen. Het wordt ter plekke uitgeschreven. Houd Uw ID-kaart of paspoort en natuurlijk Uw pelgrimspaspoort met stempels bij de hand. Op drukke dagen kan er -ondanks het vele personeel en de efficiënte werkwijze – toch een flinke wachtrij ontstaan.

balie pelgrimsbureau.jpg

Balie van het nieuwe pelgrimsbureau

In het voorjaar van 2014 is een vernieuwing van de verkrijgbare getuigschriften doorgevoerd. De oude compostela, daterend uit begin jaren ’80 van de vorige eeuw, heeft een nieuw design gekregen. Evenals het Certificado Alternativo, gratis verstrekt aan niet-religieuze pelgrims. Voor iedere pelgrims is een nieuw, aanvullend getuigschrift geïntroduceerd: het Certificado de Distancia. Zoals op de foto hiernaast is te zien hangt op de wand achter de balie een groot affiche waarop in verschillende talen vermeld staat dat u kunt vragen naar een Certificado de Distancia. Het kost drie euro.

1. De traditionele compostela.

Het compostela is vernieuwd.

Het compostela is vernieuwd.

Dit document wordt verstrekt indien U hebt aangegeven (op het aanvraagformulier) dat U de pelgrimstocht naar Santiago uit religieuze overtuiging hebt gemaakt. Op het document staat in het Latijn:

CAPITULUM hujus Almae Apostolicae et Metropolitanae Ecclesiae Compostellanae sigilli Altaris Beati Jacobi Apostoli custos, ut omnibus Fidelibus et Perigrinis ex toto terrarum Orbe, devotionis affectu vel voti causa, ad limina Apostoli Nostri Hispaniarum Patroni ac Tutelaris SANCTI JACOBI convenientibus, authenticas visitationis litteras expediat, omnibus et singulis praesentes inspecturis, notum facit: <naam van de pelgrim> hoc sacratissimum Templum perfecto utique pedibus sive equitando itinere centum milia metrorum, birota vero ducentorum, pietatis causa devote visitasse. In quorum fidem praesentes litteras, sigillo ejusdem Sanctae Ecclesiae munitas, ei confero.

Datum Compostellae die …….. mensis …….. anno Dni …..

Segundo L. Pérez López
Deán de la S.A.M.I. Catedral de Santiago

De Nederlandse vertaling hiervan is (bij benadering):
Het Kapittel van de Kathedraal van Santiago de Compostela, bewaarder van het zegel van het altaar van de Apostel Jacobus, verklaart aan alle gelovigen en pelgrims die van over de hele wereld hier zijn aangekomen uit devotie of omwille van een gelofte, bij het graf van de Apostel, onze Patroon en beschermheer van alle Spanjaarden, en aan iedereen die dit document ziet, dat <naam pelgrim> deze Gezegende Tempel na het afleggen van 100.000 meter te voet/te paard of 200.000 meter per fiets, devoot en uit christelijke overtuiging heeft bezocht. Ter bevestiging heb ik aan hem dit document, gewaarmerkt met de stempel van voornoemde Heilige Kerk, overhandigd.

Verstrekt in Santiago de Compostela, op <dag/maand> van het Jaar des Heren <20..>.

Segundo L. Pérez López
Decaan van de Kathedraal in Santiago
<handtekening>

Aangezien het Kapittel met deze tekst verklaart dat U de kathedraal hebt bezocht omwille van vrome redenen (pietatis causa devote visitasse), moet U dat ook hebben aangegeven bij de aanvraag van Uw compostela. Dat doet U door als motief voor het pelgrimeren ‘religioso’ (of ‘cultural’ én ‘religioso’) aan te kruisen. Het motief ‘spiritual’ dat vroeger ook recht gaf op een officieel compostela staat niet meer op het aanvraagformulier. Voor de naam van de pelgrim staat ‘Dnum’, in de betekenis van ‘de heer’ of ‘mevrouw’, al naar gelang het geslacht van de pelgrim. Omdat de tekst in het Latijn is wordt ook de Latijnse vertaling van voornaam (voornamen) genoteerd. De voornaam ‘Jan’ wordt dus ‘Ioannum’. Sommigen noemen dit ‘verhaspeld Latijn‘, maar ik beschouw het als een mooie traditie. Uw identiteitsbewijs wordt gebruikt als bron. Omdat hierop niet altijd ál Uw voornamen staan (katholiek gedoopten hebben tot wel vijf voornamen) kan het een idee zijn al Uw voornamen uitgeschreven op een papier(tje) aan te reiken zodat ze ook allemaal op Uw compostela kunnen worden uitgeschreven. Bijvoorbeeld: Ioannum Iosephus Augustinus Iacobus Mariam de Rijke.

Een gift wordt op prijs gesteld. Wilt U een koker om Uw compostela in te bewaren: 2 euro.
Nb: Over de vraag hoeveel kilometer een pelgrim te paard moet hebben afgelegd kan een misverstand bestaan. In enkele Spaanse persberichten betreffende de nieuwe compostela staat dat er 200 km te paard moet zijn afgelegd. Dat lijkt logisch aan te sluiten bij de 200 km die een fietser op zijn stalen ros moet afleggen om in aanmerking te komen voor een compostela. In de actuele compostelatekst wordt de wandelaar echter gelijkgesteld aan de ruiter. Mogelijk omdat er vrijwel (of helemaal) geen ruiters meer naar Santiago de Compostela komen. Wél komen er soms wandelaars die hun bagage door een muildier of ezel laten dragen. Gelukkig zal deze fijnslijperij nauwelijks van praktische waarde zijn.

2. Het certificado alternativo.

Compostela certificado alternativo 2014Er zijn pelgrims, zo’n kleine 8% in 2015, die wél een gratis certificaat willen maar niet wensen te verklaren dat ze de camino om religieuze redenen hebben gelopen of gefietst. Voor hen is er het certificado alternativo. Kruist U op Uw aanvraagformulier dus enkel het motief ‘cultural’ aan, dan krijgt U dit certificaat. Ook dit document is in 2014 vernieuwd en voorzien van een vernieuwde Latijnse tekst. Op het document staat rechts bovenaan een middeleeuwse afbeelding van de ontdekking van het graf van Sint Jacob. Links bovenaan een citaat uit de Codex Calixtinus. Daaronder staat in het Latijn:

Capitulum Almae Apostolicae et Metropolitanae Ecclesiae Compostelanae omnibus hanc visitationis chartam legentibus notum facit <naam pelgrim> Hanc Basilicam et Sancti Iacobi Sepulcrum visitasse.
Ei adveniento Capitulum Metropolitanum summo gaudio salutem in Domine dicit, et officio caritas ductum precatur ut Pater per ipsius Apostoli intercessionem ei tribuere dignetur non tantum bona humani corporis, sed etiam inmateriales peregrinarionis opes.
A benedicto Iacobo benedicatur

Datum Compostellae die …….. mensis …….. anno Dni …..

Segundo L. Pérez López
Deán de la S.A.M.I. Catedral de Santiago

De Nederlandse vertaling hiervan is (bij benadering):

Het Kapittel van de Heilige Apostolische en Stedelijke Kerk van Compostela maakt aan alle lezers van dit document bekend dat <naam pelgrim> deze Basiliek en het graf van de Heilige Jacobus heeft bezocht.
Bij deze gelegenheid bidt het Kapittel tot de Vader, in grote vreugde van de Heer en vervuld van haar plicht tot liefdadigheid aan hem (haar) -op voorspraak van de Apostel- niet alleen een goed leven te geven maar ook de immateriële rijkdom van de pelgrim, gezegend door Santiago.

Santiago de Compostela, op <dag/maand> van het Jaar des Heren <20..>.

Segundo L. Pérez López
Decaan van de Kathedraal in Santiago
<handtekening>

3. Het Certificado de Distancia.

Afstand certificaat

Certificado de Distancia

Sinds maart 2014 is het mogelijk een Certificado de Distancia aan te vragen. Het kost drie euro. Volgens het pelgrimsbureau is het ‘op veler verzoek’ geïntroduceerd. Wat dat precies inhoudt is niet duidelijk. Het kan dus gewoon een marketingtruc zijn om extra inkomsten te vergaren. Om Uw aandacht voor dit document te trekken hangt achter de medewerkers aan de balie van het pelgrimsbureau een opvallend affiche waarop het document in verschillende talen wordt aanbevolen. Protestanten die de camino afleggen zullen wellicht moeite hebben met deze ‘paapse’ documentenhandel. Katholieken die bekend zijn met de vroegere handel in aflaten zullen mogelijk glimlachen.
Het Certificado de Distancia vermeldt behalve uw naam ook de plaats waar u bent begonnen, de naam van de pelgrimsroute en de afgelegde kilometers. Het certificado heeft een eigen tekst, het is een stuk groter dan de andere certificaten en het is gedrukt op speciaal papier. Het document begint met een citaat uit de Codex Calixtinus in het Latijn, gevolgd door een Spaanse tekst. Hieronder de volledige tekst met een vertaling van het Spaanse gedeelte.

Omnes dies et noctes quasi sub una sollempnitate continuato gaudio ad Domini et apostoli decus ibi excoluntur. Valve eiusdem basilice minime clauduntur die noctuque, et nullatenus nox in ca fas est haberi atra (cf Ap 21, 25) quia candelarum et cereorum splendida luce ut meridies fulget. (Códice Calixtino)

El Cabildo de la Santa Apostólica Metropolitana Catedral de Santiago de Compostela sita en la región occidental de las Españas, a todos los que vieren esta carta de certificación de visita, hace saber que
<naam van de pelgrim>
ha visitado la Basilica donde desde tiempo inmemoral los cristianos veneran el cuerpo del Beato Apóstol Santiago.
Con tal ocasión, el Cabildo llevado del deber de caridad, al tiempo que son gozo, le dan al peregrino el saludo del Señor y piden –por intercesion del Apóstol- que el Padre se digne concederle las riquezas espirituales de la peregrinación, asi como los bienes materiales, Bendigalo Santiago y sea bendito.
Dada en Compostela, Meta del Camino de Santiago, el dia ….. del mes …. del año….
Despues de realizar …… Desde ……………..
donde comenzó el …….. de ….. del ………….. por la ruta ……

<handtekening namens het Kapittel>

Segundo L. Pérez López
Deán de la S.A.M.I. Catedral de Santiago

Vertaling van de Spaanse tekst (voor verbetering vatbaar):

Het Kapittel van de Heilige Apostolische en Stedelijke Kathedraal van Santiago de Compostela in de westelijke regio van Spanje, verkondigt aan al diegenen die dit certificaat onder ogen krijgen dat
< naam van de pelgrim>
de Basiliek heeft bezocht waar sinds mensenheugenis christenen het lichaam van de heilige Apostel Jacobus vereren.
Bij deze gelegenheid brengt het Kapittel, vervuld van haar plicht tot liefdadigheid en tot haar grote vreugde, aan de pelgrim de zegen over van de Heer en zij verzoekt -door bemiddeling van de Apostel- de Vader aan de pelgrim de spirituele rijkdom van de bedevaart te verlenen, evenals aardse rijkdom, gezegend door Santiago.
Gegeven in Compostela, eindbestemming van de Camino de Santiago, op de 2e juni van het jaar 2014.
Na afleggen van 775 kilometer, vanuit Saint Jean-Pied-de-Port.
Gestart op 2 mei 2014 via de route Camino Francés.
Segundo Leonardo Pérez López
Decaan van de S.A.M.I. Kathedraal van Santiago

Pelgrims wachten op de bus.

Pelgrims wachten op de bus.

Opmerkelijk is dat er niet in staat hóe U de camino hebt afgelegd, te voet, per fiets of te paard. Misschien is hiervoor gekozen om een ander ‘probleem’ te vermijden: het aantal pelgrims dat (grote) delen van de route aflegt per bus, taxi, auto of zelfs trein neemt toe. Door de manier waarop de pelgrim heeft gereisd niet te vermelden vermijdt het pelgrimsbureau dat men onwaarheden verkondigt. Het liegen van de pelgrim over de plaats van vertrek wordt wel gedoogd; het is eventueel te controleren op basis van de verzameling stempels in het pelgrimspaspoort.
De gegevens over vertrek- en aankomstdata, vertrekpunt en de route verstrekt U op het aanvraagformulier. De genoemde data en het vertrekpunt in bovenstaande vertaling zijn uiteraard geheel fictief. S.A.M.I. is de afkorting van: Santa Apostólica Metropolitana Iglesia. Uw naam wordt geschreven zoals vermeld op Uw ID-bewijs.

Compostela Franciscaanse

Compostela Franciscaanse

In 2014 reikten de paters Franciscanen in Santiago een compostela uit ter gelegenheid van het 8e eeuwfeest. Het is 800 jaar geleden dat Franciscus van Assisi er als pelgrim arriveerde. Dit bijzonder exemplaar was daarom alleen in 2014 te verkrijgen. De volgende keer dat het wordt uitgegeven is in 2114.

In de Rúa do Vilar zit de VVV. Omdat Galicia een -min of meer- autonome ‘provincie’ van Spanje is zijn er twee VVV’s. Eentje van de Xunta de Galicia (Oficina de Información Turística Xunta de Galicia) op Rúa do Villar 30/32 en eentje van de Spaanse rijksoverheid Sede de Turismo de Santiago) op Rúa do Villar 63. Zo op het oog lijken ze elkaars concurrenten. Wilt U een papieren stadsplattegrond dan kunt U het beste naar het kantoor van de Xunta gaan. Het kantoor van de Sede heeft ‘m ook maar die bestrijkt een kleiner deel van de stad. De camping As Cancelas bijv. staat wel op de plattegrond van de Xunta maar niet op die van de Sede.

Uiteraard brengt U een bezoek aan de kathedraal, ingewijd in 1211. In 2011 vierde men het achtste eeuwfeest. Vroeger kon men als men de pelgrimstocht had volbracht, een ritueel doorlopen. Men ging naar het Praza do Obradoiro en trad van daaruit de kathedraal binnen. Daar raakte men de pilaar aan, midden in het oude Romaanse portaal. Vervolgens ‘botste’ men met het hoofd op een sculptuur, onder aan de pilaar en daarna keek men naar de afbeelding van St. Jacob, bovenaan de pilaar. Inmiddels kan dit niet meer. Er staat een groot hek rond de pilaar. Aanraken is er niet meer bij.

Pilaar achteraan in de kerk. Bovenaan Santiago. Een hek schermt nu de pilaar af

Echter, volgens Mireille Madou is het “met het hoofd beroeren van de monsterkoppen van het voetstuk van de zuil, helemaal verkeerd“. (Onderweg naar Santiago, pag. 164). Zij schrijft: “De middelste ingang (van de drie, via de trap aan Praza Obradoiro) is in twee gedeeld door een middenzuil van wit marmer met de afbeelding van de boom van Jesse. Het is gebruikelijk de rechterhand op de zuil (pilaar) te leggen. Op een kapiteel bovenaan de zuil troont Sint Jakob. Men moet naar hem opkijken om hem te groeten en te danken.” Met je hoofd tegen de onderkant van de pilaar ‘botsen’ hoort er dus niet bij; het werd wel massaal gedaan. Hoe het ook zij, het kan niet meer. Een virtueel bezoek aan deze kerk vindt U hier.

Kathedraal Santiago de Compostela

Verder is er natuurlijk de dagelijkse pelgrimsmis. Deze begint om 12 uur en is meestal afgeladen vol. Maar gelukkig is er voor -nieuw aangekomen- pelgrims een gereserveerde ruimte. Vooraan in het middenschip van de kerk. Afhankelijk van de omstandigheden (onduidelijk welke, maar het zal wel met de katholieke koopmansaard te maken hebben) wordt de mis beëindigd met de ceremonie van het wierookvat. Dit wierookvat, 1,75 m hoog, hangt aan een vuistdik touw en wordt door acht touwtrekkers in beweging gebracht. Het ding zwiert van links naar rechts door de kerk. Bijna raakt het het plafond. In Nederland zou zoiets op last van de brandweer streng verboden zijn. Spektakel dus. Klik hier voor een impressie.

De reden dat er een enorm wierookvat in de kerk hangt laat zich makkelijk raden. Als U een beeld hebt gekregen van de lucht van voeten en schoenen van pelgrims in de refugio’s, Uzelf incluis, dan weet U wat de geur in de kathedraal moet zijn geweest in de Middeleeuwen. Een kerk afgeladen vol bezwete, veelal ongewassen bedevaartgangers met soms stinkende wonden, moet een niet te harden lucht verspreid hebben. Met als enige remedie: wierook, heel veel wierook. Tijdens het spektakel met het wierookvat wordt de Hymne van Santiago gezongen, door een non die dat -gezien andere verhalen- altijd doet. Klik hier om deze hymne te horen.

Gelovige katholieken kunnen als afsluiting van hun bedevaart een aflaat verdienen. In een Heilig Jaar kan dit een volledige aflaat (indulgencia plenaria) zijn. De voorwaarden voor het verdienen van aflaten zijn:

  1. Bezoek aan de kathedraal en het graf van Sint Jacob.
  2. Deelnemen aan een eucharistieviering in deze kerk en het bidden van het Onze Vader of het Credo tijdens de mis of een andere liturgische viering.
  3. Biechten in een periode van 15 dagen vóór of ná het kerkbezoek.
  4. Te communie gaan. Voor elke aflaat één keer.
Rúa do Vilar 1-3

Rúa do Vilar 1-3

Van begin mei tot half oktober 2016 zijn Nederlandse en Vlaamse pelgrims tussen 09:00 en 17:00 uur opnieuw van harte welkom in de “Huiskamer van de Lage Landen” om aan het eind van hun camino even op verhaal te komen.
Het ontvangstlokaal is gevestigd in het (nieuwe) Pelgrimsbureau aan de rúa das Carretas 33. U wordt ontvangen door vrijwilligers. U kunt er niet overnachten of eten. Wel is informatie beschikbaar over overnachtingsmogelijkheden, de stad en de terugreis. En U kunt er uiteraard andere, net aangekomen pelgrims ontmoeten. Als U als vrijwilliger voor dit ontvangstcentrum gastheer of gastvrouw wilt zijn, dan kunt zich bij het Genootschap aanmelden.

Pulpo a la Gallego, heerlijk!

Om te vieren dat U de tocht volbracht hebt, is een lekker etentje natuurlijk een goed idee. De meeste restaurants vindt U in de Rúa do Franco, vlak bij de kathedraal. Er is een enorme keuze uit vis- en vleesgerechten. Wilt U genieten van dé specialiteit van Galicia, probeer dan een portie pulpo a la gallego. Dit is gekookte inktvis (tentakels) in kleine stukjes gesneden en er is flink wat zeezout over gestrooid. En er zijn natuurlijk tal van tapasbars, in allerlei variaties. Probeer het een en ander en drink er een vino tinto of cerveza bij.

Ook kunt U gebruik maken van een oude traditie van het Hostal dos Reis Catolicos op het Obradoiroplein. Dit Parador biedt drie keer per dag aan pelgrims (die een compostela hebben) een gratis maaltijd om negen uur, 12 uur en zeven uur ’s avonds. U kunt niet reserveren maar U moet in de rij gaan staan, links van het hotel bij een garagedeur. De tien eerste pelgrims worden toegelaten. Voor echte Hollanders natuurlijk een buitenkansje. In het Spaans wordt deze traditie als volgt verwoord: “Cada día, el Hotel Reyes Católicos invita a los diez primeros peregrinos que se personen en la puerta del garaje a un desayuno, comida y cena. Los horarios son a las 9 de la mañana, a las 12, y a las 19 horas, sirviéndose gratuitamente la comida respectiva, según la hora, a los diez primeros peregrinos que se personen con la Compostela en la puerta del garaje. Esta es, como he dicho, una forma de recordar y homenajear la labor de la peregrinación, y sin duda al peregrino, después de andar cientos de kilómetros, se merece un buen desayuno, comida o cena en condiciones.”

Tenslotte zijn er een paar musea in de stad en is er regelmatig handel in de overdekte markt aan de oostkant van de binnenstad. Hier vindt U allerlei winkeltjes waar U kaas of orujo de hierbas (sterke drank op kruidenbasis) kunt kopen. En er is natuurlijk een keur aan vis, vlees en groente te koop. Niet dat U daaraan behoefte hebt, maar het ziet er zeer fleurig uit. Wilt U wat zoets, neem dan een portie churros met dikke warme chocolade. Vera Janssens heeft een video op Youtube gezet die een beeld geeft van de stad, de kathedraal en de musea. Klik hier. Indien U geluk hebt dan treedt ’s avonds op het Praza do Obradoiro de Tuna van de

Tuna de Santiago, Tuna Compostelana

Universiteit van Santiago op. Een Tuna is een gezelschap muzikanten (officieel studenten, maar dat kan betwijfeld worden) dat uit de losse pols muziek maakt. Met gitaren, een paar fluiten, een trekharmonica en nog zo wat begeleiden ze zichzelf terwijl ze Spaanse (volks)liedjes zingen. De locatie (in een nis van een galerij) bevordert de klank. Niet dat het een hoogstaande performance is, maar het is wel enorm sfeervol. Klik hier voor een impressie. Indien U winkels zoekt om kleren, ondergoed of andere spullen te kopen, dan kunt U het beste naar de winkelstraten Horreo of Doctor Texeiro gaan iets ten zuidwesten van Praza de Galicia, het plein waar alle bussen stoppen. In deze straten zitten de ‘gewone’ winkels, in tegenstelling tot de binnenstad waar voornamelijk souvernirwinkels, restaurants en luxe boetiekjes zitten.

naar de vragen

30. Waar overnachten in Santiago?

Slaapzaal Seminario Menor

Santiago is natuurlijk geheel ingericht op een massale stroom pelgrims. U moet denken aan 272.330 pelgrims in het heilig jaar 2010 (waarvan Camino Francés: 189.400). In 2009 kwamen in totaal 145.878 pelgrims aan. Het aandeel fietsers hierin was ruim 17% tegen 12% in 2010 en ruim 10% in 2014. Fietsers zijn dus duidelijk een krimpende minderheid. Let wel: zo’n 50% van alle pelgrims start pas in of na León! Ongeveer 20% start eerder, maar wel in Spanje en 15% volgt een andere route. U, als fietser helemaal uit Nederland komend, bent dus vrij uniek.

kleinseminarie

kleinseminarie

Een goede overnachtingsplek is het oude Seminario Menor in de buurt van de Rúa das Trompas en de Rúa de Belvis. De slaapzalen in dit grote gebouw, vroeger gebruikt door de leerlingen, zijn nu in gebruik voor de pelgrims. U kunt uit twee opties kiezen. Het bekende albergueconcept, met zes of meer personen op een slaapzaal (men heeft ‘gewone’ bedden; geen stapelbedden, 12 euro per nacht) of een eigen eenpersoons kamer à 15 euro per nacht, prijspeil 2015. Te reserveren via o.a. Booking.com. De vroegere limiet aan het aantal verblijfsdagen (3) is losgelaten. Eind 2015 hebt overal in het gebouw internettoegang. De regels die voor elke Spaanse pelgrimsalbergue gelden (bezit pelgrimspaspoort, sluitingstijd, etc.) zijn ook hier van toepassing. Kortom, een prima locatie op (een kleine) 15 minuten lopen van de kathedraal. Er is geen beveiligde fietsenstalling maar het terrein is ’s nachts wel afgesloten.

Verder zijn er tal van pensions in de oude stad, bijv. in de Rúa do Vilar die kamers verhuren voor € 40 per nacht. En voor kampeerders is er natuurlijk de camping Monte do Gozo even buiten de stad, richting vliegveld, handig voor als U op de terugreis Uw fiets wilt meenemen in het vliegtuig. Het summum van overnachtingsplekken is het Hostal dos Reis Católicos. (in het Spaans: Hostal de los Reyes Católicos) aan het Praza do Obradoiro. Dit gebouw was in de Middeleeuwen een ziekenhuis voor pelgrims en is nu een van de meest beroemde Paradores van Spanje. U slaapt in een museum. De prijs is er naar: € 180 per kamer per nacht (geboekt via http://www.booking.com). Als U een goedkoper Parador wilt proeven: in León staat het Hostal San Marcos waar de prijs per kamer een stuk lager ligt, zo’n € 100, exclusief ontbijt en geboekt via booking.com.

De echte kampeerder zal uiteraard kiezen voor een camping, bijv. As Cancelas, dicht bij het centrum. Deze camping ligt op een heuvel aan de rand van de stad. Met de fiets rijdt U in maximaal tien minuten naar het Praza do Obradoiro.

naar de vragen

31. Uitstapjes?

Zijn er interessante uitstapjes te maken vanuit Santiago? Jazeker. Op 1 staat een bezoek aan Cabo Finisterre of op z’n Galicisch Cabo Fisterra. Nummer 2 is Lugo.

Fisterra, stookplaats met schoen.

Fisterra is voor sommigen het echte eindpunt van de Camino. Op dit meest westelijke puntje van Spanje staat het Caminokilometerpaaltje 0,00. De traditie wil dat pelgrims op deze plek hun schoenen en kleren verbrandden en hun wandelstok in zee smeten. Ook nu zijn er vele ‘illegale’ brandplekken. Er is één officiële locatie waar de pelgrim zijn/haar kleren kan verbranden. Een echt stookgat. Klik hier voor een impressie. Verder is er natuurlijk de vuurtoren. En als U wat verder doorloopt, de heuvel op, dan is er een fantastisch uitzicht.

De meest gemakkelijke manier om in Fisterra te komen is met de bus. Dagelijks vertrekken er bussen vanuit het centrale bussstation in Santiago. Houd er rekening mee dat de bus (Autocares Mombus) al om negen uur vertrekt. Het busstation ligt op 20 minuten lopen uit het centrum. De reis duurt ongeveer twee uur. Als U het geluk hebt op de bovenverdieping van de bus vooraan aan het panoramaraam te kunnen zitten, plek 26/27, dan hebt U een fantastische reis. Een groot deel van de reis voert over de AC550 direct langs de kust en U kunt genieten van prachtige vergezichten. Mits het weer meewerkt. Het kan ook midden in de zomer mistig en regenachtig zijn.

Lugo, stadsmuur.

Lugo is een stad 100 km. ten oosten van Santiago de Compostela. De stad is gesticht door de Kelten. De belangrijkste attractie van de stad is de muur die de Romeinen hebben aangelegd: 2117 meter lang en met 71 torens versterkt. Lugo wordt wel het Ávila van noord Spanje genoemd. Verder is er uiteraard de kathedraal en wat andere bezienswaardigheden zoals het archeologisch museum. Er gaan regelmatig Alsabussen vanuit Santiago naar Lugo. De reis duurt 2:30 uur. De trip (retour: ida y vuelta) kost ruim twintig euro.

naar de vragen

32. Hoe kom ik terug?

Opmerkingen vooraf:
1. Omdat vooral budgetmaatschappijen frequent wijzigingen aanbrengen in hun vluchtschema, vertrektijden en prijzen kan onderstaande informatie her en der verouderd zijn. Onderliggende boodschap: er zijn tal van manieren om naar Nederland of Vlaanderen terug te vliegen. Oriënteer U vooraf en wacht niet met het boeken van een vlucht tot de dag van aankomst in Santiago.

2. Alle sites van vliegmaatschappijen vereisen bij het boeken van een vlucht het gebruik van een geldige creditcard. Het meest handige is dat U een creditcard op zak heeft maar de boeking kan ook door het thuisfront worden geregeld. Kijk ook naar de huisregels van de maatschappij en naar extra kosten die in rekening gebracht kunnen worden. Bijv. betreffende het inchecken.

3. Bij trein- en zelfs busreizen is het vaak mogelijk en regelmatig ook noodzakelijk om vooraf on-line plaatsen te reserveren én te betalen.

Vliegen

Er zijn verschillende opties voor Uw terugreis. De meest snelle is vliegen vanuit Santiago de Compostela. Het vliegveld ligt een paar kilometer ten noordoosten van de stad.

Een rechtstreekse vlucht naar Nederland is inmiddels mogelijk met Vueling. Deze maatschappij vliegt een paar keer per week op Amsterdam. De vlucht op bijv. 14 juli 2016 vertrekt op een aangename tijd, 15:40, landing om 17:55. Kosten: 45 euro, prijspeil januari 2016. Kijk goed naar de op de Vueling-site geboden alternatieven, op sommige vluchten moet U overstappen. In tegenstelling tot Ryanair zorgt Vueling er dan wel voor dat Uw bagage wordt overgeheveld.

Een andere optie is om met een tussenstop in Madrid of Barcelona naar Nederland te vliegen. Ryanair vertrekt op de meeste dagen in de week rond 07:00 uur naar Madrid. De reis duurt 1:10 uur en kost circa 30 euro. Vanaf Madrid (T1) kunt U naar verschillende bestemmingen in Nederland vliegen.
Bijv. met Ryanair naar Eindhoven. Een optie is een vlucht op bijv. 14 juli 2016, 35 euro (prijspeil jan. 2016). U heeft precies vier uur tijd om over te stappen. Aankomst in Madrid 08:10, vertrek 12:10. Dat lijkt genoeg om ook uw bagage opnieuw in te checken, want Ryanair biedt geen overstapservice.

U kunt ook voor circa 40 euro met Ryanair naar Barcelona el Prat, T2 vliegen, aankomst meestal rond 10:40. Vanaf hier zijn op verschillende dagen en tijden vluchten naar Schiphol, Rotterdam en Eindhoven mogelijk. Een vlucht met Transavia naar Rotterdam kost 82 euro en vertrekt om 15:35 op 13 juli 2016. Let op: Ryanair vliegt vanaf Barcelona el Prat wel op Charleroi maar niet op Nederlandse bestemmingen.
Een andere optie is een vlucht met Ryanair naar Stansted en dan naar Eindhoven. Ook Ryanair. U vertrekt om 09:00 uit Spanje en om half acht ’s avonds staat U op Eindhoven-Airport. Voor de overstap op Stansted heeft U dus een zee van tijd. Totale kosten bedragen rond de 80 euro. Of U vliegt vanuit Stansted met Easyjet naar Schiphol, aankomst om 19:00 uur, totale kosten circa 100 euro.
Voor Belgische pelgrims en pelgrims uit het zuiden van Nederland is een rechtstreekse vlucht van Santiago naar Brussel met Vueling een goede optie. Er zijn verschillende vertrektijden mogelijk. Let bij het kiezen van een vlucht goed op, de site presenteert naast directe vluchten ook vluchten met een overstap. De prijs varieert van 65 euro tot ruim 150 euro.
Samengevat: mogelijkheden genoeg. Maar omdat sommige maatschappijen niet elke dag de gewenste vlucht uitvoeren is het wel even puzzelen met data en vertrektijden.

Noordkust van Galicië

Een rechtstreekse vlucht met Vueling is ook mogelijk vanaf A Coruña. Een Renfe treinkaartje kost ongeveer 8 euro; de treinreis duurt een kleine drie kwartier. Vergelijk de prijzen van alle alternatieven want het kan veel uitmaken. Een Iberiavlucht naar Amsterdam (via Madrid) kan tussen de 250 en 650 euro kosten. Sommigen nemen een Ryanairvlucht op Frankfurt/Hahn. Dat is goedkoop vliegen, met fiets en bagage een kleine honderd euro. Maar houd er wel rekening mee dat Hahn bijna 400 km van Utrecht ligt. Een auto om U te komen halen rijdt ongeveer 800 km, alleen aan diesel kost dat al zo’n 70 euro. Vlamingen kunnen het beste met Ryanair via Madrid naar Brussel/Charleroi vliegen. Overstaptijd: 3 uur. De aankomst in Charleroi is om 18:00 uur. Een langzamere optie is de trein, maar niet gegarandeerd goedkoper.

Terugfietsen is uiteraard ook mogelijk. Een enkeling doet het ook. Maar dan duurt de hele reis wel zeven of acht weken. Voor de bagage is de keuze: meenemen wat U mee kunt nemen en/of de spullen laten thuisbezorgen door een gespecialiseerd transportbedrijf, bijv. Soetens uit Vessem. In de parkeergarage van hostal México (Rúa Republica Arxentina 33) is het inzamelpunt van de firma Soetens voor fiets en/of bagage. Kosten fietsvervoer € 131; bagage € 60. Dit hostal is ook een goede plek om te overnachten. Het ligt weliswaar buiten het oude centrum, maar de afstand tot de kathedraal is goed te lopen. Bovendien is vlakbij het hostal de opstapplek van de bus naar het vliegveld. Op de site waarnaar wordt verwezen staat dat de bus vertrekt vanaf het Praza de Galicia. Dat klopt ongeveer. De bushalte is in Rua do Doutor de Teixero, een van de toevoerwegen naar het kleine pleintje. Een alternatief voor Soetens fietsvervoer is Correos. Een kantoor van deze Spaanse versie van PostNL is gevestigd in de Rúa do Franco 4. Goede kennis van de Spaanse taal is een vereiste. In Ultreia 39 wordt gemeld dat de kosten 90 euro per fiets zijn.

Een andere mogelijkheid is een vlucht via het Portugese Porto. Ryanair vliegt vanaf Porto rechtstreeks op Eindhoven en met een ALSA-bus bent U in vier uur vanuit Santiago in Porto (Oporto Aeropuerto Sa Carneiro). De busreis kost 30 euro. De bus vertrekt om 11:00 uur. De vliegreis kost ook 30 euro. Boek ook een hotelovernachting op het vliegveld, want het vliegtuig vertrekt ’s ochtends al om tien voor zeven.

Het ìs mogelijk fiets én bagage mee te nemen op een vlucht naar Nederland of België. In Santiago zijn fietsenmakers die Uw fiets vliegklaar maken, bijvoorbeeld de Bicicletas Velocipedo in de Rúa do San Pedro 23. Op het vliegveld kunt U Uw fiets zelf ‘vliegklaar’ maken en inpakken in plastic. Voor alle Ryanair-overstapvluchten geldt dat de fiets mee kan voor in totaal 80 euro. Gemakkelijker is natuurlijk alles op transport te zetten en zelf zonder veel bagage terug te vliegen.

Per bus en trein

Voor mensen die liever niet vliegen is een optie om met de ALSA-bus van Santiago naar Irun/Hendaye (Spaans-Franse grens) te reizen. De bus vertrekt op het centrale busstation in Santiago. De kosten zijn ongeveer 65 euro. Uw fiets kan voor 10 euro ook mee. De reis duurt 13 à 14 uur en er zijn gewoonlijk twee vertrektijden per dag. In de vroege ochtend en in de late middag. Vanaf Hendaye kunt U met de nachttrein naar Parijs. De trein vertrekt om 19:00 uur. Per trein van Santiago naar Irun/Hendaye kost ongeveer 50 euro, de reis duurt 11 uur, aankomst 21:00 uur. Een directe aansluiting op de nachttrein naar Parijs zit er dus niet in. Het meenemen van fietsen in Spaanse treinen is ook lang niet altijd mogelijk. Lees vooraf over de mogelijkheden. Kijk op bicigrino.com/transporte voor meer informatie over reizen op de Camino.
Per trein vanuit Santiago naar de Franse grens kán, maar is ‘een mijl op zeven’ vanwege het vele overstappen, de slechte aansluitingen en de trajecten met enkel boemeltreinen.

Rechtstreeks per bus

Eurolinesbussen rijden vanaf Santiago de Compostela naar enkele bestemmingen in Nederland. Per seizoen geldt een eigen ‘time table’. Klik op Time table Eurolines 2016 voor de reistijden tot en met eind maart 2016. Later dit jaar verschijnen op Timetables.Eurolines.nl actuele reisschema’s.

naar de vragen

33. Wat zijn de tien geboden?

Naar goed katholiek gebruik sluit ik deze tekst af met mijn tien geboden.

1. Vertrek in goede conditie. Een open deur, maar wel een belangrijke.

2. Let de gehele reis op uw gezondheid. Niet alleen op tijd zonnebrand en uierzalf smeren, maar neem ook geen risico’s in afdalingen. Een valpartij kan het einde van de reis betekenen.

3. Luister naar uw lichaam en forceer niets. Ook voor de hand liggend, maar het ook doen is niet altijd gemakkelijk.

4. Zorg altijd eten en drinken voor het grijpen te hebben. Nog steeds vertrekken er fietsers ’s ochtends op nuchtere maag omdat ze niet voor eten hebben gezorgd. Onverantwoord. Beter oud brood dan geen brood.

5. Eet en drink onderweg regelmatig in kleine hoeveelheden. Klimmen kost veel energie en ook verliest U veel vocht. Dus op tijd aanvullen.

6. Ben kritisch op mee te nemen bagage. Niet alle risico’s willen afdekken. Mocht het kouder zijn dan verwacht; een extra kledingstuk is ‘overal’ te koop. Besef dat fietsen naar Santiago iets anders is de met de caravan naar Santiago gaan. Dus dames, laat de leuke truitjes, de extra schoenen en de beautycase thuis. Kamperen en koken kan ook heel goed zonder grondzeil en windscherm. En een zesdelige pannenset is ook niet nodig. Eén pannetje met deksel is genoeg. Mocht U denken ‘dit is overdreven!’, nee het gebeurt.

7. Uw fiets moet in topconditie zijn. Ook dit lijkt triviaal, maar er zijn fietsers die al na 200 km versleten remblokjes hebben. En pelgrim schreef: “Tien kilometer voor Bastogne had je een heus fietspad die me zo het centrum van Bastogne binnen leidde. Mijn remschoentjes waren tot de draad toe versleten en dus zoeken naar een fietsenwinkel. Na veel vragen heb ik het gevonden.”

8. Neem de tijd en geniet vanaf het begin. Voor sommige fietsers lijkt het doel zo snel mogelijk in Santiago aankomen. Laat de weg het doel zijn en stap regelmatig af voor een sightseeing. Besteed ook een of meer hele of halve ‘rustdagen’ aan een verblijf in stadjes en steden waar U doorkomt.

9. Ben goed voorbereid en laat U niet van de wijs brengen. Natuurlijk, alles vastspijkeren is overdreven. Maar onvoorbereid gaan is het andere uiterste. Trek Uw eigen plan en ga daar flexibel mee om.

10. Vertrouw altijd op de goede afloop. Er kan zich de situatie voordoen dat U het niet meer ziet zitten. Maar iedere pelgrim kan U vertellen dat het (bijna) altijd toch weer goedkomt. ’t Kan even duren, maar Santiago laat U niet in de steek.

Rest mij U een onvergetelijke reis toe te wensen.

Buen Camino!

Indien U een uitgebreid reisverslag wilt lezen, klik hier (de westelijke route) of hier (de oostelijke route).
Een fotoverslag van de Camino Francés vindt U hier.

naar de vragen

Avond in de buurt van Astorga

Verantwoording

Bovenstaande tekst is authentiek. Grotendeels gebaseerd op mijn eigen ervaringen. En daarmee dus ook subjectief. Maar uit de verschillende reisverslagen die ik op diverse sites heb gelezen leid ik af dat mijn ervaringen niet uniek zijn. Wel zijn vrijwel alle foto’s/plaatjes uniek. Slechts enkele komen van een andere site. Soms met toestemming, zoals het plaatje met alle bergen op de Camino Francés, dat van een Italiaanse site komt. Voor het gebruik van de foto met ‘copyright Catedral de Santiago’ heb ik toestemming van de persdienst van deze kerk. Slechts een paar foto’s zijn ‘gejat’, bijv. de wielrenner die voor de prestatie gaat. Geen idee wie dat is.

Stef en Henk hebben de Col du Somport bedwongen.

Stef en Henk hebben de Col du Somport bedwongen.

Mochten er auteursrechtelijke problemen zijn, mail me op sanxacobeo@hotmail.nl. Enkele foto’s zijn (soms wat aangepast) overgenomen van blogs die pelgrims bijhouden. Eén van deze blogs wil ik speciaal vermelden: de blog van Henk Noordkamp uit Losser die met zijn compagnon Stef Hollander in 2015 naar Santiago fietste.

Blogs van pelgrims en fietsers naar Santiago gebruik ik ook om mijn teksten te valideren. Kloppen de genoemde kosten van de reis, zijn er nieuwe of mij onbekende bezienswaardigheden, etc. De grafieken heb ik zelf gemaakt op basis van gegevens (die me betrouwbaar leken) die ik op internet vond. De kans dat ikzelf nog eens naar Santiago fiets om het allemaal nog ‘ns van dichtbij mee te maken is vrij gering. Clemens Sweerman schijnt dat wel te doen, maar met hem wil mij niet vergelijken.

De eerlijkheid gebiedt wel om te vermelden dat de reizen in 2009 en 2012 met de auto zijn gemaakt. Wel werd de Sweerman-fietsroute zoveel mogelijk (met de auto soms een crime) gevolgd. Behalve in 2012 op de Ruta del Norte (Santiago naar Irun). Per dag werd gemiddeld ruim 250 km afgelegd; in Frankrijk bovengemiddeld, in Spanje onder het gemiddelde. Een enkele keer een stukje snelweg. Zo kon mijn vrouw een idee krijgen van de route en de bezienswaardigheden. En ik kon losse eindjes afhechten. Onderweg hebben we verschillende keren pelgrims geholpen die in de problemen waren gekomen door teveel bagage en/of door fysieke problemen. Het maximum wat met de auto per dag te nog doen is (fietsroute volgen en regelmatig stoppen) is 300/350 km. Als U het ook wilt doen: reken op tenminste drie weken. Heen en terug.

Uit ervaring en gezien enkele reisverslagen op internet, maak ik op dat er drie categorieën fietsers zijn die vanuit Nederland vertrekken: de wielrenners, de langeafstandfietsers en de fietsende pelgrims. De wielrenners gaan voor het pure fietsen. Ze rijden flink door, gemiddeld rond de 22 km/uur. Hun aandacht gaat vooral uit naar de fiets. Ik denk dat ze uren kunnen praten over welk merk het beste is. Prima, maar ik heb daar niet zoveel mee. Voor de langeafstandfietsers is de bestemming ‘Santiago’ vergelijkbaar met bestemmingen zoals Praag, Berlijn en Barcelona. Santiago als einddoel is aantrekkelijk vanwege de goede voorzieningen onderweg, de prima routebeschrijving en de overvloed aan cultuur, historie en gastronomie op de route. De derde groep noem ik ‘pelgrims’. Niet in de zuivere betekenis van het woord. Het zijn mensen die graag fietsen en interesse hebben in de cultuur, gewoontes en historie van de landen waar ze door komen. Santiago de Compostela (met één of twee ellen) heeft een speciale aantrekkingskracht. Waardoor? Dat verschilt per persoon. Voor mij trekt Santiago vanwege het historisch kader. De route is meer dan 1.000 jaar oud. Als U de route in middeleeuws perspectief ziet is het bijna onvoorstelbaar dat pelgrims uit het verre en koude Nederland of Vlaanderen de tocht volbrachten. Denk aan de Spaanse strijd tegen de Moren of aan de Tempeliers die de pelgrims beschermden. Of aan de monniken en de nonnen die de pelgrims onderdak gaven en verzorgden in hun hospitalen. En denk aan de tijd, het geld en energie die het gekost heeft om al die mooie gebouwen te bouwen. Wat een inspiratie moeten de kunstenaars en architecten hebben gehad. Hoeveel uren hebben de metselaars, timmerlieden, stukadoors en schilders erin gestoken. Om stil van te worden. Ik vraag me ook wel eens af of in de middeleeuwse businesscase voor de bouw van bijv. de kathedraal van León rekening is gehouden met de inkomsten die dit bouwwerk in 2012 zou gaan genereren. Mogelijk deden ze toen nog niet zo moeilijk en bouwden ze waar ze het geld en de mensen voor hadden. Er zijn niet zoveel echte pelgrims: mensen die primair religieus geïnspireerd zijn.

Wel zijn er onder degenen die ik ‘pelgrim’ noem behoorlijk wat mensen die de tocht maken om een nieuwe start te maken in hun leven. Na een kapot gelopen relatie, na een ontslag, een overwonnen kanker of een burn out. En dan wil ik nog de gesponsorde fietsers/pelgrims noemen. Met veel bewondering lees ik over hun motieven en doorzettingsvermogen om geld voor een goed doel bij elkaar te fietsen. Zoals de Cliniclowns en het Kika. Ik maakte mijn tweede fietstocht in 2011 om (mezelf en anderen) te laten zien dat je ook na een hartaanval-met-spoedoperatie nog lang niet afgeschreven hoeft te zijn. Maar vooral om -weer- te genieten van de ontmoetingen onderweg en de mooie steden, stadjes en dorpen met hun prachtige gebouwen en pleinen. En ook om te genieten van de Franse, maar zeker ook de Spaanse keuken.

Omdat de tekst authentiek en subjectief is, kan een ander een geheel andere ervaring opdoen. Los van het feit dat iedereen een andere ervaring zal hebben met het weer onderweg. En slecht weer -ik heb het nauwelijks gehad- kan tot veel afzien leiden. Waarbij de gedachte ‘ waar ben ik mee bezig?’ niet ver weg zit. Daarom is het goed dat U beseft dat Uw ervaringen anders kunnen (en waarschijnlijk zullen) zijn dan de mijne. Wel heb ik geprobeerd om de aspecten van de fietstocht naar Santiago compleet en vrij neutraal te beschrijven. Ik hoop dat me dat gelukt is en dat U er wat aan heeft. Ook wil ik nog even melden dat ikzelf niet al mijn ‘adviezen’ keurig heb opgevolgd. Met als meest risicovolle uitzondering een snelle (top 64 km/uur) en dus gevaarlijke afdaling naar Molinaseca.

Maak dus uit wat ik U aanreik Uw eigen keuze. U gaat fietsen, niet ik.

Laatste update van deze site: augustus 2016.

Ultreya y suseya.

Metershoge pelgrim op de Alto do San Roque.

Metershoge pelgrim op de Alto de San Roque.

Deze site bestaat sinds de jaarwisseling 2010/2011.

Gemiddeld aantal views per maand over laatste 12 maanden: 3.850

Eerdere jaren:                    Views       Bezoekers
2011/2012                            39861      13457
2013                                     46563      15719
2014                                     43350      15769
2015                                     48950      18675

Totaal t/m juli 2016: views 205.000; bezoekers 82.000

Reacties kunt U sturen naar: SanXacobeo@hotmail.nl

naar de vragen

Buen Camino!

Mat Knaapen.